Ogentroostrijk

Hoewel het groei- en bloeiseizoen ruim voorbij zijn piek is, zijn er nog vele doorgroeiers en -bloeiers. Echte nazomerbloeiers zijn stijve en rode ogentroost. Dat zijn kleine familieleden van de bremrapen – parasitaire planten die niet zelf suikers produceren maar ze uit de wortels van andere planten stelen. De ogentroosten tappen suikers af van grassen, maar hebben zelf ook bladgroen en dus energie om suikers te maken. Ze worden daarom halfparasieten genoemd.
Rode zowel als stijve ogentroost kunnen allebei goed tegen een wat zoute bodem. Die bodem is bij voorkeur vochtig en niet al te ruig begroeid. Beide ogentroosten kunnen tegen betreding en begrazing. Rode ogentroost zelfs zo goed op begraasde grond, dat ik, als ik het plantje vind rondkijk of er geen paarden of koeien in de buurt zijn. Zout en vochtig – rode ogentroost komt relatief veel voor in de Delta, op de Wadden en in het Lauwersmeer. …








