Startpagina

Startpagina

  • Straatgevecht

    Al jaren zit ik lekker in de olie
    Het zwarte goud noem ik beslist geen slijk
    Der aarde, maar van waarde; ik ben rijk
    Zo zijn er meer, ik heb geen monopolie
    Al is mijn bijnaam wel de oliesjeik

    Ik riep vergeefs naar Trump en Khamenei
    Dat ik nu echt eens door naar Rotjeknor moes
    En dat ik de pineut ben en the war loose
    Maar desondanks geeft men die zee niet vrij
    En blijf ik liggen voor de Straat van Hormuz

     

     

    DELEN

Natuurdagboeken

  • Nachtvlinders met klassieke belettering

    Mi-vlinder (onder) en Gamma-uil (boven) Foto Koos Dijksterhuis
    Mi-vlinder (onder) en Gamma-uil (boven) Foto Koos Dijksterhuis

    Mi-vlinders zijn nachtvlinders, maar als je ze wilt zien moet je op klaarlichte dag als de zon schijnt door klavervelden struinen. De vlinders zijn gemakkelijk te verstoren, waarbij ze een klein stukje vliegen en weer gaan zitten; ze zitten vaak met licht trillende vleugels op een blad. Dat trillen met de vleugels beheersen gamma-uilen nog beter.

    Mi en gamma zijn een Romeinse respectievelijk Griekse letter. De mi verwijst naar de m die op elk van de vleugels van de mi-vlinder staat. De gamma-uil heeft op iedere vleugel een gamma, je zou die letter de Griekse voorloper van onze g kunnen noemen, al staat ie in het Griekse alfabet op de derde plek, waar bij ons de c staat.

    Gamma-uilen zijn ook nachtvlinders, en zijn zowel ’s nachts als overdag actief. Vooral in de schemer komen ze in actie en kun je ze soms massaal van bloem naar bloem fladderen. Ze lurken nectar terwijl ze razendsnel blijven klapwieken. Dat doet ze lijken op kolibrievlinders. Gamma-uilen kunnen net als kolibrievlinders vliegend drinken, maar gaan er ook vaak bij zitten, hoewel hun vleugels dan blijven wapperen.

    Overdag zie ik ze vaak laag boven de grond op bloemen zitten, klavers bijvoorbeeld, of – later in de zomer – munt. Dan vliegen ze verstoord voor me op. Ze strijken ‘s nachts neer op kamperfoelie en teunisbloem, twee planten met nachtelijk geopende en geurende bloemen.

    Gamma-uilen zijn trekvlinders uit het Middellandse Zeegebied. Ook daarin lijken ze op kolibrievlinders. En op distelvlinders, wat dan weer dagvlinders zijn. Hoewel het deze lente vaak uit het noorden waaide, zijn gamma-uilen en distelvlinders in groten getale tegen de wind opgetornd. Misschien krijgen we ook nog een invasie van kolibrievlinders.

    Mi-vlinders en gamma-uilen zijn niet de enige vlinders met Latijnse of Griekse belettering. Nachtvlinders kennen hun klassieken! Er bestaat ook een (zeldzame) ni-uil en verder is er de prachtige jota-uil. Die komt op een paar plekken in ons land voor, onder andere in Noord-Drenthe, waar ik woon. Vliegtijd juni en juli, dus kom maar op!

    (Natuurdagboek Trouw, maandag 8 juni ’26)

     

    DELEN

Archief natuurdagboeken

Plezierverzen

  • Speculant

     

    Dat dorpje Moerdijk zou toch met de grond…
    Maar nu is dat ineens niet zeker meer
    Het rijksbeleid zwalkt lukraak heen en weer
    Voor dorpelingen is dat ongezond

    Mij, buitenstaander, raakt het allerminst
    Ik kocht voor halve prijs en maak nu winst

     

     

    DELEN

Archief plezierverzen

Bibliografie

  • Noordkrompen, Zee-engelen en koffieboontjes – een schelpenboek

    voorkant boek Noordkrompen, zeeengelen en koffieboontjesNu verkrijgbaar, mijn boek over schelpen bij Atlas Contact.

    ‘Schelpen! Van rond tot puntig, van minuscuul tot voetbalformaat, van breekbaar tot stevig, van lomp en lijvig tot slank en gestroomlijnd, van glad tot grillig, van wit tot welke kleur ook – dat zulke schitterende sculpturen gemaakt kunnen worden door een snotterig weekdier dat voor negentig procent uit water bestaat verbaast mij nog altijd bij iedere schelp.’

    Er zijn zo’n honderdduizend soorten schelpdieren, in de meest buitenissige vormen en kleuren, en de noordkromp is de heilige graal onder de schelpen. Alleen op Schiermonnikoog kom je deze zeldzame schelp wel eens tegen, vooral na een stevige herfststorm. Een noordkromp vinden is daarom het doel van menig strandwandelaar. En dus ook van Koos Dijksterhuis, die zijn hele leven al gefascineerd is door schelpen. Schelpdieren zijn er te land, te water en ter zee. Maar de meeste leven in zee. Ze zijn er van kolossaal tot minuscuul, tweekleppig of slakvormig, maar wat ze in elk geval gemeen hebben, is een avontuurlijk seks-leven. Veel schelpdieren zijn tegelijk man en vrouw, ze kunnen elkaar tegelijkertijd bevruchten. Sommige kunnen, als ze eenzaam zijn, zelfs zichzelf bevruchten. Oesters doen hun erotische imago eer aan door in een massale orgie tegelijkertijd klaar te komen. Als ze dat doen kleurt de Noordzee melkachtig troebel en deinzen badgasten terug. Koos Dijksterhuis schrijft meeslepend over de schelpdierwereld waarin je het zo gek niet kunt verzinnen, of het komt voor.

    DELEN

Bibliografie lijst / Archief “boekberichten”

  • Selecteer berichten op datum(reeks) en/of op categorie

DELEN