Uitgelicht

Niet alleen schelpen tellen, maar ook er over lezen

Nu verkrijgbaar, mijn boek over schelpen bij Atlas Contact.

voorkant boek Noordkrompen, zeeengelen en koffieboontjes‘Schelpen! Van rond tot puntig, van minuscuul tot voetbalformaat, van breekbaar tot stevig, van lomp en lijvig tot slank en gestroomlijnd, van glad tot grillig, van wit tot welke kleur ook – dat zulke schitterende sculpturen gemaakt kunnen worden door een snotterig weekdier dat voor negentig procent uit water bestaat verbaast mij nog altijd bij iedere schelp.’

Er zijn zo’n honderdduizend soorten schelpdieren, in de meest buitenissige vormen en kleuren, en de noordkromp is de heilige graal onder de schelpen. Lees verder “Niet alleen schelpen tellen, maar ook er over lezen”

Uitgelicht

Lezingencyclus ‘Natuur voor beginners’

Leer de natuur kennen onder leiding van Koos Dijksterhuis.

Kom alles te weten over vogels, planten, bomen, bermen die groeien en leven tussen de bebouwing van de stad, maar ook in de vrije natuur in de Ommelanden en aan het Wad. Na deze cursus herken je moeiteloos een veldmuis of een ringworm en zie je direct het verschil tussen een konijn en een haas.

De vijf lezingen zijn los te bij te wonen en de serie sluit af met een buitenexcursie. Lees verder “Lezingencyclus ‘Natuur voor beginners’”

Wie vindt de (grootste) vliegenzwam?

Vliegenzwammen. Foto Koos Dijksterhuis
Vliegenzwammen. Foto Koos Dijksterhuis

Paddenstoelen zijn er in de felste kleuren en de wonderlijkste vormen, van groot tot klein, van eetbaar tot dodelijk. Er zijn duizenden soorten van, vele zijn heel algemeen, maar vrijwel iedereen denkt bij paddenstoelen toch meteen aan de wipstoel van kabouter Spillebeen: rood met witte stippen.

De vliegenzwam is ‘s lands bekendste paddenstoel en is bovendien gekozen tot paddenstoel van het jaar 2022. De Nederlandse Mycologische Vereniging, de vereniging van paddenstoelenliefhebbers, wil deze herfst samen met andere natuurorganisaties zoveel mogelijk vindplaatsen van vliegenzwammen in kaart brengen. In 1991 en 2000 zijn er ook grote publieksinventarisaties geweest van deze soort. Toen zijn er duizenden nieuwe groeiplaatsen ontdekt. Lees verder “Wie vindt de (grootste) vliegenzwam?”

Oeverloper

Oeverloper + witte kwikstaart. Foto Koos Dijksterhuis
Oeverloper + witte kwikstaart. Foto Koos Dijksterhuis

Oeverlopers doen ons land al een tijdje aan, op doorreis. Die kleine steltlopers zijn gemakkelijk in het vizier te krijgen. Het enige wat je nodig hebt is een oever. Op oevers van basaltblokken of asfalt langs het IJsselmeer bijvoorbeeld. Of langs de grote rivieren. Op een strandje langs een plas, op een kale, eventueel ook grazige oever van een meer, soms zelfs overhuifd door bomen.

Oeverlopers lijken op witgatjes en op bosruiters. Als u die niet kent: ze lijken ook wel wat op tureluurs. Als u die ook niet kent: google even of zoek op in een vogelboek. Een leven zonder zulke elementaire kennis is eh… ahum. Laat ik het anders formuleren: een leven met tureluur en oeverloper is zoveel fijner dan zonder.

Oeverloper. Foto Koos Dijksterhuis
Oeverloper. Foto Koos Dijksterhuis

Oeverlopers zijn grijs van boven en wit van onder, met een grijzige schaduw die van hun schouders naar hun borst wijst. Ze zijn iets lager dan de drie genoemde, gelijkende soorten; het lijkt of ze iets vooroverbuigen en door hun pootjes zakken. Hun witte vleugelstrepen zijn alleen te zien als de vogel wegvliegt. Meestal zie je een oeverloper wegvliegen nadat je hem hebt opgeschrikt van de oever waar je loopt. Met iets gebogen vleugels en een stramme vleugelslag vlucht de vogel laag over het water naar een andere oever. Daar scharrelt hij rond, nadat hij na de landing een paar keer met zijn staart heeft gewipt. Ook tijdens het scharrelen wordt vaak even met de staart gewipt. Dat is een handig herkenningsteken. Hoewel witte kwikstaarten ook met hun staart wippen en vaak aan een oever zitten. En al opereren oeverlopers vaak in hun eentje, ze verdragen een kwikstaart best.

Soms verkeren oeverlopers in gezelschap van één of enkele soortgenoten. Ze zijn in de nazomer het meest te zien. In oktober zakt de trefkans en vanaf november zijn ze echt vertrokken naar Afrika. In april komen de eerste terug. Sommige overzomeren in Nederland maar die broeden dan meestal niet.

(Natuurdagboek Trouw woensdag 21 september ’22)

Zingende fitjaffen

Fitis. Foto Koos Dijksterhuis
Fitis. Foto Koos Dijksterhuis

In deze tijd van het jaar hoor ik na een lange stilte weer regelmatig een tjiftjaf zingen en soms ook een fitis. Zouden het zomervogels zijn die na het opvoeden van hun kroost nog even van zich laten horen, alvorens naar het zuiden weg te trekken? Waarschijnlijk niet.

Tjiftjaf en fitis zijn kleine, groenige zangvogels die veel door boomkruinen en struiken schieten en scharrelen. Ze worden wel loofzangers genoemd. Ze lijken zo sterk op elkaar dat vogelaars ze in het veld wel noteren als ‘fitjaf’. Als ze de vogeltjes al noteren, want zeldzaam zijn ze bepaald niet. Lees verder “Zingende fitjaffen”

Slakken: de kroon de schepping

Segrijnslakken parend. Foto Koos Dijksterhuis
Segrijnslakken parend. Foto Koos Dijksterhuis

Op de foto ziet u twee segrijnslakken, verdiept in hun mystieke eenwording des vlezes (zoals Augustinus het noemde). Waar vogels zich meestal beroepen op een heleboel vluggertjes, doen slakken het een keer heel goed en langdurig; uren zijn ze bezig.

Slakken zijn het meest intelligente design van de schepping. Niet omdat ze zo lang genieten van hun vrijages, maar omdat beide partners zowel de mannelijke als de vrouwelijke rol spelen. Tegelijktijdig nog wel. Lees verder “Slakken: de kroon de schepping”

Rood weeskind in huis

Rood weeskind. Foto Koos Dijksterhuis
Rood weeskind. Foto Koos Dijksterhuis

Een nachtvlinder fladderde pijlsnel weg door de tuin, opgeschrikt uit de klimop waarin ik rommelde. Ik schrik dezer dagen wel vaker nachtvlinders op, meestal huismoeders. Deze leek me grote dan een huismoeder en hij of zij had in de gauwigheid een bonte indruk gemaakt. Een paar dagen later zat er een grote nachtvlinder in huis. We lieten hem of haar zitten en zetten het diertje ’s avonds buiten.

Zo grauw als de vlinder in huis was, zo kleurig rood met zwart bleken zijn achtervleugels te zijn toen hij of zij buiten wegvloog. En net als de vorige maakte deze een bonte indruk. Aan de onderkant hebben de vleugels zwart-witte strepen, vandaar. De naam: rood weeskind. Lees verder “Rood weeskind in huis”