De eekhoorn van opa

Voor ons raam staat een opgezette eekhoorn, die in rond 1920 door mijn opa geschoten zou zijn. Dood blijft ie langer goed dan levend; in het wild leven eekhoorns vaak maar een paar jaar, al zijn er gevallen bekend van bejaarde dieren die de tien haalden. De opgezette gaat al een eeuw mee en ziet er, op wat pluizig haar na, voor zijn leeftijd goed uit.
Mijn opa was een ARP-er: gereformeerd, verzetsman, Trouwlezer, met een onverwoestbaar arbeidsethos en een zwart-witte moraal: niets wat links was deugde. Dat het verzet in de oorlog vaak gepleegd werd door gereformeerden én communisten, negeerde hij. Atypisch voor zijn antirevolutionaire inborst was dat ie graag een borrel dronk en in zijn Opel Commodore reed, nota bene een automerk van de vijand. Drinken en rijden gingen toen nog samen. Als kind reed ik graag met hem mee. …








