Natuurdagboeken op dijksterhuis.net
De avond van een eendagsvlieg

De avond van een eendagsvlieg

Eendagsvlieg. Foto Koos Dijksterhuis
Eendagsvlieg. Foto Koos Dijksterhuis

Hoewel het Natuurdagboek de komende vier weken een zomerpauze neemt, ben ik zelf juist net terug van vakantie. We waren tien dagen in de Italiaanse Alpen, in een niet-toeristisch deel. We verbleven in een hoogbejaard pand op een berghelling. Voor de deur was een natuurstenen terras met zicht op met loofbos bedekte bergen. Links en rechts lagen bloemenweiden. Daar ving een witte kwikstaart prooien: insecten die hij of zij naar een holletje onder de dakpannen bracht.

Tweehonderd meter door de weiden of driehonderd over een pad bracht ons bij een klaterende bergbeek met poelen kraakhelder water. Dat water was ijskoud, wat prettig was om de slopende tropenhitte te compenseren. Wij zaten in de schaduw aan die beek en keken naar de grote gele kwikstaarten die stroomaf- en weer -opwaarts vlogen. Soms passeerde er een waterspreeuw.

Lees Meer Lees Meer

DELEN
In de wind kwispelt het kamgras

In de wind kwispelt het kamgras

Kamgras. Foto Koos Dijksterhuis
Kamgras. Foto Koos Dijksterhuis

Bijna kniehoog staat het kamgras. De pol kwam tevoorschijn op een stukje grasveld waar we vaak lopen – de doorgang tussen twee hogere vegetaties. Vorig jaar stond er een pol op een zandhoop, waar we het gezaaid hadden. Daar staat het nu niet meer, maar kennelijk heeft het zich uitgezaaid.

Ik vind kamgras een charmante grassoort. De halmen zien eruit als een lange, smalle, fijne kam. Halverwege de aar zit vaak een soort insnoering. Het kamgras was eerst lentegroen, daarna geelgroen, vervolgens grijsgroen en toen lila bloeiend.

Nu bloeit het gras voor de tweede keer maar daarna zullen de aren al droog en hard worden. Te hart voor koeien, die grazen liever Engels raaigras. Kamgras groeide ooit in weilanden, toen daar nog tientallen soorten gras door elkaar stonden. Nu groeit daar vrijwel uitsluitend Engels raaigras. Dat is bestand tegen ingespoten drijfmest, groeit snel en is eiwitrijk fastfood voor het vee.

Lees Meer Lees Meer

DELEN
Hebben zeesterren een voorkant?

Hebben zeesterren een voorkant?

Zeesterren. Foto Koos Dijksterhuis
Zeesterren. Foto Koos Dijksterhuis

Soms ligt het strand bezaaid met stervende zeesterren. Die kunnen wel lopen op hun honderden zuignapjes, maar niet snel genoeg om de bij eb terugtrekkende zee bij te houden.

In Zeepaard 86(2), het blad van de Strandwerkgemeenschap, schrijft Bram Langeveld over kruipende zeesterren. Hij vraagt zich af of ze een voorkant hebben en bekijkt daartoe aangespoelde zeesterren met een kruipspoor. Is daar een voorkeursrichting uit af te leiden of gaan zeesterren alle kanten op?

Maar dan nog: hoe bepaal je wat de kruiprichting is? Gewone zeesterren hebben vijf armen. Ze zijn net als zeeëgels vijfzijdig symmetrisch, als een kerstster. Soms wordt een zeesterren met vier armen gevonden. Dat is dan het gevolg van een gevecht of ongeluk, waarbij de zeester een arm heeft verloren. Soms groeien er twee terug in plaats van één. De twee nieuwe armen zien er dan uit alsof ze er tussen gepropt zijn. Heel soms worden er zeesterren gevonden met zeven, acht, en zelfs negen armen.

Lees Meer Lees Meer

DELEN
Grasbijen in de tuin

Grasbijen in de tuin

Grasbij op honingklaver. Foto Koos Dijksterhuis
Grasbij op honingklaver. Foto Koos Dijksterhuis

De grasbij was een Zuid-Nederlandse soort, maar heeft intussen het hele noorden gekoloniseerd. Het is een soort voor de betere tuinen, waar ze in grote aantallen kunnen nestelen. Ook onze tuin hebben ze gevonden. Ze graven holletjes in een niet te dichte grasmat.

Grasbijen, lees ik op wildebijen.nl, vliegen voor hun nectar en stuifmeel op allerlei soorten bomen en planten: ‘wilgen, paardenbloem, klein hoefblad, jacobskruiskruid en boerenwormkruid’. Soorten die in onze tuin staan, behalve klein hoefblad. Dat bloeit vroeg, als er nog weinig grasbijen zijn. Grasbijen vliegen van maart tot september, met twee pieken: april/mei en juli. In april en mei graven grasbijvrouwen hun tunnels in de grond, waarin ze een rijtje broedcellen met een stuifmeelvoorraadje maken. Normaliter brengen bijenlarven daar de winter door, om in de lente te verschijnen als bij. Grasbijen verschijnen twee keer per jaar: in de lente en in de zomer.

Lees Meer Lees Meer

DELEN
Agaat voor de keel

Agaat voor de keel

Druif-agaat-chalcedoon. Foto Koos Dijksterhuis
Druif-agaat-chalcedoon. Foto Koos Dijksterhuis

Uit een nalatenschap kreeg ik een in tweeën gebroken stuk kwarts met het formaat van een kippenei. Het gesteente was gebroken, zodat het fraaie, kristallijne interieur zichtbaar werd.

Ik heb in een gesteentengids gezocht en op internet, en uiteindelijk werd mij op een forum verklapt welke soort kwarts ik had. Het zou agaat-chalcedoon zijn. Druif-agaat-chalcedoon zelfs. De druif slaat op de paarse kleur.

Op de website helenmetstenen.nl lees ik dat agaat en chalcedoon allebei een vorm van kwarts zijn en dat zulks ook geldt voor jaspis. Op een tekening zie ik dat er in een brok kwarts macrokristallijn en microkristallijn te vinden is. Het laatste bevat chalcedoon dat op zijn beurt jaspis en agaat kan bevatten. Chalcedoon is ‘een microkristallijne kwarts met een trigonaal kristalrooster’.

Lees Meer Lees Meer

DELEN
De behangende bladsnijder

De behangende bladsnijder

Grote bladsnijder. Foto Marijke Wempe
Grote bladsnijder. Foto Marijke Wempe

In onze tuin bloeit van alles en daarbij gonst van alles: bijen, hommels, zweefvliegen en kevers. Een bergje zand dat we opwierpen noemen we de keverberg annex bijenbult. Snuitkevers, heersbeestjes en ingekerfde schijnboktorren (wie kent ze niet) zijn er veel.

Onder de bosjes ligt hout te rotten. Ik zette een keer een dik, rottend stuk hout rechtop in het zicht en prompt vloog een grote bonte specht af en aan. Dood hout zit soms barstensvol keverlarven. Die larven knagen gangen door het dode hout, tot ze zich tot kever transformeren en het hout verlaten. Op die plek blijft een gaatje zichtbaar.

Het kon niet uitblijven of wij kregen bezoek van een grote bladsnijder. Dat is een vrij grote bij, met brede voorpootjes en een behaarde borst om stuifmeel mee te verzamelen. Dat borsthaar wordt een buikschuier genoemd. Op de foto staat een mannetje, herkenbaar aan een borstelsnor van Kader Abdollah-achtige allure.

Lees Meer Lees Meer

DELEN
Recht door zeekreeft

Recht door zeekreeft

Zeekreeft. Foto Ron Ates
Zeekreeft. Foto Ron Ates

Ooit woonde ik een lezing bij van een sekte, waar een goede vriend in verstrikt raakte. De sekteleider grasduinde uit occulte clichés en legde lukraak verbanden, waarop het publiek gedwee knikte. Hij deed een spel waarbij je ongemerkt stapjes in zijn richting moest zetten, en als hij je zag bewegen was je af. Eén deelnemer sloop zijdelings voorwaarts.

De sekteleider zei tegen hem: ‘jij bent zeker een kreeft’, wat gelach teweegbracht. Iedereen wist dat kreeften opzij lopen. Of de man echt het sterrenbeeld kreeft had, ben ik vergeten. Het was wel lollig geweest.

Lees Meer Lees Meer

DELEN
Vogels in de wasmand

Vogels in de wasmand

Grote bonte specht. Foto Koos Dijksterhuis

Een hevig geklapwiek klonk door het open raam. De houtduiven waren weer bezig, zeker. Het klapwieken verstomde. Ik keek naar buiten maar zag geen duiven. Wel draafde er een kat weg.

Uren later hing ik in de tuin de was op en zag ik een duif op de grond zitten. Het was een houtduif. Hij of zij zat ineengedoken tegen een bos planten aangedrukt. Toen de was hing, liep ik er voorzichtig heen. De duif haastte zich weg, met één hangende vleugel. Ik zag aan de schouder een beschadiging – daar ontbraken veren. Zo’n verwonding leek me door een kattenklauw veroorzaakt.

Ik belde de dierenambulance Drenthe. Ze zouden komen, maar hoe laat wisten ze niet. Mij werd geadviseerd een wasmand over de duif te plaatsen, om katten weg te houden. De wasmand stond nog buiten, leeg, dat kwam mooi uit. Ik zette hem snel over de terugkrabbelende duif, legde er een handvol vogelvoer bij en schoof een bakje water naar binnen. De kippen kakelden dat zij ook een handje wilden. Vooruit dan maar.

Lees Meer Lees Meer

DELEN
Kale koppen zonder bloed

Kale koppen zonder bloed

Heremietibis met afval als nestmateriaal. Foto Koos Dijksterhuis
Heremietibis met afval als nestmateriaal. Foto Koos Dijksterhuis

Soms komen mensen tot inzicht. Toen de noordelijke kaalkopibis, ook heremietibis genoemd, vrijwel uitgeroeid was, kwam bescherming op gang en werden er fokprogramma’s opgezet.

Ooit was ik in Palmyra, Syrië, en later hoorde ik dat daar een kleine populatie van deze ibissen was ontdekt. Als dat waar is, is die kolonie inmiddels vast weggevaagd, net als de tempels daar.

De laatste tientallen kaalkopibissen huisden wel langs de Eufraat: in Irak, Turkije en Syrië. En ten zuiden en noorden van de stad Agadir in Zuidwest-Marokko.

Lees Meer Lees Meer

DELEN
Dure olie uit het bos

Dure olie uit het bos

Maghrebekster. Foto Koos Dijksterhuis
Maghrebekster. Foto Koos Dijksterhuis

In Zuidwest-Marokko kan het heet zijn, en dan is de schaduw van een arganboom een weldaad. Een arganbomenbos is een halfopen landschap met een onderbegroeiing van grassen en kruiden, dat lijkt op een steeneikenbos in Spanje. Eksters en gaaien gedijen erin.

Omdat arganbomen argannoten produceren, worden de bomen niet gekapt. Uit argannoten perst men arganolie, dat in heel Marokko verkocht wordt in piepkleine flesjes waarvoor je tien, vijftien euro moet neertellen. Het goud van Agadir.

In grotere hoeveelheden is arganolie goedkoper: tachtig euro voor een liter. Daarvoor is dertig kilo noten nodig; de oogst van een hele notenboom. Plukken, kraken, persen: wat een werk. De noten lijken op grote, puntige olijven.

Lees Meer Lees Meer

DELEN