Natuurdagboeken op dijksterhuis.net
Duizenden vuurwantsen

Duizenden vuurwantsen

Vuurwantsen Foto Koos Dijksterhuis
Vuurwantsen. Foto Koos Dijksterhuis

Op zonnige plekken wemelt het van de vuurwantsen. Ik zie ze in mijn oude, mijn nieuwe en in andermans tuin. Ook op straat kom ik ze tegen. Overal zijn vuurwantsen. Ik geloof dat ik in 2008 voor het eerst vuurwantsen zag, in Toscane. In Nederland waren ze toen zeldzaam, want een strenge winter overleefden ze niet. Vuurwantsen waren zuiderlingen, maar rukten zoals meer zuidelijke wantsen op naar noordelijker streken. Ze staken het Kanaal over naar Engeland en komen inmiddels ook in Zweden voor.

Ik ken geen soorten die zich zo succesvol vestigeden als de vuurwants. Noordwaarts verhuizen is één ding, van nul naar honderdduizenden is toch wel een stap. En zag ik de eerste van dit jaar al in maart, de laatste van vorig jaar zag ik in november. Voor een zuidelijke soort die tot voor kort doodvroor vind ik november tot maart een korte winterstop.

Lees Meer Lees Meer

DELEN
(Zwarte) roodstaart

(Zwarte) roodstaart

Zwarte roodstaart Foto Evert Sikkema
Zwarte roodstaart. Foto Evert Sikkema

De lente vordert: appels, kersen, meidoorns en vele andere loofbomen botten uit, sleedoorns en krentenboompjes bloeien, pinksterbloemen en dotters bloeien, hazen rammelen, zwartkopjes zingen. De eerste zwaluw bracht geen zomer maar intussen zijn boerenzwaluwen en oeverzwaluwen met vele uit Afrika gearriveerd. Fitissen druppelen binnen en de rest komt op gang: braamsluipers, vliegenvangers, roodstaarten.

Lees Meer Lees Meer

DELEN
Natuur kan troostrijk zijn

Natuur kan troostrijk zijn

Henk van Halm in IJmuiden Foto Koos Dijksterhuis
Henk van Halm in IJmuiden. Foto Koos Dijksterhuis

Een lezer vroeg mij of ik meer natuurdagboeken kende. Hij overwoog een natuurblog op internet te beginnen. Er bestaan zeker meer natuurdagboeken. Meer dan ooit zelfs, dankzij internet. Op papier zijn er ook genoeg: menig dagblad, nieuwsblad, wijkkrant en sufferdje heeft een natuurrubriek. En op internet zijn de natuurdagboeken niet te tellen, al heten ze vaak anders. Per mail krijg ik ook diverse (on)regelmatig verschijnende natuurverhaaltjes.

Lees Meer Lees Meer

DELEN
Tik tik tik

Tik tik tik

Scholekster Foto Koos Dijksterhuis
Scholekster. Foto Koos Dijksterhuis

Het is lente en dus krijg ik lezerspost over vogels die tegen het raam tikken. Kennelijk wordt mijn Natuurdagboek niet zo intensief gelezen dat men nog van vorig jaar weet waarom vogels dat doen. Men vindt dat getik lollig, maar voor de vogels is het een ernstige zaak.

Ze bedelen niet om een kruimeltje brood, tik tik tik. Een koolmees peutert soms de spinnen onder de kozijnen vandaan, maar ook bij een koolmees zal het meestal om een spiegelgevecht gaan.

Een spiegelstrijd wordt gevoerd tegen het spiegelbeeld, dat iedere aanval even fanatiek afslaat. De tegenstander geeft zich niet gewonnen en gaat pas akkoord met een wapenstilstand als de aanvaller die initieert. Een roodborstje staakt de strijd pas als de rivaal verjaagd is. Dat betekent knokken tot ie niet meer kan. Dat vechten kost bovendien veel tijd die niet besteed kan worden aan voedsel zoeken, partners versieren, nestelen, katten ontwijken. Kortom: een spiegelgevecht is nadelig voor de vechtersbaas.

Lees Meer Lees Meer

DELEN
Tuinsafari

Tuinsafari

Tuin van Koos. Foto Koos Dijksterhuis
Tuin van Koos. Foto Koos Dijksterhuis

Het is opmerkelijk hoeveel soorten planten en dieren ik in mijn kleine stadstuin heb aangetroffen. Ik heb weleens overwogen daar een boek over te maken. Maar ik houd geen lijstjes bij en ik ben niet bezig met soorten tellen. De laatste tijd hoor ik nogal eens dat natuur-angehauchte lieden dat wél doen en na een half jaar zevenhonderd, na een jaar duizend en na twee jaar twaalfhonderd soorten hebben.

Nu we twee derde van ons land voor de meeste soorten onleefbaar hebben gemaakt met mest en vergif, terwijl we de rest bedelven onder asfalt en distributiecentra, zijn tuinen belangrijker dan ooit als leefgebied van wilde planten en dieren. Maar dat de weinige door intratuinen, wegen en andere narigheid geïsoleerde natuurtuintjes zoveel soorten herbergen, verrast mij zeer.

Lees Meer Lees Meer

DELEN
Wilgenstuifmeel voor bijen

Wilgenstuifmeel voor bijen

Wilgenkatjes Foto Koos Dijksterhuis
Wilgenkatjes. Foto Koos Dijksterhuis

De wilgenkatjes met hun zilveren vachtjes zijn clusters van kleine bloemen die intussen uitgebot zijn tot uitbundig gele of ingetogen geelgroene katjes. De eerste bestaan uit meeldraden, de andere uit stampertjes. De eerste groeien aan mannelijke, de tweede aan vrouwelijke wilgen. Tweehuizig, noemen gevorderde floristen dat. De mens is sinds de introductie van Eva ook een tweehuizige soort, al delen beide mensengeslachten vaak één huis, zeker als er nageslacht komt. Tweehuizig is echter een term die alleen voor planten gebruikt wordt.

De tweehuizige wilgen delen geen huis. Ze groeien soms naast elkaar, soms op grotere afstand maar hoe dan ook is er hulp nodig bij de bestuiving. Daarvoor zorgen bijen en andere insecten. De mannelijke katjes zitten vol stuifmeel, dat bijenvrouwen verzamelen om naar hun holletjes te brengen. Die holletjes vinden of graven ze, en richten ze in met cellen waarin ze eitjes leggen met een voorraad stuifmeel als proviand voor de larven die uit de eitjes komen.

Lees Meer Lees Meer

DELEN
Hermelijn

Hermelijn

Hermelijn Foto Edo van Uchelen
Hermelijn. Foto Edo van Uchelen

2024 is door de Zoogdiervereniging uitgeroepen tot het jaar van de hermelijn. De laatste keer dat ik een hermelijn zag is twee jaar geleden. Ik kan me vier hermelijn-waarnemingen herinneren. Daarvan betrof het één keer een hermelijn in witte wintervacht met zwarte staartpunt. Elk zwarte streepje in de kraag van Willem Alexanders jas is een dode hermelijn.

Ik heb lieden horen zeggen dat hermelijnen bestreden moeten worden vanwege de weidevogels. Weidevogels zijn door intensivering van de landbouw uit grote delen van het boerenland verdwenen. Ze trekken zich terug in voor hen beheerde enclaves. Daar trekken ook hermelijnen en andere roofdieren naartoe, omdat die elders nauwelijks nog te eten hebben.

Lees Meer Lees Meer

DELEN
Eieren met een veertje

Eieren met een veertje

Eieren met veertje. Koos Dijksterhuis
Eieren met veertje. Koos Dijksterhuis

In de jaren ’70 werd het scharrelei geïntroduceerd. Consumenten maakten zich zorgen over het dierenleed in de intensieve veehouderij en de sector sprong handig in dit scharrelgat in de markt.

Het scharrelei is dek ik de succesvolste consumentenactie ooit. Het veroverde een marktaandeel van dertig procent. Voor zeventig procent van de eieren werden kippen als vanouds gemarteld. Overvolle hokken in loodsen, afgebrande snavels, afgeknipte vleugels, en een leefomgeving op hellend gaas waar de poep doorheen viel en waar de eieren van afrolden in verzamelgoten.

Zo bleven de eieren lekker schoon, wat de consument prefereerde boven met kippenmest en veertjes besmeurde eieren. Scharreleieren waren lastiger schoon te krijgen, maar kipvriendelijke consumenten vonden zo’n veertje wel authentiek.

Lees Meer Lees Meer

DELEN
Klein maar fijn

Klein maar fijn

Vroegeling. Foto Koos Dijksterhuis
Vroegeling. Foto Koos Dijksterhuis

Al sinds januari bloeien de piepkleine, maar heel fijne bloempjes van de vroegeling, die zijn naam dus eer aandoet. Vroegeling is bescheiden: in ruil voor een sprankje winterlicht, een vleugje winterzonnewarmte en slechts een beetje voeding vertoont het zijn bloempjes: wit met een geel hartje.

U loopt er op kale zandgrond op een zonnig plekje, of op straat zo aan voorbij of zelfs overheen. Als u erop let ziet u rond uw voeten misschien een wittig waas. Hurk dan eens. Zie de acht witte kroonblaadjes, twee aan twee gerangschikt. In wezen zijn het er vier, die diep ingesneden zijn.

Lees Meer Lees Meer

DELEN
Lentezangers

Lentezangers

Fitis. Foto Koos Dijksterhuis
Fitis. Foto Koos Dijksterhuis

Nu in bossen, parken en betere tuinen tjiftjaffen zingen, is het broedseizoen geopend. Tjiftjaffen zijn de eerste Afrikanen die in Nederland arriveren. Ze overwinteren rond de Middellandse Zee, en hoeven de Sahara niet over. Fitissen, die sterk op tjiftjaffen lijken, steken de Sahara wel over en komen pas twee of drie weken na de tjiftjaffen aankakken.

Na het horen van de eerste tjiftjaf, die zijn naam roept, wacht ik altijd met gespitste oren op de eerste fitis. Die zingt een riedeltje dat hoog en opgewekt begint, maar laag en een beetje verdrietig eindigt. Eind maart, begin april is er altijd een ochtend waarop ik een fitis hoor, waarna ik er nog dezelfde dag veel meer hoor, alsof de mannetjes gezamenlijk optrokken en ‘s ochtends vroeg hun posities in wilgenkruinen innamen. Daarvandaan zingen ze hun riedel in de hoop dat de na hen arriverende vrouwtjes hun zang en zangplaats verkiezen boven die van de buurman.

Lees Meer Lees Meer

DELEN