Recensies door anderen
Recensie – Noordkrompen, zee-engelen en koffieboontjes

Recensie – Noordkrompen, zee-engelen en koffieboontjes

Maandag, 16 januari, 2023

Geschreven door: Koos Dijksterhuis
Artikel door: Gerhard C. Cadée

Schelpen en andere weekdieren

[Signalering] Koos Dijksterhuis is al van jongs af schelpenverzamelaar dankzij het vakantiehuisje dat zijn ouders op Schiermonnikoog hadden. Hier verzamelde hij zijn eerste noordkromp, afgebeeld op de voorkant. Hij komt daar nog steeds, maar
verzamelde ook in vele landen en verdiepte zich in de systematiek en vooral de leefwijze van land-, zoetwater- en zeeschelpdieren.

Inktvissen
Voor dit boek bezocht Koos bekende Nederlandse schelpenkenners thuis of ging met hen op excursie. Mede hierdoor kon hij ook uitgebreid ingaan op alle klassen van weekdieren inclusief hun fossiele voorgangers. Dus ook inktvissen, keverslakken en stoottanden komen aan bod en niet alleen de in zee levende, maar ook land- en zoetwaterslakken. Het geheel resulteerde in een prettig leesbaar en zeer informatief boekwerk. Hijzelf denkt dat schelpen zoeken leuker is dan erover lezen. Dat kun je je afvragen, in ieder geval las hijzelf ook graag gezien de uitgebreide literatuurlijst. Dijksterhuis schrijft meeslepend over de schelpenwereld,
warm aanbevolen!

Eerder verschenen op Natura

Origineel hier

DELEN
Recensie – Passie voor schelpen

Recensie – Passie voor schelpen

Passie voor schelpen

4 januari 2023, Marieke Pols [ vismagazine.nl ]

De passie van bioloog Koos Dijksterhuis voor schelpdieren begon al vroeg. Hij kreeg als klein  jongetje de schelpenverzamelwoede met de paplepel ingegoten. Rond zijn achtste nam dit serieuze vormen aan. De fascinatie hield stand en leidde tot een boek over schelpen: ‘Noordkrompen, zee-engelen en koffieboontjes’.

Er bestaan zo’n honderdduizend schelpensoorten. “Van rond tot puntig, van minuscuul tot voetbalformaat, van breekbaar tot stevig, van lomp en lijvig tot slank en gestroomlijnd, van glad tot grillig, van wit tot welke kleur dan ook.” De noordkromp is het mooist volgens Dijksterhuis en die schelp was het doel van de vele zoektochten die hij met zijn familie ondernam op Schiermonnikoog, de beste plaats in Nederland om een noordkromp te vinden. “Als kind rende ik met joekels van strandgapers naar mijn grote broer, in de hoop dat het een noordkromp was.” Ondertussen heeft hij tientallen noordkrompen gevonden op de Schier. Opvallend genoeg voornamelijk linkerkleppen, want het lijkt erop dat de zeestroom minder grip krijgt op de rechterkleppen.

Het boek is een aaneenschakeling van dergelijke interessante weetjes. Dijksterhuis schrijft over de intelligentie van de octopus, over de vrouwelijke argonaut die meerdere penissen van haar partners kan bewaren die ze  gebruikt om vaker haar eitjes te bevruchten en over de relatie tussen de kauri en de slavenhandel. Hij vertelt over de alikruik, die een dikkere schelp ontwikkelde vanwege de aanvallen van strandkrabben en de kracht van de schaalhoren (dat zijn echte krachtpatsers).

Dijksterhuis beschrijft de schelpenwereld in een doorlopend verhaal onderverdeeld in verschillende hoofdstukken zoals Stevige weekdieren, Inktvissen, Tweekleppigen en Slakken. Hij vertelt over – voor de visspecialist – bekende soorten als de oester en mossel, maar ook over nonnetjes, koffieboontjes en gapers. In het boek staan veel foto’s, en Dijksterhuis weet op aanschouwelijke wijze over de schelpenwereld te vertellen. Bijvoorbeeld: “Nautilussen sluiten bij gevaar hun schelpopening af met een zogenaamde hoed, die ze op een ridder met een dichtgeklapt vizier doet lijken.” Of over de tong van de tepelhoorn, een roofslak. “Dat is een ruwe, ronde, stevige boortong, bedekt met duizenden tandjes. Die wordt heen en weer gedraaid in eindeloos geduld, en raspt een rond gaatje door de schelp.”

‘Noordkrompen, Zee-engelen en Koffieboontjes’ is allesbehalve een taai wetenschappelijk boek. Dijksterhuis combineert moeiteloos zijn eigen ervaringen en avonturen met literatuur en verhalen van andere Nederlandse schelpenliefhebbers. Het deed me denken aan een oude docent van mij die in prachtige volzinnen verhalen over de geschiedenis vertelde, af en toe even uitweidend over een aanverwant onderwerp maar altijd weer terugkomend op de kern van het verhaal.

Wat mij betreft weet Dijksterhuis zijn fascinatie voor schelpendieren uitstekend over te brengen. Na het lezen van dit boek wil ik niets liever dan afreizen naar Schier voor een schelpenspeurtocht. Op zoek naar de Noordkromp.

ISBN 9789045041230 | Prijs 27,99

Dit boek is te koop bij Libris of andere lokale boekhandels. Steun de boekhandel en koop lokaal! 

DELEN
Recensie – Handboek voor natuurwandelingen, in Boekenkrant

Recensie – Handboek voor natuurwandelingen, in Boekenkrant

Maandag, 9 april, 2018

Geschreven door: Koos Dijksterhuis
Artikel door: Anne van Kessel

Verwonderd wandelen in Nederland

[Recensie] In zijn nieuwste boek beschrijft Koos Dijksterhuis twaalf wandelingen door verschillende Nederlandse landschappen. Hij beschrijft uitgebreid wat hij ziet en doet en is daarmee een erg goede gids. Soms wordt de informatie alleen iets te veel en zou je willen dat je gewoon van de natuur kon genieten.

De Nederlandse natuur is populair. Boswachters doen het goed op twitter en instagram en zijn regelmatig te horen op de radio, we duiken massaal de bioscoop in voor films als De nieuwe wildernis en De wilde stad en het thema van de Boekenweek dit jaar was niet voor niets ‘Natuur’. De boeken over de Nederlandse natuur kunnen dan niet achterblijven. Handboek voor natuurwandelingen is er zo eentje.

In dit boek beschrijft bioloog en journalist Koos Dijksterhuis twaalf wandelingen door de Nederlandse natuur. Ze voeren ieder door een verschillend landschap: strand en duin, bos, akkerland, weiland, hei, plassen, moeras, rivier, kwelder, beekdalen, heuvelland en stad. Hij beschrijft hoe het landschap is ontstaan en door de jaren heen veranderd is, wat de schadelijke invloed van de mens op de natuur is, maar ook wat je allemaal kunt tegenkomen als je aandacht hebt voor je omgeving. Om die reden loopt Dijksterhuis eigenlijk altijd alleen. Hij vertelt veel over alles wat hij ziet. En ook al geeft hij in zijn voorwoord aan ‘van veel een beetje te weten’, het lijkt soms alsof hij alles wat hij weet ook wil vertellen.

Ik ben niet anders gewend dan samen te wandelen. En had aan mijn ouders gidsen van dezelfde kwaliteit als Dijksterhuis. Mijn ouders zijn beiden bioloog en beiden werkten ze jarenlang als docent. Op vakanties wandelden we bijna iedere dag. Mijn moeder speurde met haar haviksogen de lucht af en mijn vader zocht naar amfibieën en reptielen. Ik leerde het verschil tussen hagedissen en salamanders en verwonderde me over de pootloze hazelworm. Nog steeds weten ze me tijdens wandeltochten van alles te vertellen dat ik zelf niet weet. Maar we liepen ook veel in stilte. Omdat je dan het meeste ziet. Terwijl ik het boek van Dijksterhuis lees, wandel ik in gedachten door de prachtige natuur die hij omschrijft, maar dan met een gids die in zijn enthousiasme niet weet wanneer hij beter kan zwijgen.

 Leuke weetjes

Het boek bevat ontzettend veel interessante feitjes (“Linnaeus beschreef de otterschelp als eerste en wilde hem Lutaria noemen. Hij schreef per ongeluk Lutraria, wat otter betekent.”), alsook leuke feitjes (“Izabel is een kleur die vaak in vogelboeken voorkomt, om de kleur van een vogel aan te duiden. Het is de kleur van perziken en blozende wangen.”), maar de informatiedichtheid is voor mij iets té hoog. Het zou denk ik een hoop schelen als een deel van de informatie zou zijn afgebeeld in de vorm van foto’s of tekeningen.

Ook zou ik zo graag de wandelingen die erin staan zelf eens maken. Er staan weliswaar routekaartjes aan het begin van ieder hoofdstuk, maar die lezen meer als een schatkaart. In het voorwoord legt Dijksterhuis uit dat dit bewust is gedaan, omdat hij zelf voorgeschreven routes graag aan zijn wandelschoen lapt en dat niemand wil onthouden. Toch zouden die voor de minder ervaren wandelaar best goed van pas kunnen komen.

Eerder verschenen op Kennislink

Originele recensie hier

DELEN
Recensie vogeltijdschrift Limosa

Recensie vogeltijdschrift Limosa

Binnenkort in vogeltijdschrift Limosa, door Leo Zwarts

tijdschrift van de Nederlandse Ornithologische Unie : http://nou.natuurinfo.nl/

Een Groenlander in Afrika. De wonderbaarlijke reis van de drieteenstrandloper. Koos Dijksterhuis.ISBN 978 90 351 3424 9. Uitgeverij Bert Bakker. Prijs € 22,50.

Nadat Jeroen Reneerkens zijn promotieonderzoek aan kanoetstrandlopers had afgerond, begon hij in 2007 met een onderzoek aan Drieteenstrandlopers. Om de vogels te kunnen volgen reisde hij ze achterna naar hun Arctische broedgebieden en hun Afrikaanse wintergebieden. Hij ontdekte dat het de ideale vogelsoort is om zowel de trek- als de broedbiologie te bestuderen. Koos Dijksterhuis schreef over Reneerkens’ onderzoek een boek, “Een Groenlander in Afrika”. Drieteentjes zitten elk jaar langer in Afrika dan op Groenland, maar hij kon het boek niet “Een Afrikaan op Groenland” noemen, want een boek met die titel was al geschreven door de Togolees Tété-Michel Kpomassie over zijn belevenissen op Groenland (in 1984 in vertaling verschenen bij Uitgeverij Veen).

Het boek begint op Vlieland in februari 2007 en eindigt in oktober 2009 op Schiermonnikoog. In die tussentijd maakt Dijksterhuis, samen met Reneerkens, in de zomer vier reizen naar Groenland en IJsland, en in de winter twee reizen naar Mauritanië en Ghana. Als je het boek hebt gelezen weet je veel over drieteentjes, hun broedbiologie, hun trekwegen, enz. Je bent zelfs volledig up to date, want de allernieuwste onderzoeksresultaten zijn in het boek verwerkt. Al die informatie wordt op heel makkelijk leesbare wijze gebracht. Ook voor een niet-vogelaar is het een onderhoudend boek vol met grappige en interessante verhalen.

Dijksterhuis heeft een prachtige beschrijving gegeven van veldbiologisch onderzoek. Veldwerk is niet altijd een pretje, vooral als je dag en nacht door muggen wordt belaagd en dat roept vanzelf de vraag op “waarom doen we het allemaal?”. Reneerkens legt uit dat we zonder kennis van de natuur, deze niet goed kunnen beschermen. Die kennis moet dan wel beschikbaar zijn en dus moeten de gegevens worden uitgewerkt en opgeschreven. Maar dat is niet voldoende. De artikelen in de vaktijdschriften moeten ook worden “vertaald” voor een breder publiek. En dat is precies wat Dijksterhuis in deze 364 bladzijden heel knap heeft gedaan. De 30 kleurenfoto’s zijn goed gekozen. Een warm aanbevolen vogelreisboek. – Leo Zwarts

DELEN