Natuurdagboek

Aanbevolen
Ze heeft het zelf niet uitgekiend hoe stoere taal de vrede dient

Ze heeft het zelf niet uitgekiend hoe stoere taal de vrede dient

Eens

Minister Faber maakt het al te dol
Ze zegt althans geen liefdevolle dingen
Die zal niet snel een toontje lager zingen
Zij heeft haar woordje klaar maar weinig wol

Al uit ze zich beslist niet fijnbesneden
Al dreigt ze nog zo vaak met iets gemeens
Al staat ze met gebalde vuist wijdbeens
Zij dient met haar gespierde taal de vrede

Want iedereen beaamt: ze doet geen drol
We zijn het eens; haar woorden blijken hol

 

 

 

 

 

 

 

 

DELEN
Tortelende tortels

Tortelende tortels

Turkse tortels. Foto Koos Dijksterhuis
Turkse tortels. Foto Koos Dijksterhuis

Voor Turkse tortels heb ik een zwak. Nu heb ik een zwak voor al wat leeft. Maar ik heb een iets zwakker hart voor dieren, een nog zwakker hart voor wilde dieren, het zwakste hart voor vogels en het allerzwakste voor duiven, waarvan de Turkse tortel misschien wel het aller-aller… enfin, ik vind ze leuk.

Tortelduifjes worden geassocieerd met verliefde stelletjes, en terecht. Verliefde stelletjes kunnen overigens nogal saai zijn voor wie er geen deel van uitmaakt. Tortels blijven als paartje het hele jaar en hun hele leven samen en zijn vanaf februari vaak te zien, terwijl ze gezellig tegen elkaar aan schurken. Soms grijpen ze elkaar bij de snavels en bewegen ze hun koppen alsof ze tongzoenen. Ze leveren dan lekkernijen uit. Zo voeren ze de eerste dagen jongen, met melk uit hun krop.

Lees Meer Lees Meer

DELEN
Waar is de mol?

Waar is de mol?

Molshopen. Foto Koos Dijksterhuis
Molshopen. Foto Koos Dijksterhuis

Toen wij bijna twee jaar geleden ons huis betrokken, viel het ons op dat het aangrenzende gras van de buren vol met molshopen zat, terwijl ons gras ervan gevrijwaard bleef. Het leek alsof een ondergronds voortdenderende mol op de perceelgrens terugdeinsde. Bovengronds is het één groot grasveld, maar vlak onder de grond vonden we een blauw gecoate elektriciteitsdraad, een barrière die zo’n eeuwig ronddrenzende grasmaaier tegenhoudt. Zouden de mollen van de buren die elektriciteit voelen?

Nu troffen we van de vorige bewoners een garage vol vergif aan, tegen allerlei levensvormen. Mossen, paddenstoelen, wilde planten, slakken en insecten werden kennelijk als de vijand beschouwd, die met chemische wapenen bestreden diende te worden. Er zat zelfs een lading DDT bij, dat al sinds 1969 verboden is.

Lees Meer Lees Meer

DELEN
Vogeltentoonstelling is klein maar fijn

Vogeltentoonstelling is klein maar fijn

De vredesduif van Picasso Foto Kos Dijksterhuis
De vredesduif van Picasso. Foto Kos Dijksterhuis

In het Haagse Mauritshuis is een expositie ingericht met als titel Birds (Vogels). Daar wil ik naartoe. Ik speur op (oude) schilderijen altijd naar vogels, insecten, wilde bloemen en andere wezens uit de natuur. Soms zijn die symbolisch, soms decoratief, soms essentieel.

In veel culinaire taferelen op oude meesterwerken vinden de door de adel gewaardeerde pauwen en fazanten hun laatste rustplaats. Ook patrijzen, zomertalingen, kemphanen en kieviten zijn vaak van de partij. Die vier soorten waren in vervlogen tijden algemeen. In hoeverre de jacht de hoeveelheid wilde vogels beperkte, hangt af per soort. Van de vier genoemde ligt de teloorgang vooral aan de verdwijning van hun agrarische leefgebied.

Lees Meer Lees Meer

DELEN
Vinken leggen vroeg

Vinken leggen vroeg

Vink. Foto Koos Dijksterhuis
Vink. Foto Koos Dijksterhuis

Dinsdag 18 februari hoorde ik de eerste vinkenslag. Die begon aarzelend. Ik liep door de tuin en dacht even: wat is dat ook alweer? Toen sloeg hij zijn slag al wat beter en herkende ik hem. Ik moet elke lente veel vogelliedjes opnieuw leren kennen. Voor de vogeltellers die op strategische plekken staan en tientallen overvliegende trekvogels aan een piepje herkennen voel ik grote bewondering.

Maar een oefenende vink valt binnen mijn hoorgeheugen. Die dag was het weliswaar ijzig koud, maar het waaide weinig en de zon brak door. Dan willen vinken wel slaan. Ik hoorde nog minstens twee andere. De vinkenslag is een luide riedel van hoog naar laag, met weer een slag omhoog als uitsmijter. Echt mooi vind ik het niet, maar lelijk ook beslist niet, en als lentebode vind ik de eerste slag verheugend.

Lees Meer Lees Meer

DELEN
Lentebode in de sneeuw

Lentebode in de sneeuw

Winterakoniet in sneeuw. Foto Koos Dijksterhuis
Winterakoniet in sneeuw. Foto Koos Dijksterhuis

De lente begon laat dit jaar, maar toen 20 februari het kwik enkele graden boven nul steeg, kon de popelende wachtkamer aan de slag. Speenkruid had zijn hartvormige blaadjes al klaarstaan. Klein hoefblad trappelde vlak onder het maaiveld van ongeduld. Wilgen- en populierenknoppen stonden op springen, sterhyacinten en forsythia’s kregen er een kleur van.

Gek genoeg kwam hier in januari, tijdens een zacht intermezzo van dooi, al een paardenbloem in bloei. Maar de rest wachtte op betere tijden. Zelfs sneeuwklokjes kwamen pas midden februari massaal in bloei. Anders dan deze haantjes de voorste zijn de vroegste bloeiers vaak geel. Winterjasmijn, forsythia, speenkruid, klein hoefblad, en als laatste maar zeker niet minste: winterakoniet. Allemaal geel, waarschijnlijk omdat vroege insecten dat goed zien.

Lees Meer Lees Meer

DELEN
Majestueuze zeearend

Majestueuze zeearend

Zeearend. Foto Koos Dijksterhuis
Zeearend. Foto Koos Dijksterhuis

Al drie weken had ik ze niet gezien, en al had het vaak gemist, ik kreeg hun nest wel regelmatig in het oog. Maar de zeearenden niet. Eerder zag ik er regelmatig een op een kale tak of in een boomkruin zitten. Soms zag ik een zeearend vliegen. Als ik er één zag, kon het zijn dat de ander op het nest zat. Als ik er geen zag, kon het zijn dat de een op het nest zat, terwijl de ander de kost verdiende door een karper, meerkoet of gans achterna te zitten.

Het arendsnest is van twee kanten zichtbaar, op grote en op geringe afstand: een enorme takkenbos. Het bevat waarschijnlijk een holte, een kuil, die te diep is om te zien of er een vogel opzit. Van de geringe afstand is dat al helemaal niet te zien. Van verre was bij helder licht door de kijker heel soms een over de rand glurende kop te zien.

Lees Meer Lees Meer

DELEN
Sleetje rijden

Sleetje rijden

Sleetje rijden. Foto Koos Dijksterhuis
Sleetje rijden. Foto Koos Dijksterhuis

Ooit logeerde ik in onderzoeksstation Zackenberg, Noordoost-Groenland, twintig kilometer van de Deense basis Daneborg. Ik arriveerde begin juni, kort voor de hondensleden.

Vanuit Daneborg inspecteren Deense commando’s met hondensleden de tweeduizend kilometer lange kust van het onbewoonde Noordoost-Groenland. Van november tot juni gaan deze Sirius-patrouilles op pad: zes sleden met elk twee commando’s en twaalf honden.

Ze controleren en bevoorraden vijftig voormalige pelsjagershutten, die ingericht zijn voor verdwaalden. Op een uur lopen van ons station staat zo’n hut. Er is voedsel en een kachel vol brandhout. Eén lucifer is genoeg. Uit het doosje dat klaarligt steken er twee. Als je bevroren vingers hebt, kun je ze tussen je tanden klemmen.

Lees Meer Lees Meer

DELEN
Nachtvlindertje warmt zich op

Nachtvlindertje warmt zich op

Kleine voorjaarsspanner. Foto Koos Dijksterhuis
Kleine voorjaarsspanner. Foto Koos Dijksterhuis

Het is weer tijd voor de kleine voorjaarsspanner. In februari krijgt deze nachtvlinder het estafettestokje van de kleine wintervlinder. In een oud loofbos kwam ik dit exemplaar tegen, een mannetje dat waarschijnlijk nog maar net uit de grond was gekropen. Het zat op een stronk, in het middagzonnetje, dat voor het eerst na een week of vijf scheen.

Het was nochtans min 1 graden, maar in de stralingswarmte van de zon en wellicht een graadje warmte uit de verterende boomstronk, zal hij het best redden. Zo’n winterse nachtvlinder heeft genoeg antivries in z’n lijf om een lichte nachtvorst te overleven. Verder hoeft ie niet zoveel. Alleen paren.

Lees Meer Lees Meer

DELEN
Blij met de gewoonste tuinvogels

Blij met de gewoonste tuinvogels

Huismussen. Foto Koos Dijksterhuis
Huismussen. Foto Koos Dijksterhuis

Laatst schreef ik over de tuinvogeltelling en merkte ik op dat we geen huismussen in de tuin hadden. Daags erna verscheen er een zwermpje en dat heeft het wel naar zijn zin. Ik zie de mussen dagelijks. Ze tjilpen en hippen rond, eten zaadjes en snorren van tijd tot tijd de hulst in.

Merels zijn er ook steeds, soms zes tegelijk: drie mannen en drie vrouwen. Misschien zijn het drie stelletjes. Maar de mannen zingen nog niet, dus het liefdesgedoe houdt hen nog niet bezig. Misschien zijn het overwinteraars uit Zweden.

Spreeuwen schuimen samen met de merels het gras af. Ook de spreeuwen zijn met hun zessen. De merels zoeken regenwormen, de spreeuwen emelten, al zullen ze vast weleens van prooi wisselen. Emelten zijn de larven van langpootmuggen.

Lees Meer Lees Meer

DELEN
Een beetje kleur in de winter

Een beetje kleur in de winter

Klein kruiskruid Foto Koos Dijksterhuis
Klein kruiskruid. Foto Koos Dijksterhuis

Hoewel de meeste planten ’s winters rusten als rozet, knop, knol of bol, zijn er soorten die de hele winter bloeien, zoals klein kruiskruid. Hoewel het door veel tuinierders als onkruid wordt verwijderd, heet ik die winterbloeier welkom.

Klein kruiskruid is inderdaad klein, veel kleiner dan bijvoorbeeld Jakobskruiskruid. En het bloeit op bescheiden wijze. Het spreidt zijn samengestelde bloempjes niet uit tot een zonnetje, zoals de eerste paardenbloemen en klein hoefblad, die onder de sneeuw al aan het popelen waren. Klein kruiskruid bloeit alleen met buisbloemen, hoewel het heel zelden ook lintbloemen vormt.

Lees Meer Lees Meer

DELEN