Natuurdagboek

Aanbevolen
Ze heeft het zelf niet uitgekiend hoe stoere taal de vrede dient

Ze heeft het zelf niet uitgekiend hoe stoere taal de vrede dient

Eens

Minister Faber maakt het al te dol
Ze zegt althans geen liefdevolle dingen
Die zal niet snel een toontje lager zingen
Zij heeft haar woordje klaar maar weinig wol

Al uit ze zich beslist niet fijnbesneden
Al dreigt ze nog zo vaak met iets gemeens
Al staat ze met gebalde vuist wijdbeens
Zij dient met haar gespierde taal de vrede

Want iedereen beaamt: ze doet geen drol
We zijn het eens; haar woorden blijken hol

 

 

 

 

 

 

 

 

DELEN
De eekhoorn van opa

De eekhoorn van opa

Eekhoorn opgezet. Foto Koos Dijksterhuis
Eekhoorn opgezet. Foto Koos Dijksterhuis

Voor ons raam staat een opgezette eekhoorn, die in rond 1920 door mijn opa geschoten zou zijn. Dood blijft ie langer goed dan levend; in het wild leven eekhoorns vaak maar een paar jaar, al zijn er gevallen bekend van bejaarde dieren die de tien haalden. De opgezette gaat al een eeuw mee en ziet er, op wat pluizig haar na, voor zijn leeftijd goed uit.

Mijn opa was een ARP-er: gereformeerd, verzetsman, Trouwlezer, met een onverwoestbaar arbeidsethos en een zwart-witte moraal: niets wat links was deugde. Dat het verzet in de oorlog vaak gepleegd werd door gereformeerden én communisten, negeerde hij. Atypisch voor zijn antirevolutionaire inborst was dat ie graag een borrel dronk en in zijn Opel Commodore reed, nota bene een automerk van de vijand. Drinken en rijden gingen toen nog samen. Als kind reed ik graag met hem mee.

Lees Meer Lees Meer

DELEN
Geelpoothoornaar – probleem?

Geelpoothoornaar – probleem?

Geelpoothoornaar ssp. nigrithorax Foto Jeanette Essink
Geelpoothoornaar ssp. nigrithorax. Foto Jeanette Essink

Als één dier de Nederlandse gemoederen weet te beroeren, dan is het wel de Aziatische hoornaar. Omdat er meerdere soorten hoornaars uit Azië zijn, kunnen we die ene die de gemoederen beroert beter geelpoothoornaar noemen. Dat vinden de insectenkenners Aglaia Bouwman, Jan Wieringa en Wouter van Steenis. Zij bespreken in tijdschrift De Levende Natuur de fabels en feiten rond deze wesp.

Feit: De geelpoothoornaars zijn onbedoeld uit het oosten ingevoerd. In 2004 zijn de eerste nesten ontdekt in Frankrijk, ‘bij een bonsaikweker die Chinees aardewerk importeerde’. In 2017 werd de eerste geelpoot in Nederland gezien. Intussen zitten ze overal, maar vooral in de zuidelijke helft des lands.

Lees Meer Lees Meer

DELEN
Stroop

Stroop

Trump geeft een etentje
Willem en Maxima
Smullen van stoofvlees
Met paddenstoelsaus

Stroop om de mond slijmend
Wittehuisvriendelijk
Doe mij in dit geval
Toch maar de paus

 

 

DELEN
De koddige steenuil

De koddige steenuil

Steenuil Foto Koos Dijksterhuis
Steenuil. Foto Koos Dijksterhuis

Eén van de koddigste vogels die we in Nederland hebben is de steenuil. Dit is objectief vast te stellen, als verhouding hoogte-breedte. Oftewel: hoe ronder, des te koddiger. Daarom vinden we roodborstjes en staartmezen ook zo schattig, veel schattiger dan heggemussen of koolmezen. Een steenuil die vanaf een dak de omgeving in de gaten houdt, en zijn of haar helderziende ogen op de argeloze voorbijganger richt… wel, die moet de voorbijganger wel blij maken, toch?

Al zijn er vast die zich ongemakkelijk voelen onder die borende blik. Wij mensen kijken elkaar liever niet aan. Stel je voor dat je eens contact maakt! Nee, dat vermijden we liever, straks worden we nog afgewezen of zelfs afgesnauwd. En dan die lange poten. Handig om mee door het gras te rennen als je een regenworm ziet, maar schattig zijn ze niet. Minpuntje. Dan is een dwerguiltje toch net iets… dat zijn de roodborstjes onder de uilen. Maar hé, dwerguiltjes komen hier niet voor.

Lees Meer Lees Meer

DELEN
Mij brengt de eerste zwaluw de lente

Mij brengt de eerste zwaluw de lente

Boerenzwaluw Foto Koos Dijksterhuis
Boerenzwaluw. Foto Koos Dijksterhuis

Ooit was ik in de herfst in West-Afrika en daar zag ik boerenzwaluwen. Die broeden in Europa maar overwinteren in tropisch Afrika, tot in Angola aan toe. Daar worden de seizoenen meer door regentijden bepaald dan door daglengten. De zwaluwen brengen er geen zomer. Ze broeden er ook niet, maar jagen er boven de regenwouden op insecten. Wat ze aan malariamuggen wegwerken voorkomt misschien wel meer ellende dan de klamboes die Bill Gates uitdeelt.

Bij ons broeden ze wel, van april tot september. Begin oktober vertrekken ze en in maart en april keren ze weer. De eerste boerenzwaluw is weken geleden al gezien, met de wind in de rug over het strand van Zeeuws-Vlaanderen. Of die de zomer bracht? Het broedseizoen nadert en één moet de eerste zijn. Ik kijk altijd uit naar hun komst. De eerste zwaluw brengt mij de lente.

Lees Meer Lees Meer

DELEN
Zadelzwam – niet op zitten!

Zadelzwam – niet op zitten!

Zadelzwam. Foto Koos Dijksterhuis
Zadelzwam. Foto Koos Dijksterhuis

Stel dat er een vrachtwagen langs een beuk, wilg, iep, esdoorn of es schuurt, en een strookje boombast van de stam stoot. Dan zou zich op de wond een spore van een zadelzwam kunnen vestigen. In de lente en zomer kan daar vervolgens een paddenstoel uit de wond schieten. Van eiken zijn de zwammen minder gecharmeerd – dat hout is ook zo hard. De es is de meest geliefde groeiplaats van zadelzwammen.

Als een zadelzwam ontspruit, zal de boom het uiteindelijk niet overleven. Maar dan was die boom al niet bijster fit meer. Gezonde bomen weten zadelzwammen meestal wel buiten de deur te houden. Eenmaal gevestigd, dan dringt de paddenstoel met zijn zwamvlok het hout in, dat gaat rotten.

Lees Meer Lees Meer

DELEN
Roodborsttapuit

Roodborsttapuit

Roodborsttapuit. Foto Koos Dijksterhuis
Roodborsttapuit. Foto Koos Dijksterhuis

Op 6 maart zag ik mijn eerste roodborsttapuit dit jaar. Het was een zingend mannetje dat zwierige baltsvluchten maakte. Een vrouwtje was nabij. Op 8 maart zag ik weer twee roodborsttapuiten, twee kilometer verderop. De vorige twee lentes zag ik op die plekken ook vaak roodborsttapuiten.

Roodborsttapuiten zie ik vaker dan in mijn jonge jaren. Ze voeren wel bij natuurontwikkeling, waarbij voedselrijke landbouwgrond verwilderde. Roodborsttapuiten houden erg van zulke verruigende velden, met planten, struiken, hier en daar een boom of paaltje als uitkijkpost.

De mannetjes zijn prachtig rood, zwart en wit. Ze zingen een aardig, afwisselend deuntje en ze roepen een scherp ‘tik!’ Alsof je twee kiezelsteentjes tegen elkaar slaat.

Lees Meer Lees Meer

DELEN
Bordeauxrode sneeuw

Bordeauxrode sneeuw

Populier katjes. Foto Koos Dijksterhuis
Populier katjes. Foto Koos Dijksterhuis

De populieren bloeien of zijn net uitgebloeid. Populieren worden vanouds veel aangeplant, en helaas zijn dat meestal Canadese of Italiaanse populieren. Voor plantsoenen zijn witte abelen meer in zwang: ook een populierensoort.

Niet dat er geen inheemse populieren zijn, integendeel: als er één inheemse bomenfamilie is… Je zou zwarte populieren ’s lands oerbomen kunnen noemen. Denkend aan Holland zag Marsman ze als pluimen aan den einder staan. Zwarte populieren zijn zeldzaam geworden.

Lees Meer Lees Meer

DELEN
Een lust voor oog en neus

Een lust voor oog en neus

Maarts viooltje. Foto Koos Dijksterhuis
Maarts viooltje. Foto Koos Dijksterhuis

De eerste wilde viooltjes die in bloei komen zijn de maarts(e) viooltjes. Die kunnen met hun allen de grond onder een nog kaal loofbos paars doen kleuren. Ook in de tuin zijn ze prachtig. Paars is trouwens een te gemakzuchtige benaming van de kleur, die meer naar blauw neigt dan naar rood. Het is dan ook violet. Sterker nog: die kleur zou zelfs naar de plantenfamilie genoemd kunnen zijn, omdat veel soorten viooltjes violet zijn. Toch lijkt het waarschijnlijker dat de planten naar de kleur zijn genoemd. Het woord violet is terug te voeren op Middeleeuws Frans. Met een muziekinstrument heeft dat voor zover bekend niets te maken, die viool stamt uit het Italiaans.

Lees Meer Lees Meer

DELEN
Kranige sterfte

Kranige sterfte

Kraanvogel met jong. Foto Koos Dijksterhuis
Kraanvogel met jong. Foto Koos Dijksterhuis

Als jonge vogelaar zag ik nooit kraanvogels. Ik hoorde soms dat anderen kraanvogels hadden gezien. Dat waren altijd overvliegende vogels tijdens de trektijd, en altijd boven Zuidoost-Nederland.

De eerste keer dat ik in Nederland kraanvogels zag, was begin april, midden jaren negentig. Ik reisde van mijn moeders verjaardag terug naar Groningen en zag in Drenthe uit de trein twee kraanvogels in een weiland. Ik geloofde het bijna niet. Niemand in de volle wagon leek ze op te merken.

Lees Meer Lees Meer

DELEN