200 paardenbloemen

200 paardenbloemen

Paardenbloem met kleine vuurvlinder. Foto Koos Dijksterhuis
Paardenbloem met kleine vuurvlinder. Foto Koos Dijksterhuis

Zondag is het de dag van de paardenbloem. Een jaar of wat geleden heeft Karst Meijer van het Friese Herbarium te Wolvega deze dag in het leven geroepen ter ere van de meest onderschatte en soortenrijkste bloemenfamilie van Nederland.

Die soortenrijkdom komt door de vele microsoorten, Meijer onderscheidt in Nederland zo’n tweehonderd verschillende. Die zouden misschien onderling kunnen kruisen, maar doen het niet. Ze planten zich ongeslachtelijk voort. De meest verwante worden bij elkaar gerangschikt in zogenoemde secties. Er zijn tien hoofdsecties. En die verschillen vaak sterk van uiterlijk.

Lees Meer Lees Meer

DELEN
Het loopt wel los

Het loopt wel los

Reeën Biesbosch. Foto Koos Dijksterhuis
Reeën Biesbosch. Foto Koos Dijksterhuis

In april verliezen reeën hun wintervacht. Ze zien er mottig uit. De reekalveren van vorig jaar worden door hun moeders verjaagd. Ze moeten op eigen poten staan. Of op eigen benen, in jagerslatijn. Als hertensoort zijn reeën toch edele dieren? Het weerhoudt de in gevechtstenue uitgedoste mannen er niet van ze dood te schieten. Jagerslatijn is een potpourri vol eufemismen. De knallende kerels kunnen niet tegen het bloed dat ze laten vloeien; dat noemen ze zweet.

Het excuus voor de jacht op reeën is dat er ‘te veel’ zijn. Er zijn naar schatting ruim honderdduizend reeën in Nederland, waarvan jaarlijks ongeveer een tiende wordt doodgeschoten. Dat is minder dan tien jaar geleden, en minder dan de natuurlijke aanwas. Sommige provincies sloten de reeënjacht. Voor een verstorende en lawaaiige hobby als de jacht is de Nederlandse natuur simpelweg te klein.

Lees Meer Lees Meer

DELEN
Kemphaan over de kling

Kemphaan over de kling

Kemphaan. Foto Koos Dijksterhuis
Kemphaan. Foto Koos Dijksterhuis

De kemphaan is een verdrietig voorbeeld van de teloorgang van de natuur op het boerenland. De soort gaat al vijftig, honderd jaar achteruit. Precies weten we het niet, want vroeger werd er niet systematisch geteld. En kemphanen zijn ook nog eens lastig te vinden.

Baltsende mannen met hun woeste kragen zijn makkelijk te tellen. Maar het gaat om de vrouwtjes, die eind mei en begin juni op de eieren zitten. Broedverdachte kemphennen worden bijna nooit meer gezien.

Ik ging eens op stap met een terreinbeheerder in een vochtig grasland bij het Sneekermeer. We hoorden kwartels, zagen tureluurs en snoven de geuren op van allerlei grassen, kruiden en bloemen. Ineens vloog er laag een kemphen voorbij, om tussen grassen en kruiden te verdwijnen. Die had vast eieren. We trokken ons terug, om het beestje niet te storen.

Lees Meer Lees Meer

DELEN
Drama met vlinders

Drama met vlinders

Monarch Foto1a Jeanette Essink
Monarch. Foto1a Jeanette Essink

We volgden de serie Bridgerton, over een Engelse, adellijke familie, begin negentiende eeuw, waarin alle huidskleuren ertoe doen en waarin gewalst wordt op moderne liedjes. Verder is het een ouderwets kostuumdrama met ingesnoerde tailles, hijgende boezems en intriges.

De familie woont in een villa in Mayfair, de chique wijk in Londen tussen Hyde Park en Green Park. Het huis is begroeid met een blauwe regen. Blauwe regen is schitterend, maar de bloei is na twee weken voorbij. In Bridgerton echter bloeit hij altijd. Ik zou zeggen: zelfs met Kerst, maar dat weet ik niet zeker meer, we keken er twee jaar geleden naar, en kortelings weer omdat er een vervolg was. Daarin wordt het geen Kerst. Het is lente: het groen is pril, de rijke Londenaren flaneren door the Green en houden elkaar in de gaten. En altijd bloeit de blauwe regen.

Lees Meer Lees Meer

DELEN
Requiem voor de veldleeuwerik

Requiem voor de veldleeuwerik

Veldleeuwerik. Foto Koos Dijksterhuis
Veldleeuwerik. Foto Koos Dijksterhuis

In Vlaanderen is de veldleeuwerik tot vogel van het jaar uitgeroepen. Dat jaar is al voor een kwart voorbij, wat me symbolisch lijkt voor die vogel, wiens aard voorbijgaand lijkt. Ik ben bezig met een boek over die inspirerende vogel, en lees er dus veel over. Er is, misschien op de nachtegaal na, geen vogel die zo veel in de poëzie, literatuur, schilderkunst en vooral muziek voorkomt.

Het is geen kleurrijke vogel. Zijn charme zit hem in de zang. Weinig maakt (mij) zo blij als een lentekoor van veldleeuweriken. Ze lijken naar onbestemde hoogten te klimmen, ze lijken onafgebroken door te zingen. In werkelijkheid zijn die hoogten minder duizelingwekkend, en duren de liederen minder lang dan je denkt.

Ik ben zo gelukkig dat ik op een half uur wandelen van een klein veldleeuwerikenbolwerkje woon. Daar klinkt het gejubel van de eerste lentedagen in februari tot de laatste zomerdagen in de herfst. Het zijn velden met genoeg kort gras, bloemen en open plekken om de vogels te behouden.

Lees Meer Lees Meer

DELEN
Russen met pit

Russen met pit

Pitrus. Foto Koos Dijksterhuis
Pitrus. Foto Koos Dijksterhuis

Ik zag iemand z’n gazon maaien met een zitmaaier. Abrupt kwam de maaier tot stilstand, althans in ruimtelijke zin. De machine draaide met chauffeur en al in de rondte, op de plaats rust. Dat duurde maar even, want die chauffeur liet het gas los.

Het ding was vastgelopen op een grote, taaie pol pitrus. Pitrus zaait zich gemakkelijk uit op verstoorde bodems. Een jonge pol is nog uit te trekken, maar weldra moet er een spa aan te pas komen en houd je een kuil van een halve meter doorsnee over. Ik weet dat omdat onze tuin toen we het huis betrokken voor een derde uit pitrus bestond. Een ander derde deel was overwoekerd door twee meter hoge bramen.

Lees Meer Lees Meer

DELEN
Geelgerand en bijterig

Geelgerand en bijterig

Geelgerande waterkever Foto Jeanette Essink
Geelgerande waterkever. Foto Jeanette Essink

Toen ik tien was, fietste ik op Schiermonnikoog met een vakantievriendje naar de Kooiplas, waar we doorheen waadden. Onze laarzen liepen vol. We zeiden daar thuis niets over, en na een paar dagen waren ze wel weer opgedroogd.

We zwaaiden met een netje door het water. We visten waterplanten op, maar ook waterkevers van uiteenlopende vorm, grootte en snelheid. Stekelbaarsjes, zoals we die in de ijsbaan vingen, waren hier niet.

Ineens gilde mijn vriendje. Hij had iets beet wat hem beet. We keken voorzichtig – het was een vijf centimeter lang, wormachtig dier. Het zat onder de modder. We visten de meeste planten en drab eruit en namen de halfvolle emmer mee naar huis, met drie waterkevers en de bijtende worm.

Lees Meer Lees Meer

DELEN
De laatste matkop

De laatste matkop

Matkop,. Foto Koos Dijksterhuis
Matkop,. Foto Koos Dijksterhuis

Laatst hoorde ik het ‘tsi-tsi-pè-pè’ van een matkop. Het klonk vanuit een moerasbos met jonge, oudere en dode elzen, berken en wilgen. Een typisch matkoppenbos. Een matkop is een mezensoort.

Toen ik puber was, trok ik op zaterdag met de natuurclub de natuur in. Als we bij een moarasbos, een bos bij water of een sloot met wat bomen kwamen, hoorden en zagen we meestal wel een matkop.

Hoe anders is dat tegenwoordig. Sinds vijftien jaar is de soort in aantal gehalveerd, lees ik in een artikel van Ruud van Beusekom in Vogels, het blad van Vogelbescherming. Voor die laatste vijftien jaar was de soort al lang aan het inboeten. Vergeleken bij mij jonge jaren zijn er nauwelijks nog matkoppen over. Van Beusekom heeft dezelfde ervaring en krijgt daar, schrijft hij, matkoppijn van.

Lees Meer Lees Meer

DELEN
De eekhoorn van opa

De eekhoorn van opa

Eekhoorn opgezet. Foto Koos Dijksterhuis
Eekhoorn opgezet. Foto Koos Dijksterhuis

Voor ons raam staat een opgezette eekhoorn, die in rond 1920 door mijn opa geschoten zou zijn. Dood blijft ie langer goed dan levend; in het wild leven eekhoorns vaak maar een paar jaar, al zijn er gevallen bekend van bejaarde dieren die de tien haalden. De opgezette gaat al een eeuw mee en ziet er, op wat pluizig haar na, voor zijn leeftijd goed uit.

Mijn opa was een ARP-er: gereformeerd, verzetsman, Trouwlezer, met een onverwoestbaar arbeidsethos en een zwart-witte moraal: niets wat links was deugde. Dat het verzet in de oorlog vaak gepleegd werd door gereformeerden én communisten, negeerde hij. Atypisch voor zijn antirevolutionaire inborst was dat ie graag een borrel dronk en in zijn Opel Commodore reed, nota bene een automerk van de vijand. Drinken en rijden gingen toen nog samen. Als kind reed ik graag met hem mee.

Lees Meer Lees Meer

DELEN
Geelpoothoornaar – probleem?

Geelpoothoornaar – probleem?

Geelpoothoornaar ssp. nigrithorax Foto Jeanette Essink
Geelpoothoornaar ssp. nigrithorax. Foto Jeanette Essink

Als één dier de Nederlandse gemoederen weet te beroeren, dan is het wel de Aziatische hoornaar. Omdat er meerdere soorten hoornaars uit Azië zijn, kunnen we die ene die de gemoederen beroert beter geelpoothoornaar noemen. Dat vinden de insectenkenners Aglaia Bouwman, Jan Wieringa en Wouter van Steenis. Zij bespreken in tijdschrift De Levende Natuur de fabels en feiten rond deze wesp.

Feit: De geelpoothoornaars zijn onbedoeld uit het oosten ingevoerd. In 2004 zijn de eerste nesten ontdekt in Frankrijk, ‘bij een bonsaikweker die Chinees aardewerk importeerde’. In 2017 werd de eerste geelpoot in Nederland gezien. Intussen zitten ze overal, maar vooral in de zuidelijke helft des lands.

Lees Meer Lees Meer

DELEN