Nu Pinksteren voor de deur staat, lijkt het me tijd voor een vogel die in tongen zingt, of die door allen verstaan wordt. Spotvogels, bosrietzangers en spreeuwen imiteren allerlei andere vogels, maar of ze door hun inspiratiebronnen verstaan worden, is niet te achterhalen.
Wie zich doorgaans niet laat zien of horen, maar in de lente juist wel, is de grasmus. Zijn wispelturige deuntje is nauwelijks te beschrijven. Maar het begint met een krasserige ondertoon: grasmus krasmus. …
In de bosjes bij ons huisje op Schiermonnikoog bloeien kleine, lila bloemen. De bloemetjes staan op stengels die door twee tegenover elkaar liggende blaadjes heen groeien. Dat lijkt althans zo, de blaadjes groeien natuurlijk uit de stengel. De blaadjes staan een beetje omhoog gekruld, zodat ze samen een kommetje vormen. Het doet denken aan winterpostelein, maar dat heeft nog kleinere bloemetjes die bovendien wit zijn. …
Vorig jaar mailde Ben Bulsink uit Enschede me over een pottenbakkersminiatuurtje, dat hij op het doek van de parasol aantrof. Het was gekleid, schreef hij, “van gedroogde modder, met een prachtige hals, ongeveer een centimeter groot. Ik heb het van de parasol gehaald (die moest naar binnen) en in een jampotje bewaard. Er leek een wormpje in te zitten. Na een paar dagen bleek het wormpje niet meer te vinden. Welk beest kan dat prachtige kruikje geboetseerd hebben?” …
Engels gras staat op de Nederlandse Rode lijst van planten als vrij zeldzaam en sterk afgenomen. Op Schiermonnikoog zou je dat niet zeggen. Met een groepje Trouwlezers kijk ik naar de lila bespikkelde kwelder bij de Kobbeduinen: schitterend!
Engels gras laat zich niet uit het veld slaan door wat zout, integendeel, de plant groeit op ziltige bodem. Op de jong aangeslibde delen van de kwelder, langs slenken waar de Waddenzee in en uit klotst en op de vlakten die bij springvloed en winterstorm overstromen staan de meeste lila bloempjes. …
Op Schiermonnikoog, hoorde ik van de uitbater van het schelpenmuseum, die behalve schelpen en andere strandvondsten ook de vogels en planten bijhoudt, dat de kleine keverorchis terug was op Schier. Vorig jaar al een paar, nu weer, er lijkt echt een comeback te worden gemaakt. …
Met een vogelonderzoeker zocht ik in het bos naar zwarte spechten. Wie zwarte spechten zoekt, speurt holen af. Daarin kunnen ook holenduiven, kauwen, spreeuwen zitten. Zwarte spechten hakken een uitgebreide infrastructuur voor een hele rij holenbroeders. Eén van die holenbroeders is de bosuil. Als dank voor het timmermanswerk zou een bosuil zo’n zwarte specht trouwens best willen opeten. Gelukkig zijn zwarte spechten dag-, en bosuilen nachtvogels. …
Net als ik met een groepje Trouwlezers naar Schiermonnikoog tijg, is daar door Karst Meijer en consorten een zeer zeldzame paardenbloem ontdekt: de gevlekte. Meijer runt het Herbarium Frisicum in Wolvega en brengt de wereld van de paardenbloemen in kaart, waarvan de ene na de andere soort uit het platteland verdwijnt. …
Het bericht haalde de kranten dat aalscholvers dood moeten, dat er te veel van zijn, dat ze de vis wegkapen waardoor vissers failliet gaan. Dit nepnieuws wordt om de paar jaar rondgebazuind. Zoals sommigen vossen de schuld geven van het verdwijnen van weidevogels, geven anderen aalscholvers de schuld van het verdwijnen van vis. Dat is gemakkelijk te roepen, terwijl het weerspreken ervan jaren onderzoek vergt. Dat onderzoek kun je vervolgens afdoen als ook maar een mening. …
Het zal komende herfst vast geen goed mastjaar worden. Dankzij de vele rupsjes die de bomen kaalvreten, moeten die bomen opnieuw blad vormen, wat hen veel energie kost. En afgelopen herfst was het wel een goed mastjaar, en de productie van stuifmeel en vruchten kostte ook al energie. Ondanks het droge en aanvankelijk warme voorjaar zou ik daarom een mastarm jaar verwachten, zonder overvloed aan beukennootjes, zonder veel eikels. …
Kleine Poppenrover Calosoma inquisitor. Foto Arp Kruithof
Tijdens een feestje in een tuin, in een Drents bos, rent er een kever door het gras. Het is een grote loopkever en hij haalt een flinke snelheid. Hij glanst donkerbruin, bijna zwart, met wat groenige weerschijn en een smalle, lichte zoom om zijn geribbelde schilden. Het is een poppenrover.
Ik probeer hem te pakken, wat niet meevalt, vanwege zijn snelheid en de behendigheid waarmee hij zich onder een plukje gras of blaadje weet te verstoppen. Waarom zou ik hem ook pakken? Normaal gesproken doe ik dat ook nooit, al was het maar omdat er kevers bestaan met krachtige, scherpe kaken. Maar nu is Arp Kruithof van de partij. Hij zit een eindje verderop argeloos te nippen van een glas wijn. Arp (her)kent de vele leden van obscure diergroepen als pissebedden, hooiwagens en wantsen. Van kevers weet hij ook veel en hij vindt de poppenrover vast interessant. Ik wil hem de kever laten zien, en daarna vrijlaten. In de holte tussen mijn handen voel ik het diertje duwen. …