Op onze stranden dribbelen drieteenstrandlopers langs de waterlijn. Die koddige wit met grijze beestjes rennen met de golven mee, ze lijken wel te rollen. Ze broeden op de toendra in Noordoost-Groenland, maar overwinteren op Europese en Afrikaanse stranden, van Schotland tot Zuid-Afrika. …
Vrijdag heb ik appels geplukt. Ik heb een vrij kleine, knoestige boom die laat in het jaar heerlijke appels geeft. Met dat nieuwe, warme klimaat laat ik ze zo lang mogelijk hangen en rijpen. Het is een groen ras, maar sommige appels blozen gelig dankzij de vele zonne-uren. …
Gladde bolster, ruwe pit; je zou de walnoot recalcitrant kunnen noemen. Vaak heb ik geworsteld om walnoten te kraken, als ik geen notenkraker tot mijn beschikking had. Er met een hamer of iets anders zwaars op slaan, aan de scharnierkant tussen de deur (en deurpost), erop staan. Al die methoden leiden tot een verbrijzelde noot, waar je splinters bast uit moet zien te pulken. Dat lukt nooit helemaal, zodat je met harde, scherpe, droge en bittere bastjes in je mond zit. …
Ten oosten van Groningen ligt een sparrenbos, een plantage waar de kerstbomen in rijen staan. Uitgerekend daar groeien zeldzame amandelslijmkoppen, paddestoelen die overwaaiden uit de naaldwouden van Oost-Europa. Ze houden van kalkrijke grond en ze staan dan ook precies op de plek waar langs een voormalige spoorweg naar Delfzijl mergel werd overgeladen. …
Ooit zag ik ze aan de oever van een meer rondscharrelen. Enorme knaagdieren met een lange rattenstaart maar een koddige caviasnuit op aandoenlijke pootjes met zwemvliezen. Myocastor heten ze in wetenschapslatijn, wat ‘muisbever’ betekent: een bever die op een muis (of rat) lijkt, of misschien betekent het kleine bever. …
Over sommige paddestoelen zou je alleen al schrijven vanwege hun poëtische naam. Paddenstoelenkenners gebruiken wetenschappelijke namen, omdat Nederlandse namen niet altijd eenduidig zijn. Jammer, want de creativiteit der naamgevers resulteerde in namen waar je als schrijver je hoed voor afneemt.
Als je nu door de bossen struint, heb je grote kans op oranjegele zwammen die uit dode, op de grond liggende takken groeien. Hun hoeden zijn een centimeter of vijf in doorsnee, met kleintjes van drie en stevigerds van acht. Ze staan op stelen die doorgaans niet hoger worden dan zeven en niet dikker dan één centimeter. …
Kleine en grote zilverreiger. Foto’s Koos Dijksterhuis
De eerste meldingen van “witte reigers” heb ik binnen. Vooral in de herfst krijg ik er berichten over. Kennelijk vinden mensen ze nog steeds bijzonder, en dat zijn ze ook, alleen niet qua aantal. Of juist wel, want maar weinig vogels schoppen het in veertig jaar van zeldzame dwaalgast tot algemene broedvogel en overwinteraar. …
Eén van de leukste vogels die we hebben is het baardmannetje. Baardmannetjes komen het hele jaar in Nederland voor, in en rond rietvelden. Ze hebben een rond koppie met een kort snaveltje, en een mollig lijfje waaruit een lange staart steekt. Dat postuur doet hen lijken op die andere vliegende lolly’s: staartmezen. Daarom werden baardmannetjes vroeger baardmezen genoemd. Maar het zijn geen mezen. …
Met een vriend maak ik een vogelronde door het Lauwersmeer. Halverwege kijken we bij Lauwersoog uit over de Waddenzee. Het is mistig, maar de silhouetten van futen zijn duidelijk te zien.
Die futen hebben hun laatste kuikens nog niet van hun rug afgeschud, of ze verzamelen zich alweer in hun zwart-grijs-witte winterkleed op grotere wateren. Niet alleen op meren, ook op zee hangen ze rond, zoals wel blijkt bij Lauwersoog. …
Schiermonnikoog is een van ’s lands beste plekken voor paddenstoelen, wat blijkt uit de nieuwe digitale hotspottenkaart van de mycologische vereniging. Schier heeft vele landschappen, variërend van jonge, kalkrijke duinvalleien tot oude naaldwouden met een kalkarme humuslaag van naalden. Op Schier is het bovendien niet zo koud en vaak best vochtig, met de zee in de buurt. Vochtig en warm, daar gedijen paddestoelen goed op. …