Gejubel en gedender op de hei

Met veldbioloog annex ecologisch adviseur Klaas Jager bezoek ik de Dellebuursterheide. Klaas heeft dit kleine maar fijne gebied van It Fryske Gea geïnventariseerd. We wandelen een paar uur door hei, gras en een plukje bos.
“Je ziet hoe dun begroeid dit droge schraalgrasland is”, zegt Klaas. “De grassen zijn vooral buntgras, struisgras en borstelgras. Daartussen bloeien schapenzuring, muizenoor en biggenkruid. En natuurlijk struikhei en dophei. Het is een ideale vegetatie voor zeldzame vlinders als kommavlinder en bruine vuurvinder. En voor vogels als veldleeuweriken.” Die vliegen hier dan ook overal rond, en hangen in de lucht te jodelen en te jubelen. Wat een heerlijk geluid is dat, van januari tot augustus te horen, daar waar veldleeuweriken nog voorkomen. Hier dus. “In optimaal leefgebied kunnen veldleeuweriken in één seizoen vier tot soms wel zes keer broeden”, vertelt Klaas, “tot voor kort hoorden ze bij de tien algemeenste vogels van Nederland. Sinds de jaren ’80 zijn ze uit het boerenland weggemaaid. Ze kregen er niet eens meer de tijd voor één broedsel.” …








