Natuurdagboek 2021
Gejubel en gedender op de hei

Gejubel en gedender op de hei

Jubelende veldleeuwerik Foto Koos Dijksterhuis
Jubelende veldleeuwerik. Foto Koos Dijksterhuis

Met veldbioloog annex ecologisch adviseur Klaas Jager bezoek ik de Dellebuursterheide. Klaas heeft dit kleine maar fijne gebied van It Fryske Gea geïnventariseerd. We wandelen een paar uur door hei, gras en een plukje bos.

“Je ziet hoe dun begroeid dit droge schraalgrasland is”, zegt Klaas. “De grassen zijn vooral buntgras, struisgras en borstelgras. Daartussen bloeien schapenzuring, muizenoor en biggenkruid. En natuurlijk struikhei en dophei. Het is een ideale vegetatie voor zeldzame vlinders als kommavlinder en bruine vuurvinder. En voor vogels als veldleeuweriken.” Die vliegen hier dan ook overal rond, en hangen in de lucht te jodelen en te jubelen. Wat een heerlijk geluid is dat, van januari tot augustus te horen, daar waar veldleeuweriken nog voorkomen. Hier dus. “In optimaal leefgebied kunnen veldleeuweriken in één seizoen vier tot soms wel zes keer broeden”, vertelt Klaas, “tot voor kort hoorden ze bij de tien algemeenste vogels van Nederland. Sinds de jaren ’80 zijn ze uit het boerenland weggemaaid. Ze kregen er niet eens meer de tijd voor één broedsel.”

Lees Meer Lees Meer

DELEN
Wilde eenden

Wilde eenden

Wilde eend op ijs. Foto Koos Dijksterhuis
Wilde eend op ijs. Foto Koos Dijksterhuis

Als jonge vogelaar fietste ik zowat elke maand met een vriend naar de Oostvaardersplassen, die toen nog niet begraasd werden en een grote vogelrijkdom boden. Uit Amersfoort togen we op onze barrels via Nijkerk naar de polder, waar een klein plasje lag met kans op krooneenden. Door het jonge Horsterwold en eindeloze velden ging het naar de Knardijk, de grens van Oost- en Zuid-Flevoland. Zeewolde was er nog niet, de A-6 was er nog niet. In Lelystadhaven was een kantine. Na de koffie begon de helse rit tegen de wind in over de Oostvaardersdijk naar Muiderberg.

Lees Meer Lees Meer

DELEN
Giftige rupsen

Giftige rupsen

Zebrarupsjes op jacobskruiskruid. Foto Koos Dijksterhuis
Zebrarupsjes op jacobskruiskruid. Foto Koos Dijksterhuis

Er staan in mijn tuin twaalf grote planten, van de soort jacobskruiskruid. Ze beginnen te bloeien met trossen kleine, gele bloempjes. Het zijn fantastische bloemen voor bijen en zweefvliegen. Die snoepen van de nectar en het stuifmeel. Er is maar één soort die de plant zelf opknaagt, en dat is de sint-Jacobsvlinder.

Lees Meer Lees Meer

DELEN
Jonge das door ATBerijder aangereden

Jonge das door ATBerijder aangereden

Dasje. Foto Das en Boom
Dasje. Foto Das & Boom

Na een week heeft de dassenopvang van de Stichting Das & Boom te Beek-Ubbergen een aangereden jonge das teruggezet bij de burcht waar hij geboren werd.

De jonge das was door wandelaars gevonden op een ATB-pad. Hij had slappe achterpoten en zere voorpoten. Hij was aangereden door een mountainbiker. De das had niets gebroken en herstelde goed, en is inmiddels terug bij zijn familie. Op een wildcamera is te zien dat hij met zijn broertje of zusje speelt.

Lees Meer Lees Meer

DELEN
Veel meikevers

Veel meikevers

Meikevers paring Foto Meint Mulder
Meikevers paring. Foto Meint Mulder

Ze waren laat dit jaar, maar wel met meer dan in jaren. Nog steeds zie ik meikevers vliegen in bossen en heiden. Als kleine helikopters snorren ze de grote kevers ’s morgens en ’s avonds door de lucht. Roestbruin lijken ze dan. Van dichtbij vallen hun zwart-witte flanken op.

Honderd jaar geleden vormden meikevers soms zonsverduisterende zwermen van miljoenen exemplaren. Hun larven vraten de wortels van grassen, granen en andere gewassen. Dat werd door mensen niet gewaardeerd en zoals dat nu nog steeds met treksprinkhanen gebeurt, spoten mensen kwistig met vergif. Meikevers werden zeldzaam. Met vergif zijn de talrijkste soorten uit te roeien. Als jongen struinde ik jarenlang vijf middagen per week door de Amersfoortse bossen en heb ik nooit een meikever gezien.

Lees Meer Lees Meer

DELEN
Bollenetende hommel look-alike

Bollenetende hommel look-alike

Grote narcisvlieg Merodon equestris. Foto Koos Dijksterhuis
Grote narcisvlieg Merodon equestris. Foto Koos Dijksterhuis

Zeven soorten hommels zag ik in mijn tuintje. Tuin-, aard-, akker-, boom-, steen-, weide- en koekoekshommel. Nu vliegt er een van bloem tot bloem die op een steenhommel lijkt, maar wat slanker gebouwd is en vliegend geen hommelige indruk maakt. Misschien een mannetje, die zijn kleiner dan vrouwtjes. Ik pak de camera en weet hem met voor mij veel geduld te kieken.

Op een foto, uitvergroot tot beeldschermformaat, blijft zo’n beest tenminste stilzitten. Ik zie korte voelsprietjes, grote ogen en smalle vleugels. Wat een hommel leek, is een vlieg. Op internet, die onuitputtelijke bron van plaatjes en informatie, heb ik hem of haar algauw geïdentificeerd. Het is een grote narcisvlieg (Merodon equestris).

Lees Meer Lees Meer

DELEN
Keverdoder

Keverdoder

Grote snuittordoder Cerceris arenaria. Foto Koos Dijksterhuis
Grote snuittordoder Cerceris arenaria. Foto Koos Dijksterhuis

We zaten op het terras en rond onze voeten zoemde een wesp. Geen enge die het op onze koffie had gemunt, nee, een kleinere en slankere wesp. Wel was ze zwart-geel gestreept. Ze leek zoekende, ze vloog laag boven de stenen, zigzaggend en soms even hangend. Na een tijdje had ze haar doel gevonden: een zandhoopje van formaat twee-euromunt tussen de stenen, met een rond gat erin. Het holletje zat vlakbij een poot van het tafeltje. Ze kroop erin, om even later naar buiten te gluren. Haar snuitje was te zien, twee voorpootjes, en natuurlijk haar tasters, antennes, voelsprieten of hoe u ze noemen wilt. Die staken naar buiten als de gespitste oren van de hond Pluto van Mickey Mouse.

Lees Meer Lees Meer

DELEN
Laat bergeendjes met rust

Laat bergeendjes met rust

Bergeenden. Foto Koos Dijksterhuis
Bergeenden. Foto Koos Dijksterhuis

Een lezer op Schiermonnikoog mailde dat ze bij de Badweg een gezin bergeendkuikens aantrof, met een volwassen bergeend erbij. Lezer was met een groep wandelaars en ze stonden een tijdje bij de eendjes, die de weg niet over leken te durven. Later sprak ze een ‘kenner’, schreef ze, die had gezegd dat ze de eendjes had moeten vangen op één na, die bij de ouder moest blijven.

Die ‘kenner’ zou het boek De bergeend van Albert Beintema moeten lezen (Atlas Contact 24,99). Beintema bestudeerde bergeenden op Schiermonnikoog. Eén van de problemen van jonge bergeendjes daar zijn wandelaars en fietsers.

Lees Meer Lees Meer

DELEN
De enige Zweedse kornoelje

De enige Zweedse kornoelje

Zweedse kornoelje. Foto Koos Dijksterhuis
Zweedse kornoelje. Foto Koos Dijksterhuis

Botanicus Fred Bos uit Winterswijk meldde dat hij plantkundigen Louis-Jan van den Berg en Benno te Linde rond zou leiden in Drenthe. Of ik meewilde. Natuurlijk wilde ik mee. Fred kende ’s lands enige groeiplek – afgezien misschien van een enkele heemtuin – waar de Zweedse kornoelje het uithoudt. In een loofbosje, dat ze beschermt tegen het agrarische geweld, houden deze fraaie plantjes het dapper vol. Elk jaar is het weer de vraag of ze de inwaaiende stikstof overleven. Zweedse kornoelje verdraagt geen stikstof.

Lees Meer Lees Meer

DELEN
Meer of minder koeten?

Meer of minder koeten?

Meerkoet doodt gruttokuiken. Foto Gejo Wassink
Meerkoet doodt gruttokuiken. Foto Gejo Wassink

De provincie Friesland wil dieren die eieren of kuikens eten doden, teneinde de weidevogels te redden. Die zijn er niet veel meer. Als ik van Groningen naar Maastricht reis, kom ik niet één grutto tegen, niet één tureluur, niet één scholekster en hooguit een handvol kieviten. Zelfs graspiepers zie ik niet. Een kwikstaart hier, een spreeuw daar; dat is ‘t wel.

De stille lente waar Rachel Carson in 1962 voor waarschuwde is inmiddels een feit. Wat niet wegneemt dat er nog een paar toevluchtsoorden voor weidevogels zijn, waar je niet doorkomt als je van Groningen naar Maastricht reist. Daar beheren veehouders of natuurbeheerders het grasland op een manier, zoals dat vijftig jaar geleden gebeurde. Het wemelt er van de grutto’s, tureluurs, scholeksters en kieviten.

Lees Meer Lees Meer

DELEN