Arend Schraal wandelde op 17 februari met zijn vrouw over de Elspeetse Hei. Het waaide flink, maar de zon scheen. Op het pad zat een hagedis te zonnen. En het bleek niet eens een zandhagedis te zijn, maar een zeldzamere levendbarende hagedis. Die is kleiner en tengerder dan een zandhagedis en heeft een slank koppie. Zandhagedissen hebben een bakkes. …
In 2006 broedden er voor het eerst zeearenden in Nederland, en gemiddeld kwam er ieder jaar een stel bij. Natuurfotograaf Martijn de Jonge schreef een boek over die imposante roofvogels (24,50 KNNV), met veel prachtige foto’s.
Het viel Martijn op dat zeearenden vaak gepest worden door buizerds. Dat kan riskant zijn. Buizerds zijn vrij grote roofvogels, maar veel kleiner dan zeearenden met hun soms wel tweeënhalve meter spanwijdte. Nu staan die bekend als log en traag en dus niet zo gevaarlijk, maar dat is onterecht. Ze zijn verrassend snel en wendbaar. Behendig stelen ze vissen van visarenden. Martijn vertelt over een visarend die met zijn eerste vangst direct naar een zeearend vloog en de vis afstond, om vervolgens een nieuwe vis te vangen. Dat scheelde hem blijkbaar een schermutseling die hij toch zou verliezen. …
Dankzij de veldmuizen was 2019 een topjaar voor grauwe kiekendieven, die oogverblindende roofvogels die vooral in akkers broeden. Er waren 53 broedparen, en nog nooit sinds de soort in 1990 op het nippertje voor uitsterven werd behoed, zijn er zoveel jongen uitgevlogen: 142. Nu zitten de grauwe kiekendieven in West-Afrika op de savannes, van sommige is dankzij gps-loggers exact bekend waar. …
Zaterdagmorgen liep ik door Meppel en hoorde ik een vink slaan. In de context van de vink betekent “slaan” zingen. Het was de eerste vink die ik in 2020 hoorde slaan, en tot dusver de enige. Nu lopen we in Groningen wel vaker achter op de Randstand, maar Meppel is nou ook weer niet zo zuidelijk en vooruitstrevend. De vink sloeg zijn slag vlakbij de schouwburg.
Vinkenmannen krijgen het voorjaar blijkbaar eerder in hun kopjes, als dat voorjaar vroeger begint. Logisch. Al is de ene vink eerder lenteklaar dan de andere. Ik dacht dat behalve de temperatuur ook de daglengte bepalend was voor seizoensgebonden processen, maar kennelijk zijn die temperaturen toch het meest bepalend. …
Peter van Dalen mailde me foto’s van eidereenden die bijzonder gedrag vertoonden. Op de foto zag ik twee eidereendenvrouwtjes met gestrekte halzen, koppen in de nek en omhooggerichte snavels. Peter woont in Rotterdam en in zee voor het deltagebied zijn vaak eidereenden te zien. Maar deze zaten in diergaarde Blijdorp, schreef Peter, samen met twee mannetjes. Het zag er zonder meer uit als baltsgedrag, maar wel vroeg in het jaar. …
In mijn tuin staat een hulstboom. Op diens wintergroene bladeren zie ik gele strookjes, alsof er uit de losse hand met een penseeltje wat verf op gekliederd is. Bij nadere inspectie blijkt het geel niet op, maar ín het blad te zitten. Het zijn tunneltjes, gegraven of liever gezegd: gegeten door larfjes van een mineervlieg.
Die larfjes zijn mini-maden die van bladgroen leven. Binnenkort zijn ze volgevreten, laten ze zich vallen en verpoppen ze zich op de grond tot vlieg. Die leeft twee weken en legt zo’n tien eitjes per dag op hulstbladeren. Een hulstvlieg is met vier millimeter nauwelijks groter dan een fruitvliegje. …
Zou koning winter afgetreden zijn? De meldingen van bloeiende rozen en judaspenningen blijven komen, de merels zingen en de zomervogels naderen.
Kor Goutbeek hoorde 7 februari in de Millingerwaard een tjiftjaf zingen, een lentebode die normaliter halverwege maart zijn landelijke debuut kent. Waarschijnlijk was het een overwinteraar. Dankzij de zachte winters kunnen sommige trekvogels hier blijven. Het spaart ze de vliegreis en in de lente hebben ze de eerste keus uit de territoria. …
Van Jan Berend Knot kreeg ik een mailtje waarin hij zich verwondert over ganzen, die tijdens zonopkomst en na zonsondergang op de wieken gaan. Mooi gezicht. Maar hij hoorde ze om half elf ’s avonds nog over de stad Groningen vliegen, en dat gebeurt vaker. Knot neemt aan dat ze naar open water vliegen en vraagt zich af hoe ze zich ’s nachts oriënteren. …
AF19, ’s lands eerste geringde zeearend. Foto Martijn de Jonge
Een ijsvogel vliegt langs als Martijn de Jonge en ik in Schokkerhaven op Martijns boot stappen. Een fuut peddelt voor de boeg, geheel in zomerkleed met kuif en kraag. Op het Ketelmeer zwemmen brilduikers, grote zaagbekken en enkele nonnetjes.
Tussen die eenden door schippert Martijn naar IJsseloog, een rond eilandje dat als slibdepot gebruikt wordt, en waar vaak zeearenden in een boom zitten. Zeearenden zijn Martijns specialiteit als natuurfotograaf en -schrijver. Zaterdag verschijnt zijn nieuwe boek over die gigantische roofvogels (KNNV €24,95). Vanuit zijn huis aan het water is het twintig minuten varen naar een reusachtig nest, waar zich ’s avonds vaak een paartje meldt, na een dag vissen en jagen.
De futen verlaten de open wateren waar ze de winter doorbrachten en verspreiden zich over meren, plassen, vijvers en andere wateren. Daar versieren ze, in een nieuw zomerkostuum gestoken, een partner. Met een nieuwe kuif en een kraag met twee oranjebruin-en-zwarte flappen zijn ze op hun mooist. …