Op 31 januari hoorde ik mijn eerste groenling van dit jaar zingen. Groenlingen overwinteren in Nederland en zijn er altijd vroeg bij met hun zang. Maar meestal hoor ik de eerste in februari. Zang is trouwens een groot woord voor het geknars van de groenling, al produceert hij ook welluidende trillers. …
Op 2 februari zag Joke Quaak maartse viooltjes in bloei, vier weken voor hun naam suggereert. Maartse viooltjes zijn de eerste viooltjes die in de lente in bloei komen. In april volgen de ruige viooltjes respectievelijk de bosviooltjes en in mei de zandviooltjes en de hondsviooltjes. Die beginnen dit jaar ook vast allemaal een maand eerder, maar nu kun je er toch wel zeker van zijn dat een bloeiend viooltje een maarts viooltje is. …
Er worden al regelmatig kleine watersalamanders gezien en Magda Bolt vond een dode pad op 2 februari. Vroege salamanders en padden kunnen ook een levenloze indruk maken, alsof ze verstijfd zijn van kou. Voor de zekerheid zou ik ze van riskante plekken halen en op een beschutte plek zetten, het liefst in de buurt van water.
De amfibieën komen uit hun schuilplaatsen waar ze de winter wilden uitzitten. In mijn tuin houden ze zich gedeisd onder stenen en stammen. Met wintertemperaturen die vijf à tien graden hoger liggen dan de gebruikelijke, denken ze vast dat de winter al voorbij is. …
Een slechtvalk jaagt vaak door zich van bovenaf met hoge snelheid op een vliegende prooi te storten. De prooi sterft door de klap, door de schrik of anders wel door de klauwen die de valk als ontleedmessen naar voren steekt. Ze doorboren de prooi, waarna de valk ermee naar een zitplaats vliegt, en met zijn snavel de nek breekt. …
Als we in ons huisje op Schiermonnikoog zijn gearriveerd, hang ik vogelvoer en een vetbol op. De middag loopt op zijn eind, en pas de volgende morgen schuiven de eerste mussen aan: twee huismussen en een heggemus. …
Als ik op Schiermonnikoog ben, ga ik vaak even langs Thijs de Boer, de uitbater van het schelpenmuseum Paal 14, waar ruim vijftienhonderd soorten schelpen te bewonderen zijn, allemaal gevonden door Thijs en zijn vrouw Annelies of hun kinderen. Ik heb hem wel eens een leuke vondst aangeboden, maar die weigert hij. “Alleen eigen vondsten”, zegt hij dan beslist. …
In mijn tuin nog niet, maar verder zie ik al heel veel paarse dovenetels bloeien. Paarse dovenetels doen nooit zo moeilijk, integendeel gemakkelijker kostgangers vind je weinig. Ze zijn dol op onze vervuilde wegbermen, ze malen niet om schaduw en niet om kou. Dus nu de winter overgeslagen wordt, weten ze van geen ophouden. Al zijn de planten relatief laag en de bloemen relatief klein. …
De tuinvogeltelling van vorig weekend heeft dezelfde top-3 als mijn eigen bescheiden telling. Ik was op Schiermonnikoog, in ons huisje dat als enige zomerhuis in de buurt bewoond werd. Er zwerven altijd allerlei vogels door de heggen tussen en bosjes rond de huizen, en toen ik voorzien had in een aanbod van vogelzaad, wat meelwormen en vetbollen, was het turven geblazen. …
De winterse bloeiers die ik van lezers gemeld krijg bewijzen wat de thermometer ook bewijst: het heeft deze winter nog geen dag gevroren. Kees Nagtzaam uit Oudenbosch zag op 11 januari een dotterbloem en op 17 januari speenkruid bloeien. Peter van Dalen vond in Rotterdam op 18 januari bloeiende pastinaak, en op 2 januari schermhavikskruid. Willie Joosten trof een bloeiende stekelbrem aan op een pas afgeplagd stuk hei bij Havelte. …
“Wat te doen aan de overweldigende hoeveelheid kauwen in onze tuin?” Corrie Mans uit Dordrecht stelt deze vaker gestelde vraag. “Ze eten de silo’s leeg door er tegenaan te vliegen, dan valt het voer op de grond en is hij binnen een half uur leeg. De kleine vogels hebben het nakijken.”
Ik heb de vraag eens in een natuurdagboek gesteld en kreeg vele oplossingen aangereikt, de een nog inventiever dan de andere. Het vogelhuisje heb ik intussen verschanst achter gaas. Aan de achterkant zijn twee smalle toegangen waar mezen en roodborstjes gebruik van maken. De kauwen proberen alles uit om erbij te komen, maar tot dusverre is het ze niet gelukt. Voor silo’s zijn alternatieven te koop met een omheining voor grote vogels, waar kleine vogels doorheen passen. Je kunt er ook grof kippengaas omhangen, maar dan wel zo dat kauwen het van geen enkele kant kunnen platdrukken of binnendringen. …