Natuurdagboeken op dijksterhuis.net
Unhappy meal

Unhappy meal

Ballon op het strand. Foto Koos Dijksterhuis
Ballon op het strand.
Foto Koos Dijksterhuis

Al jaren ruim ik op strandwandelingen afval op. Het aantal flesjes is gekelderd sinds er statiegeld is ingevoerd. Wat er nog wel heel veel ligt: plastic draden uit visnetten, ballonnen en peuken. Er schijnt veel minder (plastic) afval in zee te belanden dan gedacht. Dat komt niet doordat er minder plastic wordt weggegooid, maar omdat het in rivieren blijft hangen. In de Donaudelta in Roemenië kun je aan de duizenden petflessen in de boomkruinen zien hoe hoog het water heeft gestaan. Daar wordt geen statiegeld geheven.

Draden uit visnetten zijn afkomstig van spooknetten: netten die vissers verloren of moedwillig los kapten en die als killers door de zeeën zweven, uit elkaar vallen en werkelijk overal op en onder het zand zitten.

Lees Meer Lees Meer

DELEN
(Kriel)parnassia

(Kriel)parnassia

Krielparnassia. Foto Koos Dijksterhuis
Krielparnassia. Foto Koos Dijksterhuis

Als ik in de nazomer in natuurgebieden aan de kust ben, kijk ik altijd uit naar parnassia. Op Schiermonnikoog zijn er duizenden. Ze hebben vaak gezelschap van stijve en rode ogentroost, strandduizendguldenkruid en andere zeldzame soorten, die op Schier juist algemeen zijn. Dat komt doordat er veel duinvalleien zijn, waar brandschoon en kalkrijk kwelwater opborrelt.

In mijn plantaardige top-10 staan naar schatting honderd soorten, maar Parnassia haalt de top-3 en staat waarschijnlijk bovenaan. Minder opvallend is krielparnassia. Dat zou je een miniatuur-uitvoering van parnassia kunnen noemen, vandaar die naam, die eigenlijk niet klopt. Parnassia hoort bij de kardinaalsmutsen, en krielparnassia bij de anjers. Sierlijke vetmuur is een andere naam van het plantje.

Lees Meer Lees Meer

DELEN
Ogentroostrijk

Ogentroostrijk

Stijve + rode ogentroost. Foto Koos Dijksterhuis
Stijve + rode ogentroost. Foto Koos Dijksterhuis

Hoewel het groei- en bloeiseizoen ruim voorbij zijn piek is, zijn er nog vele doorgroeiers en -bloeiers. Echte nazomerbloeiers zijn stijve en rode ogentroost. Dat zijn kleine familieleden van de bremrapen – parasitaire planten die niet zelf suikers produceren maar ze uit de wortels van andere planten stelen. De ogentroosten tappen suikers af van grassen, maar hebben zelf ook bladgroen en dus energie om suikers te maken. Ze worden daarom halfparasieten genoemd.

Rode zowel als stijve ogentroost kunnen allebei goed tegen een wat zoute bodem. Die bodem is bij voorkeur vochtig en niet al te ruig begroeid. Beide ogentroosten kunnen tegen betreding en begrazing. Rode ogentroost zelfs zo goed op begraasde grond, dat ik, als ik het plantje vind rondkijk of er geen paarden of koeien in de buurt zijn. Zout en vochtig – rode ogentroost komt relatief veel voor in de Delta, op de Wadden en in het Lauwersmeer.

Lees Meer Lees Meer

DELEN
Steltlopertrek

Steltlopertrek

Kanoetstrandlopers + steenlopers. Foto Koos Dijksterhuis
Kanoetstrandlopers + steenlopers. Foto Koos Dijksterhuis

De trek van steltlopers is in volle gang. Steltlopers zijn vogels met sterke, vaak hoge poten. Geen reigers, geen hoenders, maar grutto’s, strandlopers, snippen, ruiters en plevieren. Momenteel doen veel soorten die in het hoge noorden hebben gebroed, Nederland aan op hun reis naar het zuiden.

Op Schiermonnikoog scharrelen bonte strandlopers rond op het wad, dribbelen drieteenstrandlopers langs de waterlijn op het strand, en arriveren groepen kanoetstrandlopers (op de foto in gezelschap van steenlopers).

Lees Meer Lees Meer

DELEN
Hoorbare stilte

Hoorbare stilte

Stilte bordje. Foto Koos Dijksterhuis
Stilte bordje. Foto Koos Dijksterhuis

Midden in de bossen van Oost-Flevoland lag de Stille Kern. Het was een schitterende plek. De Stille Kern werd voorzien van paden, bankjes, een parkeerplaats. Het is nu een populaire plek voor picknicks en bruiloftsfotografie. Mij niet meer gezien daar.

Het is typerend voor het Nederlandse natuurbeheer. Stiltegebieden zijn gebieden waar alleen natuurgeluiden te horen waren. Niet zijn, want dat moet door mensen beleefd, daar moet van genoten worden. Er wordt een bord ‘Stiltegebied’ geplaatst en een bankje. En het is gedaan met de stilte.

Lees Meer Lees Meer

DELEN
Motten in de muskusossenwol

Motten in de muskusossenwol

Bruine huismot in krabbenschaal. Foto Koos Dijksterhuis
Bruine huismot in krabbenschaal. Foto Koos Dijksterhuis

Sommige nachtvlinders maken van de dag een nacht, door in duistere krochten te leven. De bruine huismot is er zo een. Dat is een andere soort dan de klerenmot die de plotselinge gaatjes in uw geliefde hemd veroorzaakt. Al maakt ook de huismot soms textiel soldaat.

In wezen is het een prachtig beestje, met crèmekleurig gemarmerde voor- en lichtgrijze achtervleugels. Maar die laat ie alleen zien als ie vliegt en als ie dat al doet, zul je zien dat het donker is. Bij daglicht rent ie met dichtgeklapte vleugels weg. Dat maakt een gespannen indruk, alsof het kleine insect iets in zijn schild voert.

Lees Meer Lees Meer

DELEN
Duivelsnagel van een kilo

Duivelsnagel van een kilo

Duivelsteennagel. Foto Koos Dijksterhuis
Duivelsteennagel. Foto Koos Dijksterhuis

Iemand schonk mij eens een fossiele oester: een stenen klomp van een kilo. Ik weet de vindplaats niet, en kan me ook de gulle gever niet heugen. Ik heb nooit uitgevogeld welke soort het betrof. Nu is dat lastig zonder de (leeftijd van de) vindplaats te weten. Maar een familienaam moet te achterhalen zijn.

Kwestie van een bericht aan weekdiervraagbaak Rykel de Bruyne. Hij suggereert ‘iets Gryphaea-achtigs of een Pycnodonte-oester’. En dat lijkt me een schot in de roos. Gryphaea-oesters leefden van zo’n 210 tot ruwweg 50 miljoen jaar geleden, terwijl pycnodonte-oesters ruim 140 miljoen jaar geleden opdoken, en het tot minder dan een miljoen jaar geleden volhielden.

Lees Meer Lees Meer

DELEN
Zwevende stuifmeelsnoeper

Zwevende stuifmeelsnoeper

Micaplatvoetje op Schermhavikskruid. Foto Koos Dijksterhuis
Micaplatvoetje op Schermhavikskruid. Foto Koos Dijksterhuis

Als ik in de tuin rondstruin, zie ik altijd wel wat. Momenteel zijn er vrij veel zweefvliegen. Kegelbijvliegen, blinde bijen, doodshoofdzeefvliegen, pendelzweefvliegen en pyjamazweefvliegen vallen meer op dan een hele batterij kleine zweefvliegsoorten die geen gelig strepenpatroon hebben.

Platvoetjes zijn kleine zweefvliegen. In Nederland zijn een stuk of twintig soorten platvoetjes gezien, en wereldwijd zijn er tientallen, zo niet honderden soorten. Zelf vind ik het al te moeilijk om de determinatie ‘één van de platvoetjes’ te volbrengen, die zich zouden onderscheiden door hun brede voetjes, laat staan dat ik de precieze soort weet. Maar daar gebruik ik de veldgids zweefvliegen en internet voor.

Lees Meer Lees Meer

DELEN
Krabben en pikken

Krabben en pikken

Kippen Casey, Cleo en Coco. Foto Koos Dijksterhuis
Kippen Casey, Cleo en Coco. Foto Koos Dijksterhuis

Sinds kort hebben we kippen. Het zijn er vier. Twee roestbruine van het ras Rhodes Island en twee grijs-wit gestreepte van het ras Noord-Hollandse blauwe. Grijze dieren noemt men vaak blauw: blauwe rus, blauwe kiekendief, blauwe vinvis.

Vier kippen, is dat een toom? Vormen kippen überhaupt een toom, of is die term voorbehouden aan ganzen en eenden? Hoe dan ook, geliefde vroeg kippen voor heur verjaardag, een verlangen dat zacht gezegd ondersteund werd door dochter. Zelf zag ik vooral bezwaren, maar die werden weggewuifd.

Lees Meer Lees Meer

DELEN
Klimop voor liefde, trouw en vruchtbaarheid

Klimop voor liefde, trouw en vruchtbaarheid

Klimop doorgezaagd. Foto Koos Dijksterhuis
Klimop doorgezaagd. Foto Koos Dijksterhuis

We kregen nieuwe buren. Eén van de eerste handelingen die ze verrichtten was het doorsnijden en wegtrekken van de klimop die hun en ook onze schuur begroeide. ‘Tegen het vocht in de schuur’,  verklaarde de buurman.

Klimop houdt juist het klimaat in de schuur constant. Zonder klimop wordt het ’s zomers heet en droog, ’s winters koud en klam en tijdens een regenbui ronduit nat. Daarbij beschermt klimop de de muren tegen de zon.

Velen beschouwen klimop ten onrechte als duivelse wurger van bomen. Tot midden in de bossen zagen deze lieden oeroude klimops door, met stengels van wel een decimeter dikte. Wat een barbaarsheid.

Al die misverstanden over klimop… Vierhonderd jaar geleden wist men wel beter. Toevallig was ik bij een goede vriend van me die de scepter zwaait over het Hannemahuis, het charmante gemeentemuseum van Harlingen. Zelfs wie wars is van musea kan daar op adem komen in de prachtige binnentuin met monumentale rode beuk. Ik kom er graag. Nu wilde ik het beroemde Portret van een stel van Frans Hals zien. Dat schilderij uit 1622 is van het Rijksmuseum, maar hangt nu tijdelijk in Harlingen op een ereplaats. Vriend Hugo weet er van alles over te vertellen.

Lees Meer Lees Meer

DELEN