Natuurdagboeken op dijksterhuis.net
Nachtvlinderverdriet

Nachtvlinderverdriet

Eikenbladroller. Foto Koos Dijksterhuis
Eikenbladroller. Foto Koos Dijksterhuis

Van nachtvlinderaars hoor ik dat het droevig gesteld is met de nachtvlinders. Zij zetten op zoele zomeravonden soms een laken met een lamp neer. Dan tellen ze de vlinders op het laken en stellen ze de soorten vast. Tien, twintig jaar geleden telden ze honderden vlinders, nu tientallen of slechts enkele.

Vroeger zag ik ’s avonds vaak nachtvlinders op het raam zitten. Ze krioelden om straatlantaarns en buitenlampen. Nu niet meer.

Dit jaar is het echt huilen, niet alleen volgens individuele vlindervangers, maar ook volgens het Vlindermeetnet van de Vlinderstichting. In de vroege lente ging het nog wel, maar de zomerpiek bleef uit. Het aantal vlinders in juni was ongeveer een kwart van het gemiddelde in de voorgaande tien jaren, toen er al een forse afname was.

Lees Meer Lees Meer

DELEN
Amersfoort aan zee

Amersfoort aan zee

Geëxposeerde foto’s van Sabrina Charehbili
Geëxposeerde foto’s van Sabrina Charehbili

De kreet ‘Amersfoort aan zee’ is te danken aan An inconvenient truth, de film waarmee Al Gore in 2006 de wereld waarschuwde tegen klimaatverandering. Hij voorspelde dat we de helft van Nederland aan de zee zullen afstaan. De kust zou bij Amersfoort komen. Deze maand is er in het Rietveldpaviljoen te Amersfoort een kleine tentoonstelling ‘Amersfoort aan zee’.

Als geboren en getogen Amersfoorter nam ik er een kijkje. Er is werk te zien van creatievelingen uit allerlei disciplines. Er hangen foto’s, er staan beelden, er is een gedicht. De inspiratie komt uit zee, verder is er weinig verband tussen de objecten. Maar ze zijn beslist het aanzien waard. Vooral de foto’s van Sabrina Charehbili vind ik fraai. Al dan niet bedoeld zijn ze voor tweeërlei uitleg vatbaar. In stuifzand is een gezicht te zien. De op het water dobberende flesjes lijken te vliegen. Een strandwandelaar ziet eruit als een sfinx van zandsteen.

Lees Meer Lees Meer

DELEN
Vriend A551

Vriend A551

Knobbelzwaan WA551. Foto Marijke Wempe
Knobbelzwaan WA551. Foto Marijke Wempe

Vorig jaar zag ik op mijn rondes door Kardinge bij Groningen op vaste plekken knobbelzwanen. Ze verplaatsten zich weleens een behoorlijk eind, maar dan waren ze herkenbaar aan hun witte pootring met zwarte letters en cijfers. Ik zag er vaak een met nummer A551. Ze kregen jongen die na verloop van tijd met hun eigen ring rondstapten.

Dankzij het systematisch ringen van knobbelzwanen, zijn die vogels individueel herkenbaar, waardoor hun levensloop, trekgedrag en voortplantingssucces bekend wordt. Zonder zulke ringen hadden we bijvoorbeeld niet geweten dat een gevestigd zwanenpaar zwermen jonge zwanen van ‘zijn’ weiland wegjaagt en zo het gras tegen het zwanengegraas beschermt. Als een veehouder zich in de ecologie van de knobbelzwaan zou verdiepen, voor hij zo’n gevestigd zwanenpaar te lijf gaat, zou hij weten dat die zwanen niet zijn vijanden, maar zijn vrienden zijn. Ik fotografeerde de ringen en voerde de nummers in op www.geese.org. Dat bleek ik fout te doen. Vriend A551 voerde ik bijvoorbeeld in als A551. Dat had WA551 moeten zijn, liet een zwanenonderzoeker weten.

Lees Meer Lees Meer

DELEN
Gierzwaluwen vliegen (weg)

Gierzwaluwen vliegen (weg)

Gierzwaluw. Foto Koos Dijksterhuis
Gierzwaluw. Foto Koos Dijksterhuis

Gierzwaluwen trekken over en weg, naar Afrika. Zoals ze in april de lente beloofden, kondigen ze nu de herfst aan. Maar voorlopig trekken ze nog wel even door, want voordat heel Noord- en West-Europa leeg is, zijn we een paar weken verder. En tot in oktober kan een dolende gierzwaluw of een uit Spanje verdwaalde vale gierzwaluw zich vertonen.

Het zien van voorbij vliegende gierzwaluwen is niet altijd zo gemakkelijk als het lijkt. De vogels gieren niet meer door de straten, maar razen vrij hoog in hun sneltreinvaart voorbij. In een halve dag is heel Nederland gepasseerd. Alleen als op een nazomerdag ergens boven een bloemenveld of zoetwaterplas veel insecten rondhangen, willen gierzwaluwen daar wel even blijven. Dan zijn er ook vaak echte zwaluwen: huis-, boeren- en oever-. De laatste drie vertrekken pas eind september en begin oktober. Gierzwaluwen, zoals bijna iedereen wel weet, zijn geen zwaluwen. Ze horen niet eens bij de zangvogels. Ze staan… pardon vliegen (gierzwaluwenkunnen niet staan) dichterbij de kolibri’s dan bij de zangvogels.

Lees Meer Lees Meer

DELEN
Mooie bladerboeken over natuur

Mooie bladerboeken over natuur

Kievit met kuiken. Illustratie uit De wereld in het klein
Kievit met kuiken. Illustratie uit De wereld in het klein

Er verschijnen heel veel boeken. Hoe minder we lezen, des te meer lijken we te schrijven. Wat er alleen al aan natuurboeken verschijnt! Het is niet bij te benen. Ik doe er zelf trouwens nog aan mee ook, als ik denk dat ik iets te melden heb wat bij lezers verbazing, verrassing, verontwaardiging of ontroering wekt. Daarbij: ik lees ook veel.

Behalve leesboeken verschijnen er veel kijkboeken. Afgelopen week kreeg ik er twee opgestuurd, terwijl ik voor twee andere bedankte. Het zijn allebei mooie boeken, op de vorm en uitvoering is niet bezuinigd.

Lees Meer Lees Meer

DELEN
Hoe redden ooievaars zich?

Hoe redden ooievaars zich?

Ooievaar. Foto Koos Dijksterhuis
Ooievaar. Foto Koos Dijksterhuis

De ooievaars verzamelen zich voor hun grote trek zuidwaarts. De enorme afstand die ze ooit aflegden, is wel geslonken. Hoewel er nog altijd Europese ooievaars in Zuidelijk-Afrika overwinteren, blijven er ook heel wat in het broedgebied. Andere trekken minder ver. Toch gaan er vele op de wieken. Al blijven honderden ooievaars ‘thuis’, er gaan er ook honderden, zo niet duizenden vandoor. In augustus kun je ze soms hoog in de lucht zien zwermen: streepjes tegen het zwerk.

In 2022 broedden er volgens Sovon Vogelonderzoek 1450 à 1650 paar ooievaars in Nederland. Meer dan drieduizend individuen. Daar zijn sindsdien twee generaties bijgekomen. Ooievaars broeden tot in de steden. Ik zie ze regelmatig boven mijn huis. Ze zitten in rijen op de lantarenpalen langs snelwegen. Zelfs in het bos kom ik ze tegen.

Lees Meer Lees Meer

DELEN
Spechtenstierennek

Spechtenstierennek

Zwarte specht. Foto Koos Dijksterhuis
Zwarte specht. Foto Koos Dijksterhuis

In de voetbalsport zijn hoefijzervormige halsbanden geïntroduceerd, niet om geluk af te dwingen, maar om hersenletsel te voorkomen. De halsband zou stevig om je nek zitten, en je hoofd beschermen tijdens botsingen. Toch lijkt het bedrijf Q-30 met deze Q-kraag een gat in de markt te hebben gevonden. Hopelijk werkt ie niet averechts!

Het bedrijf keek naar eigen zeggen de kunst af bij spechten. Die zouden een stierennek hebben, om de klappen op te vangen. Dat is kletskoek. Voor mijn boek over de zwarte specht, de grootste timmeraar aller vogels, sneed ik een dood exemplaar open. Een zwarte specht heeft wel sterke nekspieren, maar niet om klappen te absorberen. Integendeel, die zijn er om zo hard mogelijk te hameren. De vogel heeft zelfs een dunne nek, om extra hard met zijn kop te zwiepen. De dreunen die zo’n vogel duizenden keren per dag kan uitdelen, zijn tien, twintig keer zo krachtig als een kopbal.

Lees Meer Lees Meer

DELEN
Kemphaan op reis

Kemphaan op reis

Kemphaan. Foto Koos Dijksterhuis
Kemphaan. Foto Koos Dijksterhuis

In juli kwam de vogeltrek op gang. Wat wij de zomer noemen is voor veel vogelsoorten eerder de herfst. De eerste sijzen en kruisbekken zijn uit Scandinavië gearriveerd. De eerste spreeuwen uit Midden- en Oost-Europa komen onze kant op. De eerste gierzwaluwen vertrekken. Volwassen koekoeken gingen hen voor. Strandlopers en ruiters van diverse pluimage hebben hun noordelijke broedseizoen er opzitten en vreten zich bij ons tijdens hun zuidwaartse reis vol.

Drieteenstrandlopers arriveren op stranden en zandplaten, kanoet- en krombekstrandlopers op het wad, kleine strandlopers langs binnenwateren en bonte strandlopers overal. Zwarte ruiters zijn er ook, nu nog in hun prachtige zwarte zomertenue. Ruiters zijn een familie van waadvogels, waar ook tureluurs en kemphanen bij horen.

Lees Meer Lees Meer

DELEN
Katten spatten

Katten spatten

Sjoerdsma met zijn spatter, accu en proefpoes Foto Koos Dijksterhuis
Sjoerdsma met zijn spatter, accu en proefpoes Foto Koos Dijksterhuis

‘Je zult de katten in je tuin nog missen, omdat ze zo grappig op de kattenspatter reageren.’ Aldus Evert Sjoerdsma, uitvinder van de cat-y-jet, de kattenspatter. Ooit sprak ik hem erover, voor een artikel in een ander dagblad. Dat leverde 25 bestellingen op. Daarna vond Sjoerdsma het welletjes. Ik sprak hem laatst weer en hij zei dat hij er nog twee had, waarvan ik er een mocht hebben. Inmiddels staat die spatter strategisch opgesteld. Na één nacht heb ik geen kat meer in de tuin gezien. Een bewegingsmelder zet een waterstraaltje in gang; dat is alles. Uit het waterniveau is af te lezen hoe vaak er is gespoten: acht keer.

Lees Meer Lees Meer

DELEN
Roofvogels nestelen met wasgoed

Roofvogels nestelen met wasgoed

ode wouw. Foto Mark Zekhuis
ode wouw. Foto Mark Zekhuis

Rode wouwen rukten op naar Nederland, maar hun opmars hapert. Voor een schuwe roofvogel van halfopen land, die graag plattelandsprooien als woelratten vangt, was het toch al een mirakel dat ze zich in Nederland vestigden. Misschien was het bij gebrek aan beter. Misschien was het het klimaat – ze leken noord- en bergopwaarts te verkassen.

Afgelopen voorjaar zag ik er twee in Salland, dankzij Mark Zekhuis, vogelkenner in het algemeen en wouwenkenner in het bijzonder. Zekhuis bracht nestelende wouwen in kaart. Hij ontdekte vijf broedpogingen, waarvan twee met succes. Bij die twee nesten vliegen nu jonge rode wouwen rond. Vorig jaar had hij in Salland maar één succesvol nest. ‘Landelijk lijkt het weer richting de dertig paar te gaan’, zegt hij. Evenveel als vorig jaar.

Lees Meer Lees Meer

DELEN