Ach, die groenlingen toch. Weinig vogels zag ik zo vaak en zoveel als groenlingen. Overal hoorde ik hun sputterende roepjes en hun knarsende zag. Elke dag kwamen ze op het vogelzaad in mijn tuin. Misschien is hen dat wel noodlottig geworden. …
Dit weekend houdt Vogelbescherming de jaarlijkse tuinvogeltelling. Wie daaraan meedoet dient zaterdag of zondag een half uur alle vogels in de tuin te tellen. Welk halve uur doet er niet toe. Vogelbescherming raadt aan vogels met voer te lokken, wat niet zo wetenschappelijk verantwoord is, maar het gaat niet zozeer om een wetenschappelijk verantwoorde telmethode, het gaat om betrokkenheid bij vogels. …
Berken lijden aan allerlei kwalen. Ze kunnen boomkanker krijgen en zijn gevoelig voor heksenbezems: woekeringen van takjes als gevolg van schimmels. Een andere schimmel die zich in berken specialiseert is de berkenzwam, een flinkgebouwde, welgevormde houtzwam, die als een uitschuiftafeltje uit de opengebarsten berkenbast groeit.
Vatbaar voor ziekten als berken zijn, zijn het nochtans taaie rakkers. Ze groeien bijna overal, ook waar geen andere (loof)boom het uithoudt. Op de hei en in schrale duinvalleien zijn berken de eerste, zo niet enige loofbomen. Op IJsland heb ik een klein berkenbos gezien, van lage, langzaam groeiende berken. Er zat een koperwiek in te zingen, een noordelijke lijstersoort. Zelfs op de toendra van Groenland, waar naaldbomen het laten afweten, groeit een berkensoort: de dwergberk. …
Nu de bomen kaal zijn, komen oude vogelnesten aan het licht. Woeste takkenbossen van eksters, bouwvallige rommeltjes van duiven, stevig bevestigde merelnesten, traditionele nestjes van vinken op een dikke tak… En misschien wel de mooiste van allemaal: de van mos en kostmos gefröbelde bollen van staartmezen.
Zo groot als een fikse pompelmoes zijn die nesten, en hoewel een pompelmoes eerder aan pimpelmees doet denken, hoort zo’n nest exclusief bij een staartmees. Al weet ik niet zeker of een staartmezennest nooit gekaapt wordt door een kool- of pimpelmees, maar het lijkt me sterk. Pimpel- en koolmezen willen boomholtes en nestkasten, staartmezen vlechten en boetseren hun hol zelf. …
In de winter moeten we het wat planten betreft vooral hebben van hun vormen in tegenlicht. Rietpluimen bijvoorbeeld, tegen een lage zon. Nog mooiere contouren in het uitgebloeide plantenrijk heeft de kaardebol.
Kaardebollen zijn hoge, stekelige planten. Ze bloeien met trosjes lila bloemetjes op eivormige bollen. Daar staat een krans van lange, dunne uitsteeksels omheen, als vingers om een in de hand gehouden ei. …
In de wit berijpte velden vallen me kleine zandhopen op. Molshopen? Nee, door de kijker blijken het hazen te zijn. Mensen willen graag weten hoe de hazen lopen. Hazen kunnen met hun brede, harige achterpoten razendsnel rennen. Zij maken in volle vaart haakse bochten waarmee ze hun belagers soms kunnen ontwijken, maar soms ook een voordeel geven – de vijand kan de hoeken afsnijden. Hazen huppelen meestal, maar kunnen sprongen maken van meer dan drie meter. …
Een zwarte kraai wandelt over het fietspad door de witte weilanden. Hij is alleen. In het weiland zitten wel roeken. Roeken zijn kraaiachtigen die ook zwart zijn en ongeveer even groot als zwarte kraaien. Vergeleken met zwarte kraaien zijn roeken echte gezelligheidsdieren.
Als kraaiachtigen zijn roeken gehaat en veel bejaagd, al zijn ze tegenwoordig officieel beschermd. In het Engels betekent rook zelfs dief. Net als zwarte kraaien worden dode of levende roeken aan hun poten opgehangen om soortgenoten angst aan te jagen. Misschien hopen de vogelbestrijders zo ook wel boze geesten te verdrijven. …
Van het bevroren land hebben veel vogels zich teruggetrokken. Andere verdringen zich rond wakken. Sommige worden des te aanweziger. Wandelend langs de bosrand zie ik het ene roodborstje na het andere tussen de kristallen twijgjes zitten. Op de witte velden vallen kraaien, roeken en buizerds op, maar opvalkampioen is de blauwe reiger. …
Knobbelzwanen, smienten en een slobeend. Foto Koos Dijksterhuis
De maan in zijn derde kwartier knipoogt door de wolken, die langzaam oranje kleuren. Zoon vertrekt naar school. “Bij eh Groningeh werd eh min 9,5 gradeh vorst eh gemeteh”, hakkelt de nieuwslezeres van Wakker Nederland, die haar wakkere landgenoten voor de derde keer “een hele goede morgen” wenst. Ik schakel haar uit, zet water buiten en kruimel wat brood en klokhuis. Merels hippen over het witte gras.
Ik kleed me warm aan en laat de boel de boel, verzaak mijn plicht en pluk de dag, of toch zeker de hele goede morgen. Ik loop mijn ronde ten oosten van Groningen, een kilometer of twaalf door open terrein. …
Hoewel koning winter zijn vorstigheid serieus begint te nemen, lijkt dat de eksters niet te deren. Vanuit mijn raam zie ik een grote, kale berk. Zijn stam blinkt wit in de winterzon en steekt fel af tegen donkergrijze wolken. Sneeuw! De eksters hippen achter elkaar aan door de kruin en ik kan niet goed zien of er op één plek wat meer berkentwijgjes groeien of dat ze al een begin maken met een nest. …