Grote spikkelspanner Hypomecis (boarmia) roboraria Schier. Foto Koos Dijksterhuis
Op Schiermonnikoog zien zoon en ik op een voorlichtingsbord van Natuurmonumenten een nachtvlinder zitten. Het is een zogenoemde spanner. Ik herken spanners aan hun gespannen vleugels. Veel nachtvlinders schuiven hun voor- en achtervleugels in rust over elkaar heen of vouwen ze min of meer op. De meeste spanners doen dat niet, maar hun naam danken ze daar niet aan. Hun naam danken ze aan de gespannen manier van voortbewegen als ze nog rups zijn. Dan strekken ze hun kop vooruit en trekken ze vervolgens hun kont in, waarbij hun lijf zich bolt. …
Een weekend naar ons huisje op Schiermonnikoog – ze zeggen altijd dat op de boot het eilandgevoel zich al van je meester maakt en dat is waar. Maar dat komt meer door het op de Waddenzee glinsterende licht dan door de zich aan boord verdringende eilandgevoelsmensen.
Ons eilandgevoel knarst tijdens het doorkruisen van de met drijfmest doordrenkte eilandpolders. Wat zou het mooi zijn als de eilander boeren zich zouden scharen onder het Nationaal Park. Als ze zo zouden boeren, dat de polder weer geel van ratelaars en roze van orchideeën zou kleuren en de grutto’s zich voor het eerst in veertig jaar weer zouden uitbreiden. …
In juni vliegt de bessenglasvlinder. Dat is een fraai beestje met doorzichtige vleugels, maar het is een klein beestje, onopvallend levend in bessenstruiken. En afgezien van een paar weken in mei en juni zijn bessenglasvlinders alleen present als eitje of, vanaf de nazomer, als rups. Als rups overwinteren ze in een tak van hun bessenstruik. In de lente verpoppen ze zich en vliegen ze even rond als vlinder. Een beetje nectar lebberen uit een schermbloem, even paren en eitjes leggen op een besenstruik. Klaar. …
De spreeuw is één van de talrijkste vogels van Noord-Amerika. Van Alaska tot Mexico komen spreeuwen voor. Toch kregen spreeuwen pas rond 1900 voet aan de Amerikaanse grond. Eind negentiende eeuw waren in door Europese landen gekoloniseerde gebieden zogenoemde Acclimatization Societies actief. Die hadden als doel zoveel mogelijk (wilde) planten en dieren uit het Europese vaderland mee te verhuizen naar de koloniën, waar de inheemse natuur net zo achterlijk gevonden werd als de inheemse bevolking. De New Yorkse apotheker Eugen Schieffelin was voorzitter van zo’n vereniging in de Verenigde Staten. Hij zorgde er rond 1860 voor dat huismussen poot aan de Amerikaanse grond kregen en vond dat de spreeuw niet kon achterblijven. Schieffelin had trouwens een chiquere argumentatie voor zijn faunavervalsende activiteiten. Hij was niet van de straat, hij kende zijn klassiekers. Met zijn acclimatiseringsbroeders had hij zich ten doel gesteld alle vogels die William Shakespeare had bezongen in New York te krijgen.
Spreeuw op de markt in Tunis. Foto Gert van Maanen
Shakespeare heeft tientallen vogelsoorten bezongen of genoemd. Ook de spreeuw speelt een rol in het oeuvre van de dichter. In 1596 of ’97 verscheen het eerste deel van Shakespeares historische toneelstuk Hendrik IV. Daarin komt Hotspur in opstand tegen koning Hendrik IV. Die weigert namelijk losgeld te betalen voor de vrijlating van Hotspurs zwager Mortimer, die door rebellen gevangen is genomen. De zwager in kwestie wordt door de koning als rivaal gezien. Hotspur neemt het de koning kwalijk dat hij Mortimer niet helpt en blijft aandringen op het vrijkopen van zijn rebelse zwager. De heren krijgen ruzie, en de koning verbiedt Hotspur de naam van zijn zwager nog langer te noemen. Hotspur bedenkt een pesterig plannetje.
‘I’ll have a starling shall be taught to speak nothing but “Mortimer”, Hotspur whines.’ In de vertaling van Jan Jonk: ‘Ja, ik koop een spreeuw, en die leer ik dan alleen het woord Mortimer.’
Aristoteles, Plinius, Maerlant, Shakespeare, Dijksterhuis – zij allen schreven over de spreeuw. Lees hoe de spreeuw vanuit New York heel Noord-Amerika koloniseerde, van Alaska tot Mexico. Lees alles over die fantastische vogels in De spreeuw, het nieuwe boek van Koos Dijksterhuis. Het is 159 bladzijden dik en is gebonden in een stevige kaft. Een luchtig, leesbaar en zomers cadeau! Bestellen bij AtlasContact of bij de auteur. Dan komen er verzendkosten bij maar desgewenst ook een handtekening of andere handgeschreven toevoeging.
Spreeuwennest met veer en bloemen. Foto Jan Schoppers
Laatst haalde Staatsbosbeheer de krant met een nieuwtje: natuurexcursies voor vrijgezellen. Een gaatje in de markt, maar niet nieuw. Sinds twee jaar geleden vaart Fogol met vrijgezellen op de 106 jaar oude koftjalk Schuttevaer vanuit Enkhuizen naar vogeleilandje de Kreupel in het IJsselmeer. Daar broeden duizenden vogels, waaronder zeldzame zwartkopmeeuwen. Iedereen wil daar wel eens een kijkje nemen, maar alleen vrijgezellen mogen mee. …
Honingbij op pinksterbloem. Foto Koos Dijksterhuis
Een akkerbouwer liet me tarwezaad zien. De korrels waren niet goudbruin, maar turquoise. Ze waren gecoat met imidacloprid, een vergif dat via het zaad in de hele plant belandt. Het tast het zenuwstelsel aan van insecten die ervan eten: bladluis en witte vlieg. Vrijwel alle voedingsgewassen worden gedrenkt in dit of vergelijkbare verfgiften, neonicotinoïden geheten. …
Steltkluten zijn zeldzame verschijningen uit Zuid-Europa. Zeldzaam, maar opvallend en niet zo schuw. Daarom zijn ze in voorjaar en nazomer vrij gemakkelijk in het vizier te krijgen, als ze op trek zijn. Tussendoor broeden steltkluten zelfs bij ons, zij het mondjesmaat.
Als je door Nederland een lijn trekt waar het land op zeeniveau ligt, dan is dat ruwweg de lijn van Breskens in het zuidwesten naar de Eemshaven in het noordoosten. Rond die lijn worden de meeste steltkluten gezien. Ze hebben nog langere poten dan gewone kluten, de helden in het Natuurdagboek van gisteren. Bovendien zijn die poten vuurrood. In vlucht steken ze een heel eind onder de staart uit. Te voet zijn steltkluten spillebenen. Op rode rietjes balanceren die zwart-witte lijven, rode rietjes met scharnieren – op de eieren vouwen ze die poten op. Het lijkt dan of ze door de knieën gaan, maar de scharnieren steken naar achteren, niet naar voren zoals knieën doen. Wat bij vogels knieën lijken, zijn dan ook hun enkels. …
De kluten hebben kuikens. Daaraan voorafgaand hebben hun ouders gepaard. Dat ging gepaard met kort en hevig gebalanceer. De parende kluten op de foto waadden samen door het ondiepe water bij de opgespoten zandplaten bij Kimswerd, tussen Harlingen en de Afsluitdijk. Dat kale zand is een broedplek voor kokmeeuwen, visdiefjes, Noordse sterns en kluten. …
Sluipwesp Ichneumon xanthorius. Foto Koos Dijksterhuis
Er kruipt een insect over het raam. Het lijkt me een wesp. Zwart-geel gestreept, wespentaille, puntige kont. En het is ook een wesp, maar geen gewone wesp. Het is een sluipwesp.
Van sluipwespen zijn er duizenden. Noem een insect of er is wel een sluipwesp die erop parasiteert. Ook op sluipwespen wordt door andere sluipwespen geparasiteerd. Een drachtig vrouwtje legt eitjes op haar slachtoffer, vaak een larve of pop. De sluipwespenlarfjes leven vervolgens van de “gastheer”, een vriendelijk klinkende benaming van een pechvogel die tegen wil en dank wordt uitgehold en opgegeten. …
In tuinen zie ik rozen en andere bloemen die vuurrood zijn. In de natuur is er maar één echt rood: de klaproos of papaver. Toch neigen zelfs klaprozen vaak een beetje naar oranje of roze. Rood is kennelijk een lastige kleur voor planten, hoewel het me de meest opvallende kleur lijkt. Rood is immers complementair aan groen en groen is de overheersende kleur in de natuur. …