Alleen in het veen

Alleen in het veen

Tussen de pollen zitten kale stukken modder. Die moet ik zien te vermijden. Anders bestaat de kans dat ik met ongepaste snelheid in verticale richting naar beneden verdwijn.

‘Houdt dat veen me wel?’ vraag ik als toezichthouder Van der Meulen me op een zompig eiland in de Alde Feanen achterlaat. ‘Waarschijnlijk wel’, is zijn geruststellende antwoord. ‘Als je maar niet die broekbossen in gaat.’ Ik zet vijf stappen en de bodem veert als een trampoline mee. Doodeng. Trilveen heet dit verschijnsel; een verwortelde laag die op het drabbige moeraswater drijft. ‘Hoe dik is die laag?’ Van der Meulen trekt een vragend gezicht. ‘Halve meter?’ …

Lees Meer Lees Meer

DELEN
Nieuwjaar

Nieuwjaar

Ik stap de permafrost van Noordoost-Friesland in. Het is min twaalf. Ik was de enige passagier. De eerste waarschijnlijk, in het nieuwe jaar. De buurtbus ronkt weg door de toendra, naar Paesens en Moddergat aan de Noordpool. Het zou acht kilometer lopen zijn naar de boerderij van tante IJf en oom Menk, iets minder nog, want ik kan afsnijden dankzij de dichtgevroren sloten. Maar schaatsen gaat sneller en is leuker. Schaatsen op de Dijkstervaart is een oude wens van me. Oom Menk zei altijd dat hij niet wist of het kanaal naar mij was vernoemd of ik naar het kanaal. Ik logeerde zelden ‘s winters bij hen. Ik stap over het prikkeldraad, het besneeuwde weiland in. Ergens die kant op stroomt de Dijkstervaart. Op onbekend ijs moet je niet schaatsen, zeggen ze, zeker niet ain je eentje. Met die wind kan het ijs verraderlijk zijn en onder de sneeuw zie je de zwakke plekken niet. …

Lees Meer Lees Meer

DELEN