In maart roert Schraalhans de allengs dunnere soep in de vogelwereld. De zaden en bessen van vorig jaar zijn op of bedorven, op klimop na. Insecten zijn er nog maar weinig. Aan de gevederde animo voor vogelvoer en kruimels merk ik dat er schaarste heerst.
Kreeg ik afgelopen winter opmerkelijk weinig vogelbezoek in mijn tuin, nu wordt het met de dag drukker. Dat komt door de stijgende vraag misschien ook door een dalend aanbod. Als buurtgenoten na de winter geen zaden en water meer serveren, verdringen de vogels zich bij mij. …
Koekoekshommel (staat in boekje) op knoopkruid (niet) Foto Koos Dijksterhuis
Regelmatig sturen lezers mij een zelf opgetekend verhaal uit de natuur. Soms krijg ik zelfs een complete bundel pennenvruchten, vaak uit eigen tuin. Het zijn vaak mooie verhalen, die getuigen van opmerkzaamheid en liefde voor de natuur.
Die boekjes worden meestal zelf gemaakt en verspreid. Dat verspreiden blijkt niet vanzelf te gaan. De hoop is dan dat ik ze aanprijs in mijn Natuurdagboek. Dat doe ik hooguit als inhoud én stijl me aangenaam verrassen, en zelfs dan nog zelden. …
Afgelopen zomer maakte ik een strandwandeling met de Strandwerkgroep Neeltje Jans, om in kaart te brengen wat er zoal voor kustleven aanspoelde. Een verslag van die gedenkwaardige tocht over dat vroegere werkeiland van de Zeeuwse deltawerken bewaar ik voor mijn boek over schelpen, dat in de maak is. Schelpen waren een van de soortgroepen die de Strandwerkgroep noteerde. Daarnaast vonden we vier soorten krabben, allerlei mosdiertjes, hydroïdpoliepen en wieren. …
Vannacht werd ik wakker uit een droom. Ik droomde dat ik wakker werd van het schelle gepiep van een vrachtwagen die achteruit indraait. Ooit woonde ik op een van de meest troosteloze plekke van het noordelijk halfrond, met uitzicht op een grijze vlakte van dakleer met aluminium schoorsteenpijpjes – het dak van een in de jaren ’70 gebouwd winkelcentrum. Tussen 6 en 7 uur ’s morgens kwamen de vrachtwagens hun food en nonfood brengen. Een wekker had ik niet nodig. …
Allerlei stinsenplanten steken in maart de kop op. Vele van hen zullen na hun bloei weer verdwijnen, maar aronskelken blijven. Stinsenplanten zijn ooit voor de sier op landgoederen geplant en daarvandaan verwilderd.
Gevlekte en Italiaanse aronskelken zijn verwilderd in parken en bossen, bijvoorbeeld in de Hollandse duinen. Ook in tuinen staan ze wel, waaronder mijn tuin. De bladeren zijn nu zichtbaar, in april volgen de witte bloemen. Daar zit een rottingsluchtje aan dat mensen niet, maar vliegen wel bekoort. Ze passeren een trechter van haartjes en blijven een tijdje gevangen zitten in de kelk, en lijken hun opsluiting niet vervelend te vinden – ze zitten er beschut en het ruikt er heerlijk naar bederf. Als na maximaal een dag de bloemkelk begint te verwelken, worden de vliegen weer vrijgelaten. Ze laten zich dan net zo makkelijk door een andere aronskelk gevangennemen, en brengen een lading stuifmeel van de vorige mee. Na de bevruchting maakt het blad plaats voor trossen oranjerode bessen, die op stengels staan. De bessen zien er best lekker uit, maar zijn giftig. …
Met zesendertig kamerzetels slechts
Scoort links gezamenlijk historisch laag
Nooit eerder stemde Nederland zo rechts
Toch wordt geroepen: ‘doorgestoken kaag!’
Hoe komen we weer van die schreeuwerds af?
Zelfs Mussert schrikt nog wakker in zijn graf!
Ondertekenaar 40.000 was ik. Ik tekende de petitie tegen de verbreding van de A27 door Amelisweerd. Ondanks protest van onder anderen de provincie en de gemeente Utrecht, ondanks de uitspraak van de Raad van State tegen het tracébesluit, wil het inmiddels demissionaire kabinet geen tien maar veertien rijstroken. Daaronder zette minister Van Nieuwenhuizen haar handtekening (ondertekenaar 1). …
In maart roeren veel vogels hun staart, als ze zich onhandig balancerend om elkaar heen buigen en elkaar met hun geslachtsopeningen aanraken. Een vluchtig contact is genoeg, maar daar gaat vaak uitgebreid versiergedrag aan vooraf.
Houtduiven, eksters en kauwen slepen met takjes, reigers en uilen zitten op hun nest, mezen en spreeuwen inspecteren holen en kasten. Kuifeenden, lepelaars en grutto’s zwermen uit op zoek naar hun broedplaatsen, futen baltsen in vol ornaat en kokmeeuwen krijgen een zomers kleurtje. Leeuweriken, geelgorzen, groenlingen en vinken zingen als de zon even doorbreekt. …
Twintig paartjes zeearenden broeden er in Nederland. Bovendien vliegen er ongebonden jonge vogels rond en komen er ’s winters zeearenden uit Duitsland langs. Vooral jonge vogels gaan in de herfst op de wieken, soms honderden kilometers ver, al keren ze vaak wel naar de omgeving van hun geboorteplaats terug.
In het Lauwersmeer en bij het Zuidlaardermeer zie ik de majestueuze roofvogels het vaakst. Soms vliegt er een over mijn huis, ik woon in een groene corridor op de vliegroute tussen beide genoemde broedgebieden, vandaar… De gigantische vogels mijden steden, zo bleek uit onderzoek met zenders. Ze hangen op hun verkenningstochten liever rond in grote, vochtige gebieden. Moerassen, maar ook heiden. Ik kwam er onlangs een tegen op het Fochteloërveen. Tijdens die vorstige week laatst zag ik er een over de Dollard vliegen. De week daarvoor zaten er twee boven elkaar in een boom in een moeras bij Heerenveen. Een voorbijganger vertelde dat ze daar al een tijd waren. Je kunt erop wachten of ze gaan ook daar broeden. …
Weinig muziek kan op tegen het geluid, dat soms in maart aanzwelt en over golft: de roep van kraanvogels. Het is altijd een blijde verrassing. In Groningen maak ik dat nooit mee, hoewel er kraanvogels in Drenthe en Zuidoost-Friesland broeden. Maar die hebben niets in Groningen te zoeken. En voor de hoofdmacht van de trekkende kranen ligt Groningen uit de route. Honderd kilometer naar het zuidoosten zou het elk jaar bingo zijn. …