Natuurdagboek

Meer boeren, kleinere bedrijven!

Meer boeren, kleinere bedrijven!

Stal in aanbouw. Foto Koos Dijksterhuis
Stal in aanbouw. Foto Koos Dijksterhuis

Reddingsplannen voor de natuur op het boerenland zijn er genoeg. Het resultaat is zelden meer dan een plaatselijke vertraging van de grote uitstervingsgolf. Moderne exportlandbouw is dodelijk voor natuur en landschap. De intensieve landbouw zorgt bovendien voor veertien procent van ’s lands uitstoot van broeikasgassen en het merendeel van de stikstofuitstoot.

Lees Meer Lees Meer

DELEN
Een witoogeend in een plantsoenvijver

Een witoogeend in een plantsoenvijver

Witoogeend, kokmeeuw en kuifeend. Foto Koos Dijksterhuis
Witoogeend, kokmeeuw en kuifeend. Foto Koos Dijksterhuis

Ik zag een witoogeend in Zwolle. Niet mijn eerste witoogeend. In de nazomer van 1978 zag ik met een vriend een witoogeend in de Westerplas van Schiermonnikoog. Hij leek op een vrouwelijke kuifeend, maar was roodbruin in plaats van bruin, had een wit plukje aan zijn kont en een spierwit oog. Een albino met zonnebril, maar dan omgekeerd.

Lees Meer Lees Meer

DELEN
Woningisolatie nekt meervleermuis

Woningisolatie nekt meervleermuis

Geringde meervleermuis. Foto René Janssen
Geringde meervleermuis. Foto René Janssen

Uit jarenlang onderzoek blijkt dat de meervleermuis in Nederland rap in aantal afneemt. Van de naar schatting twaalfduizend dieren in 1994 zijn er nu nog achtduizend over, 33 procent minder. Volgens Anne-Jifke Haarsma & René Janssen van de Stichting Ecologisch Vleermuis Onderzoek Nederland is het isoleren van woningen daar de hoofdoorzaak van. Meervleermuizen leven in spouwmuren en onder dakpannen, en die ruimtes worden afgesloten of opgevuld. De vleermuisonderzoekers schrijven hierover in De Levende Natuur 2022, nr. 1.

Lees Meer Lees Meer

DELEN
Revolutionair

Revolutionair

Marx in een park in Berlijn Foto Koos Dijksterhuis
Marx in een park in Berlijn. Foto Koos Dijksterhuis

‘Ecologie zonder klassenstrijd is tuinieren’, luidt de kop boven een pamfletje. Er volgt ouderwets revolutionaire retoriek, maar geen woord over ecologie of tuinieren. De conclusie luidt nochtans: ‘Alleen revolutie kan de aarde redden!’ Het is ondertekend door de Vrije Bond, een ‘anarchistische zelforganisatie’.

Ooit beschouwde ik mezelf als anarchist. Al snapte ik dat de afwezigheid van hiërarchie alleen mogelijk was in heel kleine groepen, met sociale controle. Rond 1980 was die sociale controle er. Wie in het kraakpand een fiets kocht was een kapitalist en wie een banaan at was een seksist. Ik las in die tijd het Kapitaal en het Communistisch Manifest. Anarchisme leek me toch sympathieker dan de dictatuur van het proletariaat. Anarchisme had een vrijheidslievend imago. Anarchisten noemden zich Vrije Socialisten en nu kennelijk Vrije Bond. VVD en PVV hebben eveneens vrijheid in hun vaandel – je kunt er alle kanten mee op.

Lees Meer Lees Meer

DELEN
In het bos

In het bos

Bankje. Foto Koos Dijksterhuis
Bankje. Foto Koos Dijksterhuis

Op een door-de-weekse morgen wandel ik door het bos. In de weekends doe ik dat liever niet; dan zijn er in het bos te veel wandelaars, honden, fietsers. Op een zonnig bankje eet ik een krentenbol en luister ik naar de bosgeluiden: motorzaag. Een boswachter nadert over het bospad in een groene auto. Hij steekt zijn hand op, ik groet terug.

In 1970 zat Simon Carmiggelt naast zijn vrouw te peinzen ‘op een boomstronk in een natuurreservaat.’ Hij schreef er een cursiefje over in een bundel over het Natuurbeschermingsjaar. ‘Een man stapte van zijn fiets en plaatste deze tegen een boom. Hij was geheel in het groen gekleed en leek treffend op de brave boswachter in een kinderoperette. Dat viel niet te verwonderen, want hij was ook boswachter, al meer dan 35 jaar. (…)

Lees Meer Lees Meer

DELEN
Als de merel maar niet gaat nestelen

Als de merel maar niet gaat nestelen

Merel. Foto Koos Dijksterhuis
Merel. Foto Koos Dijksterhuis

Door het raam zie ik beweging in de haag. Het is een merel, een mannetje. Als hij maar geen plek voor een nest vindt, schiet het door me heen. De haag is dicht en donker en oefent een grote aantrekkingskracht uit op merels.

Vaak nestelen er merels in die haag. Altijd worden de nesten uitgehaald door katten; altijd, op één keer na. Toen werden de kuikens pas gepakt nadat ze waren uitgevlogen. Die goed bedoelde haag fungeert als dodelijke merelval. Het zanglijsternest dat er een keer zat, trof hetzelfde lot. Daarna heb ik de moederlijster niet meer gezien, ik vrees dat ze zelf ook gegrepen is, misschien is ze wel van het nest geplukt terwijl ze roerloos haar eitjes bebroedde.

Lees Meer Lees Meer

DELEN
De mierenman

De mierenman

Mieren op wortel. Foto Koos Dijksterhuis
Mieren op wortel. Foto Koos Dijksterhuis

Op tweede kerstdag is Edward O. Wilson overleden. Hij werd 92 jaar. Wilson is, of was, een van de invloedrijkste natuurbeschermers ter wereld. Dankzij een vlotte pen werd zijn wetenschappelijke werk aan onder meer mieren wereldberoemd en een inspiratiebron voor velen, onder wie uw natuurdagboekanier.

Als jongen struinde Wilson door de moerassen van Alabama en Florida achter slangen, zoogdieren, vogels en vissen aan. Toen hij zeven was wierp hij zijn hengel uit, waarbij hij zijn rechteroog verwondde. Thuis hield hij dat stil, omdat hij vreesde dat hem het struinen verboden zou worden. zijn ouders hadden niets door; ze waren aan het scheiden en hadden wat anders aan hun hoofd.

Lees Meer Lees Meer

DELEN
Kepen en sijzen

Kepen en sijzen

Keep, mannetje in winterkleed Foto Jeanette Essink
Keep, mannetje in winterkleed. Foto Jeanette Essink

In de winter scharrelen er vaak vinken in mijn tuin, heel soms vergezeld van kepen. Dan zie ik een vink met een afwijkend kleurtje, oranje met grijs, en pak ik de kijker. En warempel, dan is het een keep. Als er één keep is, zijn er meestal twee, of vier. Dat gebeurt gemiddeld elke winter één keer.

Kepen en sijzen zijn in Zweden wat vinken en groenlingen bij ons zijn. Kepen en sijzen overwinteren in vrij grote aantallen in Nederland. Niet omdat Nederland nou zo’n geweldig land is, maar vooral omdat er in de Scandinavische bossen miljoenen kepen en sijzen broeden. Die trekken zuidwaarts in de herfst. Van beide soorten worden er in de lente in Nederland vaak zingende mannetjes gehoord. Maar dat die een vrouwtje versieren en samen een nest stichten, is uiterst onwaarschijnlijk.

Lees Meer Lees Meer

DELEN
(Kok)meeuw in jeugdkleed

(Kok)meeuw in jeugdkleed

Kokmeeuw op ijs. Foto Koos Dijksterhuis
Kokmeeuw op ijs. Foto Koos Dijksterhuis

De eerste kokmeeuwen ruien hun kopveertjes alweer van hun witte winterdracht naar hun donkerbruine zomerkostuum. Over twee maanden zijn alle kokmeeuwen zover; dan begint het gedonder van het broedseizoen.

Kokmeeuwen met ruiende kop zijn een van de lentebodes waar ik jaarlijks naar uitkijk. Zoals ik in de zomer bij een in omgekeerde richting ruiende kokmeeuw weemoedig constateer dat het al zover is, denk ik in januari met vreugde dat het al zover is.

Lees Meer Lees Meer

DELEN
Een (grote blauwe) haai op Schiermonnikoog

Een (grote blauwe) haai op Schiermonnikoog

Blauwe haai Foto Foppe Schut
Blauwe haai. Foto Foppe Schut

Foppe Schut, fotograaf te Amsterdam, was op Schiermonnikoog waar hij vandaan komt en opgegroeid is. Hij wandelde over het Rif, de strandvlakte aan de westkant van het eiland. In de verte lag iets zeehondachtigs wat bij nadering een haai bleek te zijn. Dood maar kakelvers.

Een dode vis blijft nooit lang fris. Afgezien van rottingsprocessen slaan strandvlooien en strandvliegen toe en zijn meeuwen er als de kippen bij. Een gave vis vind je dan ook niet vaak. Een haai vind je al helemaal zelden en dan nog wel een blauwe haai, of grote blauwe haai, zoals ie officieel heet.

Lees Meer Lees Meer

DELEN