Ze zijn nachtvlinders, maar toen ik door een wildernis van guldenroeden struinde, schrok er een huismoeder wakker en schrikte die huismoeder op. Ze vloog even en dook weer onder in het groen. Wat doet een huismoeder tussen de guldenroeden? Slapen. …
Het is een warme dag, maar op het strand van Schiermonnikoog blaast een zachte zuidwestenwind het zweet van je rug. Heerlijk. Om negen uur ’s morgens fietsen mijn kinderen en ik met een bevriend gezin langs de waterlijn naar het oosten. In no time bereiken we de oostpunt die met laag water aanzienlijk oostelijker ligt dan bij hoog water. Mijn vader leerde ons altijd dat je je alleen met oostenwind naar de Balg moest wagen, de kilometers uitgestrekte strandvlakte aan de oostpunt. Dan had je immers terug wind mee en kwam je niet voor lelijke verrassingen te staan. …
Ik dacht dat het vlindertje een groot dikkopje was. Een vermoeid groot dikkopje met versleten vleugels. Ik stapte op Schiermonnikoog door een duinvallei met zeggen, grassen en bloemen, omzoomd door bramen, duindoorns en jonge berkjes. Dat leek me een uitstekend leefgebied voor grote dikkopjes. Juli is bovendien de vliegmaand bij uitstek voor deze fraaie vlinders. En hij zat op een braambloempje, waarvan dikkopjes de nectar onweerstaanbaar vinden. …
Sierlijke vetmuur keerde terug in de Noordoostpolder, na het afplaggen en maaien van wegbermen. Het is een klein plantje met piepkleine bloemen. Mooi zijn die bloemen beslist, al dringt hun schoonheid niet zomaar tot het blote oog door. Daar is een loupe bij nodig, of een vergrotende foto. Sierlijk mogen de bloemen heten, maar het predikaat ‘vet’ vind ik een overstatement. Sierlijke vetmuur heeft nog een naam, en die heeft mijn voorkeur: krielparnassia. Kriel is een onderschatte term voor klein en parnassia staat in mijn bloemen top-10. Krielparnassia betekent: bloemen van ontroerende schoonheid, een schoonheid waarvoor je op je knieën moet en heel goed moet kijken. …
‘Diepvrieskippen, stapt uit uw verpakking!’ stond begin jaren tachtig op de wand van een punk-café. Het heeft niet geholpen. Gedragsverandering is alleen haalbaar, als je het gewenste gedrag heel aanlokkelijk maakt en het ongewenste afstraft. Als je geen wegwerpverpakkingen op straat of in de natuur wilt, moet je ze niet gratis weggeven. De wereld gaat ten onder aan onverwoestbaar afval. Plastic zakjes, nylon visnetten, plastic flessen. …
Achter ons huisje op Schiermonnikoog is de avond vredig. De stilte wordt benadrukt door verre scholeksters boven het wad. En vooral door een zanglijster in de bosrand. Die zanglijster heeft het hier goed. Er zijn katten noch sperwers, maar wel veel, ontzettend veel segrijnslakken. Die slakken vreten alle heesters kaal, maar laten de bramen ongemoeid. Die bramen woekeren als bankiers, sinds de vereniging van zomerhuiseigenaren het plan uitvoerde van de camouflerende bosjes twee meter te kappen. Zodat de houthakmachines erlangs kunnen. De oplossing is het probleem. De in veertig jaar gegroeide bosrand lag ineens open. Het fijnstof uit de gierinjectors op de aangrenzende velden kon onbelemmerd binnenwaaien, de zon scheen vrolijk de bosjes in. De vruchtbare polderklei barstte uit elkaar van de braamstruiken. Hun naam ten spijt broeden de braamsluipers er sindsdien niet meer. …
In een duinvallei op Schiermonnikoog staat een picknickbank langs het pad. Er staan ook brandnetels, distels, klitten en bramen langs het pad. Het pad wordt namelijk jaarlijks geplaveid met hooi. Waar het pad het lage, vochtige deel van de vallei doorkruist, wordt geen hooi neergelegd, maar duinzand. Het prikkeldraad langs het pad is verwijderd. Nu mag iedereen de vallei betreden. …
Albatrossen zijn topatleten. Ze kunnen een jaar over zee vliegen, waarbij ze handig gebruik maken van de tochtstromen tussen de golven. Wind in de rug. Ondertussen speuren ze naar lekkere vishapjes. Sushi. Wat ze niet snappen, is dat rauwe vis aan een vishaak kan zitten. Nu de zeevisserij is gemoderniseerd tot varende fabrieken die kilometers lange lijnen voortslepen met honderden haken, krijgen albatrossen nogal eens zo’n haak binnen. De vogel zal doodsangst voelen en vreselijke pijn in zijn keel, slokdarm of maag. Hoelang zou zo’n atletische zeevogel spartelen voor hij uitgeput verdrinkt? …
Op een warme zomerdag betreden we het strand van Schiermonnikoog. Meteen hoor ik het bekende ‘krrr, krrr’ van grote sterns. Het is altijd een feestelijk weerzien. Grote sterns horen tot de top-10 van ’s werelds meest elegante vogels. Op het strand van Schier hoor ik ze altijd, ‘s zomers althans. Dan kijk ik naar zee en zie ik ze. In duo’s en trio’s, soms groepjes van vijf vliegen ze voor de kust van oost naar west. Eerst dacht ik dat ze de herfsttrek al aanvingen, maar grote sterns vliegen eind juni al van oost naar west en dat gaat door tot in september. Er moeten tienduizenden grote sterns passeren en zoveel zijn er niet. …
Gezoem voor het raam in een middeleeuws pand. Tegen het raam hangt een wesp. Het is een kleine wesp, zwart met geel gestreept en met een wespentaille, maar kleiner dan de limonadewesp. Het lijkt me een graafwespje. Graafwespen moeten zand hebben. Al zijn er die in dood hout wroeten. In dit oude huis is veel dood hout. Alleen al die dikke kozijnen van de metershoge ramen. Schuiframen waarvoor krachtsinspanning vereist is. Eén staat open, leunend op een balkje. Zet een raam open en er komen insecten binnen. Ze vinden altijd de weg, maar nooit de weg terug. …