Natuurdagboek

Poep en een loopplank

Poep en een loopplank

Dode boomsprinkhanen. Foto Koos Dijksterhuis
Dode boomsprinkhanen. Foto Koos Dijksterhuis

Vier boomsprinkhanen trof ik aan in de waterbak op de hondenspeelplaats. Allemaal verdronken. Eerder vond ik drie keer een verdronken boomsprinkhaan. Toen zette ik een stok scheef in de bak. Het is een twintig centimeter diepe bak met loodrechte wanden. Daar springt een sprinkhaan zomaar in, maar niet uit.

De loopplank deed wonderen – niet één verzopen beest trof ik meer aan. Helaas wordt ie vaak verwijderd. Mensen denken vermoedelijk: een stok in de drinkbak, dat hoort niet, weg ermee. Prompt verdrinkt er weer een boomsprinkhaan. Na het weekend was ik er vier dagen niet geweest en dreven er vier dode boomsprinkhanen. Eén lijkje klampte zich vast aan een ander.

Lees Meer Lees Meer

DELEN
Klimaatbestendig bos

Klimaatbestendig bos

Fijnsparren Foto Koos Dijksterhuis
Fijnsparren. Foto Koos Dijksterhuis

Eerder schreef ik hier dat sommige bomen hun blad laten vallen wegens de droogte. Veel bomen doen dat ook niet, en de meeste bomen overleven de droogte wel. Op den duur zullen er wel bomen aan doodgaan – tegenwoordig komen er bijna geen niet-hete en niet-droge zomers meer voor. En als ze voorkomen, zijn het meteen kletsnatte zomers waarin het water tot de lippen staat.

Maar als in een bos bomen doodgaan, en er is geen overbevolking van grote grazers, dan ontkiemen er weer nieuwe bomen. En als dat soorten zijn die beter tegen droogte kunnen, zullen ze overleven. Geleidelijk aan verandert zo’n bos dan.

Al jaren willen terreinbeheerders de op houtoogst gerichte monocultures van fijnsparren weg hebben ten gunste van loofbomen. Daar valt wat voor te zeggen, want sparrenplantages zijn niet zo soortenrijk. Ik verwachtte dus dat terreinbeheerders blij zouden zijn met sparrensterfte. Maar nee.

Lees Meer Lees Meer

DELEN
Voor insecten is jakobskruiskruid een zegen

Voor insecten is jakobskruiskruid een zegen

Jakobsvlinder op jakobskruiskruid Foto Koos Dijksterhuis
Jakobsvlinder op jakobskruiskruid. Foto Koos Dijksterhuis

Met de hond sjok ik door de snikhete straat richting bos. Een dame te paard stapt ons tegemoet. Ik vertel de hond dat ze rustig moet blijven. Dat doet ze keurig. Keuriger dan ik zelf. De ruiter houdt namelijk halt en zegt vanuit de hoogte dat ik de gele bloemen in onze tuin moet afknippen.

Ik kan me niet heugen haar eerder te hebben zien, maar zij weet kennelijk waar ik woon en hoe ik tuinier. ‘U bedoelt jakobskruiskruid?’ vraag ik, ‘dat is een van de belangrijkste planten voor insecten.’ Ze lijkt me niet te horen en doceert dat jakobskruiskruid niet alleen dodelijk is voor paarden maar ook voor bijen. ‘Kletskoek’, zeg ik, en ik voel de adrenaline dringen. ‘Het is een invasieve exoot’, jokt ze. ‘Welnee’, zeg ik, ‘verdiept u zich eerst eens in het onderwerp.’

Ik krijg genoeg van die hetze tegen jakobskruiskruid. Het is ongezonde kost voor zoogdieren, maar die lusten het niet en grazen er omheen. Gedroogd en verstopt in hooi kunnen paarden het binnenkrijgen. Dat risico is klein: er zijn bijna geen bloemrijke hooilanden meer in Nederland, en waar die planten staan, laten ze zich (weet ik uit ervaring) gemakkelijk door een maaimachine omzeilen. Ze voor het maaien uittrekken of afknippen kan ook.

Lees Meer Lees Meer

DELEN
Herfst door droogte

Herfst door droogte

Drinkende bijen Foto Koos Dijksterhuis
Drinkende bijen. Foto Koos Dijksterhuis

‘Pok, pok, pok!’ Op het pad onder de eiken hagelt het eikels. Ook beukennootjes en hazelnoten zie ik al een tijdje vallen. Misschien vergis ik me, maar het lijkt me minstens een maand eerder dan anders. Het is in ieder geval eerder dan ik verwachtte. Weliswaar denk ik elke nazomer: nu al? Maar eind juli is toch echt een stuk vroeger dan begin september.

Sommige van die loofbomen kleuren al geel. Herfst! Het zal wel door de droogte komen. Bomen verdampen via hun blad en moeten nu zuinig zijn op water. Dus laten ze hun blaadjes vergelen en vallen.

Deden wij mensen maar zuinig met water. Ondanks adviezen en verboden zie ik burgers in de brandende zon hun gazonnetjes en aangrenzende paden urenlang besproeien. Ik zag zelfs iemand met de tuinslang z’n auto wassen en een ander met een hogedrukspuit z’n gft-bak reinigen. Sommige mensen lijken de dood door dorst te verkiezen boven een blaadje in hun vullesbak.

Lees Meer Lees Meer

DELEN
Water!

Water!

Mijn zeiljacht scheurde zich zijn bodem open
Het zonk niet maar het was een mand, zo lek
Dus ging ik maar met tegenzin van dek
Op zeebenen moest ik naar huis toe lopen

Ons land barst nog eens open van de droogte
Rivieren en kanalen vallen droog
Niet iedereen heeft daarvoor oor of oog
Men lijkt althans niet bijster op de hoogte

Want menigeen zie ik zijn tuin bevloeien
Het grasveld en de straat er gratis bij
Wat zijn we met ons allen heden blij
Zelfs de bolide blijven we besproeien

Zelf word ik door de droogte niet geraakt:
Mijn zeiljacht is een schip dat water maakt!

DELEN
Brand!

Brand!

Europa staat in brand, het zal wel wennen
Het is toch ieder jaar hetzelfde lied
Ook Limburg brandt, maar niemand die het ziet
En wie het ziet, die laat zichzelf niet kennen

Wel wordt het langzaamaan ondraaglijk warm
Tijd voor een brandalarm dus: Brand! Alarm!

 

DELEN
De avond van een eendagsvlieg

De avond van een eendagsvlieg

Eendagsvlieg. Foto Koos Dijksterhuis
Eendagsvlieg. Foto Koos Dijksterhuis

Hoewel het Natuurdagboek de komende vier weken een zomerpauze neemt, ben ik zelf juist net terug van vakantie. We waren tien dagen in de Italiaanse Alpen, in een niet-toeristisch deel. We verbleven in een hoogbejaard pand op een berghelling. Voor de deur was een natuurstenen terras met zicht op met loofbos bedekte bergen. Links en rechts lagen bloemenweiden. Daar ving een witte kwikstaart prooien: insecten die hij of zij naar een holletje onder de dakpannen bracht.

Tweehonderd meter door de weiden of driehonderd over een pad bracht ons bij een klaterende bergbeek met poelen kraakhelder water. Dat water was ijskoud, wat prettig was om de slopende tropenhitte te compenseren. Wij zaten in de schaduw aan die beek en keken naar de grote gele kwikstaarten die stroomaf- en weer -opwaarts vlogen. Soms passeerde er een waterspreeuw.

Lees Meer Lees Meer

DELEN
In de wind kwispelt het kamgras

In de wind kwispelt het kamgras

Kamgras. Foto Koos Dijksterhuis
Kamgras. Foto Koos Dijksterhuis

Bijna kniehoog staat het kamgras. De pol kwam tevoorschijn op een stukje grasveld waar we vaak lopen – de doorgang tussen twee hogere vegetaties. Vorig jaar stond er een pol op een zandhoop, waar we het gezaaid hadden. Daar staat het nu niet meer, maar kennelijk heeft het zich uitgezaaid.

Ik vind kamgras een charmante grassoort. De halmen zien eruit als een lange, smalle, fijne kam. Halverwege de aar zit vaak een soort insnoering. Het kamgras was eerst lentegroen, daarna geelgroen, vervolgens grijsgroen en toen lila bloeiend.

Nu bloeit het gras voor de tweede keer maar daarna zullen de aren al droog en hard worden. Te hart voor koeien, die grazen liever Engels raaigras. Kamgras groeide ooit in weilanden, toen daar nog tientallen soorten gras door elkaar stonden. Nu groeit daar vrijwel uitsluitend Engels raaigras. Dat is bestand tegen ingespoten drijfmest, groeit snel en is eiwitrijk fastfood voor het vee.

Lees Meer Lees Meer

DELEN
Hebben zeesterren een voorkant?

Hebben zeesterren een voorkant?

Zeesterren. Foto Koos Dijksterhuis
Zeesterren. Foto Koos Dijksterhuis

Soms ligt het strand bezaaid met stervende zeesterren. Die kunnen wel lopen op hun honderden zuignapjes, maar niet snel genoeg om de bij eb terugtrekkende zee bij te houden.

In Zeepaard 86(2), het blad van de Strandwerkgemeenschap, schrijft Bram Langeveld over kruipende zeesterren. Hij vraagt zich af of ze een voorkant hebben en bekijkt daartoe aangespoelde zeesterren met een kruipspoor. Is daar een voorkeursrichting uit af te leiden of gaan zeesterren alle kanten op?

Maar dan nog: hoe bepaal je wat de kruiprichting is? Gewone zeesterren hebben vijf armen. Ze zijn net als zeeëgels vijfzijdig symmetrisch, als een kerstster. Soms wordt een zeesterren met vier armen gevonden. Dat is dan het gevolg van een gevecht of ongeluk, waarbij de zeester een arm heeft verloren. Soms groeien er twee terug in plaats van één. De twee nieuwe armen zien er dan uit alsof ze er tussen gepropt zijn. Heel soms worden er zeesterren gevonden met zeven, acht, en zelfs negen armen.

Lees Meer Lees Meer

DELEN