Natuurdagboeken op dijksterhuis.net
Prachtig vlammende hoeden

Prachtig vlammende hoeden

Prachtvlamhoed Foto Koos Dijksterhuis
Prachtvlamhoed. Foto Koos Dijksterhuis

Toen wij ons mogelijke nieuwe huis bekeken, vielen mij boven op een grote boomstronk in de tuin vlammend oranjegele paddenstoelen op. Ze hadden vrij grote, heel mooie hoeden. Paddenstoelkenners gebruiken altijd de wetenschappelijke, Latijnse namen, maar ik ben blij dat Nederlandse namen de paddenstoelenwereld ook ontsluiten voor niet-latinisten. Die Nederlandse namen zijn vaak welluidend als waren ze korte gedichten.

Bij deze prachtig vlammende hoeden is de naam ook wel mooi, maar toch vooral doeltreffend: prachtvlamhoed. Prachtvlamhoeden leven van dood loofhout, waarbij ze hard eikenhout niet schuwen. Integendeel; eik is een lievelingskostje. De stronk in (inmiddels) onze tuin is waarschijnlijk ook het residu van een dikke, dode eik. Mochten er geen dode loofbomen voor handen zijn, dan zou een prachtvlamhoed bij hoge uitzondering kunnen uitwijken naar een naaldboom. Maar eerder nog kiezen ze een levende loofboom, die ze vervolgens doodmaken, zodat ze toch nog hun lievelingsgerecht krijgen.

Lees Meer Lees Meer

DELEN
Uitgestorven (?) planten

Uitgestorven (?) planten

Gele monnikskap. Foto Koos Dijksterhuis
Gele monnikskap. Foto Koos Dijksterhuis

De botanici Rafaël Govaerts en Maarten Christenhusz reisden de wereld rond, speurend naar honderden plantsoorten die als uitgestorven beschouwd werden. Ze schreven er een groot, mooi en leesbaar boek over: Uitgestorven, op plantenjacht rond de wereld. (Sterck & De Vreese, €59,90).

Van diverse soorten uitgestorven gewaande planten vonden ze in een afgelegen regenwoud toch nog een restpopulatie. Soms blijken er in botanische tuinen nog exemplaren van planten te leven, die in het wild al jaren uitgestorven zijn. Ook liggen er weleens zaden in zadenbanken of herbaria. Zaadjes die in de grond bewaard zijn, kunnen na veranderde omstandigheden opbloeien. Dat laatste is zeldzaam, want meestal verdwijnen planten, omdat hun leefgebied opgedoekt is. Verstedelijking, ontbossing, veeteelt en akkerbouw zijn de massavernietigingswapens waarmee de mens die leefgebieden bestrijdt. Om verdwenen soorten terug te krijgen, moet hun leefgebied hersteld worden. Dat betekent herstel van een ecologische netwerk met vele plant- en diersoorten.

Lees Meer Lees Meer

DELEN
Zaad uit zee

Zaad uit zee

Drijfzaad Kemirinoot Aleurites moluccana. Foto Koos Dijksterhuis
Drijfzaad Kemirinoot Aleurites moluccana. Foto Koos Dijksterhuis

Op het strand van Schiermonnikoog ligt een houtig, half bolletje. Was het een heel bolletje geweest, dan zou het zo groot zijn als een pingpongbal. De kleine, bruine halve bol heeft een geribbelde structuur. Het lijkt me een drijfzaad.

Zaden die zich vooral door zeewater laten vervoeren zijn er in Nederland niet veel, maar tropische drijfzaden zijn er des te meer. De kokosnoot is de bekendste. Kokosnoten spoelden vroeger soms massaal aan op de Nederlandse kust, dan was er een lading overboord geslagen.

Er worden vele tropische gewassen gegeten, waaronder vruchten, zaden en noten. Die kunnen per schip vervoerd, en in scheepskeukens bereid worden. Ook zeebonken houden van lekker eten en anders zijn er wel cruiseschepen waarop de duizenden passagiers dagelijks een exquise maal verwachten. Daarbij komt de recente mode om voor overledenen bloemen en zaden aan zee te offeren. De herkomst van de halve bol-noot kan dus overal ter wereld liggen.

Lees Meer Lees Meer

DELEN
Egels in de tuin

Egels in de tuin

Egel. Foto Koos Dijksterhuis
Egel. Foto Koos Dijksterhuis

Onze kleine tuin is woest, maar eerder vol dan ledig. Er zijn schuilplekken voor allerlei dieren. Dat blijkt als ik er gebukt doorheen scharrel. Overal fladderen motjes en springen kikkers weg. De hoek rechtsachter mijd ik, want daar overdagt een egel. Misschien overdagen er wel meer egels.

Die egels gaan nu in winterslaap, en dat betekent het einde van hun avondlijke bezoekjes. Als de schemer viel, klonk er geritsel rechts achterin, soms begeleid door een snuif of een kuch. Er bewogen weleens planten. Alle tekenen wezen erop: de egel ontwaakt en gaat op pad.

Lees Meer Lees Meer

DELEN
Pinokkiokever

Pinokkiokever

Stokroossnuitkever. Foto Koos Dijksterhuis
Stokroossnuitkever. Foto Koos Dijksterhuis

Van een stel uitgebloeide stokrozen in een tuin ritste ik de zaadbollen, om thuis uit te zaaien. De platte ronde stokrooszaden zitten in een krans in zo’n zaaddoos. Daar vallen ze gemakkelijk uit. Ik hield ze in mijn hand toen ik ermee naar huis liep. Weldra bewoog er een piepklein kevertje met een lange neus over mijn hand. En nog een.

Lees Meer Lees Meer

DELEN
Pitrus voor twee euro per pol

Pitrus voor twee euro per pol

Pitrus. Foto Koos Dijksterhuis
Pitrus. Foto Koos Dijksterhuis

Als je een natuurbeheerder op de kast wil jagen, moet je over pitrus beginnen. Pitrus vormt grote, taaie pollen van gladde, harde, puntige sprieten, met een zijwaarts groeiend pluimpje van gele, in de herfst bruine bloempjes. Pitrus is een rus, en russen zijn een familie van planten die op grassen lijken, maar geen grassen zijn. Pitrus doet het goed op verstoorde bodems. Voormalige landbouwgrond is meer verstoord dan welke bodem ook, en bovendien meestal verzadigd van stikstof. Als zulke grond teruggegeven wordt aan de natuur, verandert ie vaak rap in een pitrussenveld. Natuurbeheerders willen tegenwoordig hun terreinen openhouden en om niet te hoeven maaien, zetten ze vee in. Dat vee vreet bijna alles, behalve pitrus.

Ik zag eens een beheerder op een zitmaaier. Hij wilde een pol pitrus maaien, maar bleef steken in de taaie halmen. Hij draaide in de rondte op zijn machine, en de pitrus bleef staan. Er zijn ook natuurbeheerders die de boel de boel laten en de rus met rust. Uiteindelijk worden de pitrussen dan overschaduwd door boompjes en trekken ze zich enigszins terug.

Lees Meer Lees Meer

DELEN
Woekerbramen in het hier en nu

Woekerbramen in het hier en nu

Dijkviltbraam. Foto Koos Dijksterhuis
Dijkviltbraam. Foto Koos Dijksterhuis

In mijn vorige natuurdagboek kondigde ik tuinwerk bij onze nieuwe woning aan. Reeds voor de sleuteloverdracht mochten wij van de vorige eigenaars tekeergaan. De tuin was al twee jaar verwilderd.

Terwijl mijn geliefde duizend Japanse duizendknopen afknipte met een takkenschaar, bond ik de strijd aan met bramen. Ze hadden een fiks areaal overwoekerd. De Amerikaanse schrijver Jonathan Franzen zag in 2010 hoe Robinson Crusoe, een eiland in de Stille Oceaan, overwoekerd was door bramen. Hij vergeleek de planten in een essay in The New Yorker met telefoons van het merk Blackberry, die met hun mobiele internet eveneens de wereld overwoekerden.

Lees Meer Lees Meer

DELEN
Woekergroente uit eigen tuin

Woekergroente uit eigen tuin

Japanse duizendknoop. Foto Koos Dijksterhuis
Japanse duizendknoop. Foto Koos Dijksterhuis

Na 2,5 jaar hebben we een huis gevonden. We bleken niet als enigen een vrijstaand stulpje in de natuur te zoeken, op fietsafstand van treinstation en winkels. Een boerderijtje in de binnenstad, zeg maar, en betaalbaar graag. Na wat water door de wijn kochten wij een romantisch huuske uit 1900 met een enorme tuin.

Het makelaarsjargon is vermakelijk. Een droomhuis met kansen is een bouwval en vrij uitzicht over de landerijen betekent een mist van mest en pesticiden. De termen ‘middels’ en ‘welke’ horen tot de standaardvocabulaire.

Lees Meer Lees Meer

DELEN
Rode bessen op de Stuifdijk

Rode bessen op de Stuifdijk

Asperge. Foto Koos Dijksterhuis
Asperge. Foto Koos Dijksterhuis

Op Schiermonnikoog kleurt de wildernis op de vier kilometer lange Stuifdijk lichtrood tot donkerpaars van de bessen. De Stuifdijk is de ooit aangelegde maar verwilderde duinenrij die de kwelder tegen de zee moest beschermen, maar die telkens doorbrak en niet meer onderhouden wordt.

Zangvogels komen op hun herfstreis overzee aangevlogen, belanden op Schiermonnikoog en volgen de Stuifdijk. Die is begroeid met besdragende stekelstruiken waarin vogels dekking en vooral voedsel vinden. Ze poepen de pitjes weer uit; ze verbouwen hun eigen voedsel.

Er staan meidoorns, duinrozen, duindoorns, lijsterbessen en vlieren. Ook sleedoorns, kardinaalsmutsen en Gelderse rozen groeien er. Een verrassende producent van rode bessen wekt altijd verbazing bij lieden die ik de plant aanwijs: asperge. Wilde asperges komen plaatselijk in ons land voor, vooral in de drie zuidelijke provincies. Ook in de Hollandse duinen, op Ameland en op Schiermonnikoog zijn ze algemeen.

Lees Meer Lees Meer

DELEN
Alleen op een eiland

Alleen op een eiland

Foto Jacquelyn Mills

Van boven gezien lijkt het eilandje een lange glimlach van een smalle mond. Of een brede grijns? Een dertig kilometer lang, steenworp breed eiland in de Atlantische Oceaan: Sable Island.

In de jaren zeventig deed de Canadese natuurliefhebster Zoe Lucas mee aan een onderzoek op het eiland, en sindsdien woont ze er in eenzaamheid. Sable betekent zand en het eiland heeft tientallen kilometers zandstrand langs een strook duinen. Het ligt 175 kilometer van de Canadese oostkust. In de film Geographies of Solitude, die Jacquelyn Mills maakte van Lucas en het eiland, draagt de natuurvorser altijd warme kleren; zonnebaden is er niet bij.

Lees Meer Lees Meer

DELEN