Natuurdagboeken op dijksterhuis.net
Vinken leggen vroeg

Vinken leggen vroeg

Vink. Foto Koos Dijksterhuis
Vink. Foto Koos Dijksterhuis

Dinsdag 18 februari hoorde ik de eerste vinkenslag. Die begon aarzelend. Ik liep door de tuin en dacht even: wat is dat ook alweer? Toen sloeg hij zijn slag al wat beter en herkende ik hem. Ik moet elke lente veel vogelliedjes opnieuw leren kennen. Voor de vogeltellers die op strategische plekken staan en tientallen overvliegende trekvogels aan een piepje herkennen voel ik grote bewondering.

Maar een oefenende vink valt binnen mijn hoorgeheugen. Die dag was het weliswaar ijzig koud, maar het waaide weinig en de zon brak door. Dan willen vinken wel slaan. Ik hoorde nog minstens twee andere. De vinkenslag is een luide riedel van hoog naar laag, met weer een slag omhoog als uitsmijter. Echt mooi vind ik het niet, maar lelijk ook beslist niet, en als lentebode vind ik de eerste slag verheugend.

Lees Meer Lees Meer

DELEN
Lentebode in de sneeuw

Lentebode in de sneeuw

Winterakoniet in sneeuw. Foto Koos Dijksterhuis
Winterakoniet in sneeuw. Foto Koos Dijksterhuis

De lente begon laat dit jaar, maar toen 20 februari het kwik enkele graden boven nul steeg, kon de popelende wachtkamer aan de slag. Speenkruid had zijn hartvormige blaadjes al klaarstaan. Klein hoefblad trappelde vlak onder het maaiveld van ongeduld. Wilgen- en populierenknoppen stonden op springen, sterhyacinten en forsythia’s kregen er een kleur van.

Gek genoeg kwam hier in januari, tijdens een zacht intermezzo van dooi, al een paardenbloem in bloei. Maar de rest wachtte op betere tijden. Zelfs sneeuwklokjes kwamen pas midden februari massaal in bloei. Anders dan deze haantjes de voorste zijn de vroegste bloeiers vaak geel. Winterjasmijn, forsythia, speenkruid, klein hoefblad, en als laatste maar zeker niet minste: winterakoniet. Allemaal geel, waarschijnlijk omdat vroege insecten dat goed zien.

Lees Meer Lees Meer

DELEN
Majestueuze zeearend

Majestueuze zeearend

Zeearend. Foto Koos Dijksterhuis
Zeearend. Foto Koos Dijksterhuis

Al drie weken had ik ze niet gezien, en al had het vaak gemist, ik kreeg hun nest wel regelmatig in het oog. Maar de zeearenden niet. Eerder zag ik er regelmatig een op een kale tak of in een boomkruin zitten. Soms zag ik een zeearend vliegen. Als ik er één zag, kon het zijn dat de ander op het nest zat. Als ik er geen zag, kon het zijn dat de een op het nest zat, terwijl de ander de kost verdiende door een karper, meerkoet of gans achterna te zitten.

Het arendsnest is van twee kanten zichtbaar, op grote en op geringe afstand: een enorme takkenbos. Het bevat waarschijnlijk een holte, een kuil, die te diep is om te zien of er een vogel opzit. Van de geringe afstand is dat al helemaal niet te zien. Van verre was bij helder licht door de kijker heel soms een over de rand glurende kop te zien.

Lees Meer Lees Meer

DELEN
Sleetje rijden

Sleetje rijden

Sleetje rijden. Foto Koos Dijksterhuis
Sleetje rijden. Foto Koos Dijksterhuis

Ooit logeerde ik in onderzoeksstation Zackenberg, Noordoost-Groenland, twintig kilometer van de Deense basis Daneborg. Ik arriveerde begin juni, kort voor de hondensleden.

Vanuit Daneborg inspecteren Deense commando’s met hondensleden de tweeduizend kilometer lange kust van het onbewoonde Noordoost-Groenland. Van november tot juni gaan deze Sirius-patrouilles op pad: zes sleden met elk twee commando’s en twaalf honden.

Ze controleren en bevoorraden vijftig voormalige pelsjagershutten, die ingericht zijn voor verdwaalden. Op een uur lopen van ons station staat zo’n hut. Er is voedsel en een kachel vol brandhout. Eén lucifer is genoeg. Uit het doosje dat klaarligt steken er twee. Als je bevroren vingers hebt, kun je ze tussen je tanden klemmen.

Lees Meer Lees Meer

DELEN
Nachtvlindertje warmt zich op

Nachtvlindertje warmt zich op

Kleine voorjaarsspanner. Foto Koos Dijksterhuis
Kleine voorjaarsspanner. Foto Koos Dijksterhuis

Het is weer tijd voor de kleine voorjaarsspanner. In februari krijgt deze nachtvlinder het estafettestokje van de kleine wintervlinder. In een oud loofbos kwam ik dit exemplaar tegen, een mannetje dat waarschijnlijk nog maar net uit de grond was gekropen. Het zat op een stronk, in het middagzonnetje, dat voor het eerst na een week of vijf scheen.

Het was nochtans min 1 graden, maar in de stralingswarmte van de zon en wellicht een graadje warmte uit de verterende boomstronk, zal hij het best redden. Zo’n winterse nachtvlinder heeft genoeg antivries in z’n lijf om een lichte nachtvorst te overleven. Verder hoeft ie niet zoveel. Alleen paren.

Lees Meer Lees Meer

DELEN
Blij met de gewoonste tuinvogels

Blij met de gewoonste tuinvogels

Huismussen. Foto Koos Dijksterhuis
Huismussen. Foto Koos Dijksterhuis

Laatst schreef ik over de tuinvogeltelling en merkte ik op dat we geen huismussen in de tuin hadden. Daags erna verscheen er een zwermpje en dat heeft het wel naar zijn zin. Ik zie de mussen dagelijks. Ze tjilpen en hippen rond, eten zaadjes en snorren van tijd tot tijd de hulst in.

Merels zijn er ook steeds, soms zes tegelijk: drie mannen en drie vrouwen. Misschien zijn het drie stelletjes. Maar de mannen zingen nog niet, dus het liefdesgedoe houdt hen nog niet bezig. Misschien zijn het overwinteraars uit Zweden.

Spreeuwen schuimen samen met de merels het gras af. Ook de spreeuwen zijn met hun zessen. De merels zoeken regenwormen, de spreeuwen emelten, al zullen ze vast weleens van prooi wisselen. Emelten zijn de larven van langpootmuggen.

Lees Meer Lees Meer

DELEN
Een beetje kleur in de winter

Een beetje kleur in de winter

Klein kruiskruid Foto Koos Dijksterhuis
Klein kruiskruid. Foto Koos Dijksterhuis

Hoewel de meeste planten ’s winters rusten als rozet, knop, knol of bol, zijn er soorten die de hele winter bloeien, zoals klein kruiskruid. Hoewel het door veel tuinierders als onkruid wordt verwijderd, heet ik die winterbloeier welkom.

Klein kruiskruid is inderdaad klein, veel kleiner dan bijvoorbeeld Jakobskruiskruid. En het bloeit op bescheiden wijze. Het spreidt zijn samengestelde bloempjes niet uit tot een zonnetje, zoals de eerste paardenbloemen en klein hoefblad, die onder de sneeuw al aan het popelen waren. Klein kruiskruid bloeit alleen met buisbloemen, hoewel het heel zelden ook lintbloemen vormt.

Lees Meer Lees Meer

DELEN
Kies partij voor de walvis

Kies partij voor de walvis

Potvis
Potvis

Eindelijk heb ik Moby Dick gelezen, van Herman Melville. Ik lees afwisselend fictie en non-fictie, nieuw en oud werk. Ik ken lang niet al mijn klassieken en die hiaten vul ik. Daarbij komt dat ik drie keer wekenlang op Groenland heb gezeten voor een boek over drieteenstrandlopers, en er een keer met Trouw-lezers ben geweest. Vooral op die lezersreis en vijf lezersreizen naar Spitsbergen zagen we allerlei (soorten) walvissen en alleen al daarom wilde ik Moby Dick niet ongelezen laten. Al betreft dat boek een potvis, en ik heb nooit een potvis gezien.

Jaren geleden kocht ik het boek, niet eens duizend bladzijden zoals ik had gevreesd, maar de helft daarvan. Toch zag ik er tegenop. Het ging over de jacht op een potvis en al is die vijand symbolisch, ook in een symbolische strijd tussen mens en walvis kies ik partij voor de laatste. Daarbij zag ik op tegen negentiende-eeuwse uitweidingen. Ooit was ik gek op Tolstoi en Couperus, maar met de jaren ben ik er niet geduldiger op geworden.

Lees Meer Lees Meer

DELEN
IJzel op de permafrost

IJzel op de permafrost

IJzel. Foto Koos Dijksterhuis
IJzel. Foto Koos Dijksterhuis

Als ik in Amsterdam ben, en een randstedeling vraagt naar mijn herkomst, reageert men alsof ik een expeditie vanaf de Arctische toendra achter de rug moet hebben. Ik zeg dan dat ik noodrantsoenen meedraag en de ontberingen op de permafrost het hoofd bied.

Meestal tovert dat een glimlachje op het randstedelijke gelaat; men weet ergens wel dat de Noordpool niet vlak buiten de Amsterdamse ringweg begint. De laatste weken echter was de bodem onder onze voeten in ’s lands noordelijke gebiedsdelen permanent bevroren. Als bonus kwam er een laag helder ijs van een halve centimeter over alles te liggen. Vanuit iets warmere wolken was regen gevallen op de vrieskoude grond.

Het leeghalen van de brievenbus was een heikele onderneming en met het uitlaten van de hond tartte ik het noodlot. Zelfs de hond glibberde hier en daar op haar vier poten over het ijs. Ik overwoog het aantrekken van mijn schaatsen, maar dan zul je zien dat er één fataal ijsvrij steentje ligt.

Lees Meer Lees Meer

DELEN
Het witte wonder

Het witte wonder

Grote zilverreiger. Foto Koos Dijksterhuis
Grote zilverreiger. Foto Koos Dijksterhuis

Grote zilverreigers staan te boek als zwijgzaam. En het moet gezegd: aan de rauwe, spookachtige kreten van blauwe reigers kunnen ze niet tippen. Als ze nestelen praten grote zilverreigers wel met elkaar, maar verder hoor je inderdaad weinig van ze. Tenzij het kalm weer is en er vlakbij zo’n witte schoonheid opvliegt.

In 1978 broedde het eerste paartje grote zilverreigers in Nederland, een jaar later gevolgd door het eerste paartje kleine zilverreigers. Als piepjonge vogelaar fietste ik erheen vanuit Amersfoort en sliep ik er in een vogelkijkhut, om bij het krieken van de dag gewekt te worden door gillende waterrallen, gakkende grauwe ganzen, zwiepende porseleinhoentjes, krijsende blauwe reigers, snaterende eenden en krassende karekieten. Toch vond ik het er niet lawaaiig, want vogelgeluiden maken min of meer deel uit van de stilte.

Lees Meer Lees Meer

DELEN