Sleetje rijden

Ooit logeerde ik in onderzoeksstation Zackenberg, Noordoost-Groenland, twintig kilometer van de Deense basis Daneborg. Ik arriveerde begin juni, kort voor de hondensleden.
Vanuit Daneborg inspecteren Deense commando’s met hondensleden de tweeduizend kilometer lange kust van het onbewoonde Noordoost-Groenland. Van november tot juni gaan deze Sirius-patrouilles op pad: zes sleden met elk twee commando’s en twaalf honden.
Ze controleren en bevoorraden vijftig voormalige pelsjagershutten, die ingericht zijn voor verdwaalden. Op een uur lopen van ons station staat zo’n hut. Er is voedsel en een kachel vol brandhout. Eén lucifer is genoeg. Uit het doosje dat klaarligt steken er twee. Als je bevroren vingers hebt, kun je ze tussen je tanden klemmen.
De Sirius-patrouilles druppelen binnen. De mannen zien elkaar na maanden terug. Ze halen over de fjord voorraad uit Daneborg voor een feestje. Ze hebben woeste baarden op roodverbrande gezichten. Aan hun riemen hangen revolvers en gigantische dolken, hun geweren leunen tegen een rots. De grote, Groenlandse sledehonden rollen zich op in de sneeuw, met hun wollige krulstaart over hun neus.
‘In de sneeuw was het licht’, vertelt één van de mannen over de lange poolnacht. ‘Zeker als de maan scheen.’
‘Wij botsten tegen een muskusos’, lacht de tweede. ‘Die schrok nog erger dan wij.’
‘Gisteren volgden we het spoor van een andere slee’, vertelt een derde. ‘Een lemming probeerde zich in het sledespoor te verstoppen. Ik vreesde dat we over hem heen zouden glijden, maar een hond hapte hem in volle vaart op.’ De volgende had een ijsbeer verjaagd met een lichtkogel. Een ander had wolven gezien.
Wij Zackenbergers mogen mee op de slee. Twaalf honden sleuren de houten slee met drie mensen over sneeuwhopen en sneeuwvrije stroken toendra. Op het ijs komen ze op dreef. We zoeven voort en vliegen over spleten van een meter breed. ‘Zolang de honden erover springen, is de slee langer dan de breedte van de scheur’, zegt de sledemenner.
Mijn regenpak beschermt tegen smeltwater, en tegen de drollen die ons om de oren vliegen. De honden poepen in galop. Na de rit nemen we afscheid. De sleden gaan naar hun basis. Het smeltende ijs is nu nog twee meter dik.
(Natuurdagboek Trouw, vrijdag 20 feb. 2026)