Kies partij voor de walvis

Kies partij voor de walvis

Potvis
Potvis

Eindelijk heb ik Moby Dick gelezen, van Herman Melville. Ik lees afwisselend fictie en non-fictie, nieuw en oud werk. Ik ken lang niet al mijn klassieken en die hiaten vul ik. Daarbij komt dat ik drie keer wekenlang op Groenland heb gezeten voor een boek over drieteenstrandlopers, en er een keer met Trouw-lezers ben geweest. Vooral op die lezersreis en vijf lezersreizen naar Spitsbergen zagen we allerlei (soorten) walvissen en alleen al daarom wilde ik Moby Dick niet ongelezen laten. Al betreft dat boek een potvis, en ik heb nooit een potvis gezien.

Jaren geleden kocht ik het boek, niet eens duizend bladzijden zoals ik had gevreesd, maar de helft daarvan. Toch zag ik er tegenop. Het ging over de jacht op een potvis en al is die vijand symbolisch, ook in een symbolische strijd tussen mens en walvis kies ik partij voor de laatste. Daarbij zag ik op tegen negentiende-eeuwse uitweidingen. Ooit was ik gek op Tolstoi en Couperus, maar met de jaren ben ik er niet geduldiger op geworden.

Ik vind Moby Dick mooi beginnen, in een walvisvaartdorp aan de Amerikaanse oostkust. In de kroegen zitten lieden die een klus zoeken, waarvoor ze anderhalf, twee jaar buitengaats blijven. Ruig volk, maar de ik-persoon belandt in bed bij een exotische harpoenier met wie hij bevriend raakt. Het bedekte homo-erotische sfeertje is verrassend, en het Victoriaanse bloed kruipt waar het niet gaan kan. In de herberg hangt een schilderij dat vier pagina’s lang wordt beschreven. Dat blijkt nog niets.

Het boek dateert uit 1851, toen de noordelijke walvissen al bijna waren uitgeroeid, dus zeilt men zuidwaarts. Een lange reis die de ik-persoon alle tijd biedt voor hersenspinsels. Vroeger kon ik daarin mee sudderen, nu denk ik algauw: schiet eens op met het verhaal. De ik-persoon weigert nieuwlichterij te geloven als zouden walvissen zoogdieren zijn. Omdat er aan de buitenkant niet zomaar te zien is of het mannetjes of vrouwtjes zijn, moeten walvissen wel vissen zijn.

De persoon om wie het in de roman gaat is echter niet de ik-persoon, maar de vastberaden en mythische kapitein Achab, die alles opoffert voor de jacht op die ene potvis. Pas op de helft van het boek neemt hij zijn hoofdrol op zich…

De afloop zal ik niet verklappen. Maar ik ben nog steeds voor de walvis.

(Natuurdagboek Trouw, vrijdag 13 februari ’26)

 

DELEN

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *