Nachtvlindertje warmt zich op

Het is weer tijd voor de kleine voorjaarsspanner. In februari krijgt deze nachtvlinder het estafettestokje van de kleine wintervlinder. In een oud loofbos kwam ik dit exemplaar tegen, een mannetje dat waarschijnlijk nog maar net uit de grond was gekropen. Het zat op een stronk, in het middagzonnetje, dat voor het eerst na een week of vijf scheen.
Het was nochtans min 1 graden, maar in de stralingswarmte van de zon en wellicht een graadje warmte uit de verterende boomstronk, zal hij het best redden. Zo’n winterse nachtvlinder heeft genoeg antivries in z’n lijf om een lichte nachtvorst te overleven. Verder hoeft ie niet zoveel. Alleen paren.
Het hele bestaan van een mannetje kleine voorjaarsspanner draait om paren. Als zijn vleugels opgepompt en droog zijn, gaat hij op patrouille. ’s Nachts vliegt hij rond door het bos, zijn neus achterna. Hij zoekt vrouwtjes en hij kan ze ruiken. Ze zitten op eikenstammen. De vrouwtjes kunnen niet vliegen, ze hebben geen vleugels. Hij verleidt ze tot ze bereid zijn zich met hun achterlijf aan zijn achterlijf te klikken.
Ze zitten dan aan elkaar vast en binnendoor kunnen de mannetjes hun zaad doneren. Dat gaat gepaard met enige opwinding, zoals wij mensen die ook kennen. Bij kleine voorjaarsspanners kan de opwinding echter dusdanig uit de hand lopen, dat het mannetje het luchtruim kiest en het vrouwtje meesleurt. Wat zo’n vrouwtje daarvan vindt, is onbekend. Misschien vindt ze het wel een romantische bruidsvlucht, een soort huwelijksreis.
Haar wittebroodsweken brengt ze door op een eik. Daar legt ze eitjes. Als eind april de eiken in blad komen te staan, kruipen juist de rupsjes uit die eitjes. Ze hebben een berentrek en knagen de eikenkruin met hun allen soms helemaal kaal.
Er zijn dan altijd mensen te vinden die de eiken tegen die rupsjes-nooitgenoeg willen beschermen. Ik vermoed dat diezelfde mensen het vertederend vinden als ze in februari zo’n klein vlindertje zien, dat zich aan de winterzon warmt.
De eiken overleven de rupsenvraat wel en maken nieuw blad. De rupsjes laten zich aan draden uit de boom zakken en kruipen ondergronds. Daar wachten ze, tot ze zich in februari ontpoppen als vlindertje.
(Natuurdagboek Trouw, donderdag 19 feb. 2026)