Het witte wonder

Het witte wonder

Grote zilverreiger. Foto Koos Dijksterhuis
Grote zilverreiger. Foto Koos Dijksterhuis

Grote zilverreigers staan te boek als zwijgzaam. En het moet gezegd: aan de rauwe, spookachtige kreten van blauwe reigers kunnen ze niet tippen. Als ze nestelen praten grote zilverreigers wel met elkaar, maar verder hoor je inderdaad weinig van ze. Tenzij het kalm weer is en er vlakbij zo’n witte schoonheid opvliegt.

In 1978 broedde het eerste paartje grote zilverreigers in Nederland, een jaar later gevolgd door het eerste paartje kleine zilverreigers. Als piepjonge vogelaar fietste ik erheen vanuit Amersfoort en sliep ik er in een vogelkijkhut, om bij het krieken van de dag gewekt te worden door gillende waterrallen, gakkende grauwe ganzen, zwiepende porseleinhoentjes, krijsende blauwe reigers, snaterende eenden en krassende karekieten. Toch vond ik het er niet lawaaiig, want vogelgeluiden maken min of meer deel uit van de stilte.

Die ochtend zag ik zowel een grote als een kleine zilverreiger. Beide vlogen over de Knardijk, de dijk tussen Oost- en Zuid-Flevoland, die hier en daar een prachtig uitzicht bood over de plassen, moerasbossen, rietvelden en zandbanken met moerasandijvie. Er waren nog geen grazers uitgezet.

Wat was ik blij met die twee witte wonderen uit het zuiden. Kleine zilverreigers had ik alleen in Zuid-Frankrijk gezien, grote in Oostenrijk. In Nederland waren het zeldzame dwaalgasten.

En moet je nu eens kijken. Vooral grote zilverreigers zijn overal te zien. Zeker in de winter, want zo kouwelijk zijn ze niet. In weilanden en akkers jagen ze op muizen. Maar meestal staan ze in een rietkraag roerloos langs het water te wachten op een kikker, vis of rivierkreeft. En sprakeloos, want ook hun tong roert zich niet.

Tot de wandelaar blijft staan en zijn verrekijker of fototoestel richt. Dan klapwiekt de grote zilverreiger op, met gestrekte hals die algauw ingevouwen wordt. Meestal vliegt die zilverreiger weg, maar als ie zich eens vlak langs de toeschouwer begeeft, kan die vaststellen dat de vogel ‘krrrrrr’ roept. Hoe zacht ook, het klinkt een beetje geërgerd, alsof de vogel iets zegt als ‘laat me toch met rust’.

Uit de trein of auto, tijdens een wandeling of fietstocht: altijd laten zich meerdere grote zilverreigers zien. Wat een weelde!

(Natuurdagboek Trouw, dinsdag 10 februari ’26)

 

DELEN

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *