Blij met de gewoonste tuinvogels

Laatst schreef ik over de tuinvogeltelling en merkte ik op dat we geen huismussen in de tuin hadden. Daags erna verscheen er een zwermpje en dat heeft het wel naar zijn zin. Ik zie de mussen dagelijks. Ze tjilpen en hippen rond, eten zaadjes en snorren van tijd tot tijd de hulst in.
Merels zijn er ook steeds, soms zes tegelijk: drie mannen en drie vrouwen. Misschien zijn het drie stelletjes. Maar de mannen zingen nog niet, dus het liefdesgedoe houdt hen nog niet bezig. Misschien zijn het overwinteraars uit Zweden.
Spreeuwen schuimen samen met de merels het gras af. Ook de spreeuwen zijn met hun zessen. De merels zoeken regenwormen, de spreeuwen emelten, al zullen ze vast weleens van prooi wisselen. Emelten zijn de larven van langpootmuggen.
Daarmee hebben we de vroegere top-3 van Nederlandse broedvogels in de tuin: huismus, spreeuw, merel. Ook kool- en pimpelmezen zijn er veel, vinken en roodborstjes. Een zanglijster hipt dagelijks rond, drie eksters zijn er, twee kraaien, een gaai, een houtduif en vier Turkse tortels. Grote bonte spechten melden zich elke dag, groene spechten elke week.
Boomklevers en boomkruipers zie ik minder vaak, en soms roept er een bosuil. Heggemus en winterkoninkje zijn opvallende afwezigen. Heggemussen gaan al een tijd achteruit, geen idee waardoor, en winterkoninkjes zijn vast gedecimeerd door koning Winter.
Terug naar de voorheen top-3, of beter: -2. Spreeuwen en mussen broeden allebei in holen en leven allebei in de omgeving van mensen. Het zijn bovendien allebei gezellige flierefluiters en levensgenieters. Beide soorten zijn jarenlang achteruit gestiefeld, en deze vroegere alom tegenwoordige soorten zijn zeker geen vanzelfsprekendheid meer.
Ik ben blij met ze. We hangen een tweede spechtenkast op, want dat is ook het ideale formaat voor spreeuwen, en een zoveelste mezenkast, want die heeft een door mussen gewaardeerde omvang.
Daarnaast planten we verschillende soorten bomen met bessen, zorgen de hulstbomen, de cipres en de met klimop overgroeide berk al voor dekking, en laten we de vergeelde planten van vorig jaar staan: zaaddonoren voor de mussen. Onder de bomen ligt een laag dode bladeren waarin de merels scharrelen.
Al dat gefladder en gescharrel om ons huis – er is weinig waar ik zo blij van word.
(Natuurdagboek Trouw, dinsdag 17 feb. 2026)