Cèt-tie!

De eerste keer dat ik Cetti’s zangers zag en vooral hoorde, was op Mallorca. Ik stond om vijf uur op, sloop weg om vrouw en dochter niet te wekken, en toog naar een moerasgebied, waar de vogels reeds voor zonsopgang een enorm kabaal maakten.
De zangers zongen een rock-‘n-roll-riedel die me deed denken aan die van de rietgors, maar dan veel luider. Ongelofelijk hoe die vogeltjes tekeer gingen. Ze verstopten zich in de wilgen die in het riet groeiden. Cetti’s zangers zien er onopvallend uit: kleine bruine vogels. Ze lijken op kleine karekieten, eveneens onopvallende rietvogels die geen moment hun snavel houden. Niet alleen mensen overschreeuwen hun onopvallendheid met een grote bek. …








