Waterslang vlucht het water uit

In 1999 begon Arnold Pilon met enkele buren hun straat in Eelde te veranderen in een natuurgebiedje. Nu, 25 jaar later, doet de hele wijk mee en heeft Pilon de ene hectare grond na de andere verworven waar houtwallen en heggen zijn geplant, bloemen zijn ingezaaid en waar alleen de vliegtuigen op weg naar de luchthaven nog kerosine en roet in het eten gooien.
Soms stuurt Pilon me een berichtje over een waarneming, die mij altijd veel meer verrast dan hem zelf. Ditmaal meldt hij dat hij een ringslang bij de watermeter en een Russische rattenslang in de meterkast heeft.
Beide slangen zijn gevlucht voor het hoge water. De ringslang blijkt zich als waterdier te redden op de buizen, vlak boven de watermeter in de volgestroomde put, terwijl de rattenslang het hogerop zoekt in de droge meterkast in huis. De laatste is een uitheemse soort waarvan zich in Pilons natuurgebied een verwilderde populatie handhaaft.
Pilon vond de beide locaties van de voor het water gevluchte slangen bijzonder; van een slang op zich kijkt hij al lang niet meer op. De ringslang is een gewone verschijning in het particuliere natuurgebiedje te Eelde. In sommige tuinen zijn broeihopen opgeworpen van takken, zand en puin. In die bulten leggen ringslangen eieren en erop liggen de slangen op de eerste voorjaarsdagen te zonnebaden. Ringslangen hebben een gele halsring met zwarte vlekken.
Soms vertrouwen tientallen ringslangen hun eieren aan zo’n hoop toe. Ze kijken er verder niet naar om. Door de vochtige broeiwarmte worden de eieren uitgebroed. Er kunnen honderden, soms zelfs duizenden baby-ringslangetjes uit kruipen. De meeste van hen worden opgegeten door katten, buizerds, kraaien, ooievaars, reigers, kippen en soms zelfs merels. Zelf jagen ze op kikkers, padden, salamanders en ander klein gedierte.
Ringslangen bijten niet maar als u ze pakt kunnen ze u besproeien met stinkende uitwerpselen.
(Natuurdagboek Trouw, woensdag 10 januari ’24)