Overwiekende kolos

Soms laat ik mensen een natuurgebied zien. Als ik vertel dat er zeearenden voorkomen, spitsen die mensen hun oren. Als we dan echt een zeearend zien, vindt men de excursie geslaagd, ook als we verder weinig meemaken.
Zeearenden zijn zeldzaam maar worden steeds talrijker; vorig jaar huisvestte Nederland dertig paartjes, ofwel zestig vogels. Daar komen vrijgezelle jongen bij en – zeker nu in de trektijd – buitenlandse bezoekers. De vogels zijn met een spanwijdte van meer dan twee meter heel groot, en ze zijn niet bijster schuw. En toch moet je ze maar net ontdekken. Ik zie ze vaak, maar meestal van een grote afstand. Ze luieren dan in bijvoorbeeld een grote wilg die in een natte omgeving staat. Dan hebben ze wellicht ’s morgens een karper, meerkoet of jonge gans gegrepen en zitten ze uit te buiken, wat ze uren kunnen volhouden. …








