Zaadlozend fluitenkruid

Dat de agro-industriële landerijen doodse woestijnen zouden zijn, is niet waar. Er kunnen veel dieren leven, maar vaak van slechts enkele soorten. Eén soort kever met miljoenen, in plaats van tien met duizenden. Eén soort zweefvlieg, twee soorten hommels – allemansvrienden die alles best vinden, in plaats van twintig. Eén gewas met enkele (on)kruiden, zoals kweekgras of akkermelde.
Langs slootkanten en op bermen zijn de verschillende orchideeënsoorten en zeggen verdwenen, met een baaierd aan andere planten, maar enkele gedijen juist uitstekend op de voedselrijke grond. Gevoed door mest en ammoniak en misschien wel uitlaatgassen rijzen brandnetels en akkerdistels op, of een witte wal van fluitenkruid. Prachtig ziet het eruit, zo’n hele berm of slootkant vol fluitenkruid. Het ruikt er kruidig, er zitten vliegen en kevertjes op. En je kunt er fluitjes van maken. …








