In de winter zijn er nauwelijks bloemen en weinig insecten, de meeste bomen zijn kaal, veel paddestoelen zijn verdwenen en vogels weggetrokken. Maar de weinige winterbloemen ontroeren des te meer, of laten sneeuwklokjes u koud? En als de kachel na een vakantie weer aangaat, blijken er misschien een fruitvlieg, een mug, een wesp en een dagpauwoog tot leven te komen. Niet allemaal even geliefde huisgenoten, maar ze zijn er toch maar. …
Onze beroemde paarse heidevelden bestaan uit vooral struikheide. Struikheide kan ook wit zijn, er zijn allerlei gekweekte varianten voor de heidetuin. Maar de wilde struikhei is paars.
Omdat hei alleen groeit waar de grond voedselarm is en blijft, valt het tussen het landbouw- en verkeersgeweld met een lucht vol kunstmeststoffen en uitlaatgassen niet mee de grond voedselarm te houden. En dan nemen andere planten de macht over. Grassen en bomen. …
Als je in Nederland eenzame weidsheid wilt, biedt de waddenkust de grootste kans. Uit de stad Groningen begeef je je over de provinciale weg door A-dorp, Sauwerd, Winsum, Baflo, Rasquert en Warffum naar hetzij Westernieland, hetzij Noordpolderzijl. Noordpolderzijl is de kleinste en noordelijkste zeehaven van Nederlands vasteland. Er is een oud en geliefd café, het Zielhoes. Westernieland heeft een gele kerk. Misschien is het de kerk waar Freek de Jonges vader predikte. …
Het Dwingelderveld in Zuidwest-Drenthe was ooit een enorm heideveld. Het is nog steeds een enorm veld, maar de hei heeft grotendeels plaatsgemaakt voor pijpestrootje. Dophei zie ik er, kraaihei zie ik er meer, struikhei zie ik er het meest. Op pijpestrootje na dan, maar dat is geen hei, dat is een gras. Het groeit in grote gele pollen. Natuurbeheerders willen liever geen pijpestrootje. Het gras is een teken van verruiging, vervuiling, verval van de hei. Daarom worden er schapen losgelaten. Maar die eten liever het raaigras in aangrenzende weilanden dan die taaie pollen, waar ze ook nog eens over struikelen. Dus dan is er weer kilometers hek of schrikdraad nodig. En als de schapen al genoeg pijpestrootje eten, dan lift er nog zoveel kunstmest uit de omgeving met regen mee, dat het gras harder teruggroeit dan de door de schapen bevrijde hei. …
Het is me wat met die grutto’s. Jarenlang pompen we geld in de redding van deze weidevogels met hun prachtige lenteroep: ‘o grut, o grut!’ maar de teloorgang schrijdt voort.
In maart word ik altijd blij van de eerste grutto die ik hoor. Die vreugde spreekt niet meer vanzelf. Ik heb lange einden door weilanden gefietst, zonder één grutto te horen. Ik mis ze. Denk niet dat het platteland altijd zo stil was. Veertig jaar geleden wemelde Nederland van de grutto’s, ruim driekwart van alle Europese grutto’s broedde bij ons. …
Een paar jaar geleden zei mijn toenmalige geliefde dat ze uit de trein van die grote, roze bloemen had zien bloeien. Aan het water. Kattenstaarten? Nee joh! Wilgenroosjes dan, al dan niet harig? Welnee! Leverkruid, ook bekend als koninginnekruid? Haha, hoe kwam ik erop. Kaasjeskruid, reuzenbalsemien, valeriaan, zwanebloem? Plaatjes erbij, maar nee, allemaal niet
Pas een jaar later wees ze ineens groot hoefblad aan. ‘Die waren het!’ Ooooow! Ze waren laat dat jaar. Dit jaar zijn ze vroeg. Of in wezen waren ze laat in 2014. Want Peter van Dalen zag er vóór de kerstdagen al een stuk of tien staan bloeien. Dat was in Rotterdam, waar Van Dalen de Vogel- Vleermuis- en Vlinderwerkgroep Noordrand runt. Groot hoefblad is weliswaar geen vogel, vleermuis of vlinder, maar toch ook de moeite waard. Zeker als er voor kerst al tien van bloeien.
Ik heb zelf(s) nog geen vermoeden van klein hoefblad gezien, laat staan groot. …
Het nieuwe jaar begint fris en zonnig. Helaas geeft de zon het snel op en wordt het koud en somber. Maar eerst streelt de zon het gordijn van mijn slaapkamer, in het huisje op de hei. Het is nieuwjaarsmorgen en dat is de morgen na oudjaar en op die avond wordt het altijd laat en enfin, mijn hoofd staat niet naar opstaan.
Op het Dwingelderveld in Zuidwest-Drenthe broeden sinds enkele jaren kraanvogels. Toen ik daar door het bos liep, hoorde ik ze luid roepend overvliegen. Maar kraanvogels trekken toch naar Frankrijk? Daar overwinteren er tienduizenden bij stuwmeren in de Marne. Toen die meren er nog niet waren, vlogen ze door naar Spanje. Blijkbaar zijn kraanvogels pragmatisch. Als ze hier veilig zijn en voedsel vinden, waarom zouden ze dan weggaan? …
Bij het huisje op de hei bij Ruinen wandel ik elke dag een paar uur. De eerste dag loop ik door bevroren velden van pijpestrootje en ander gras met hier en daar een veldje struikhei of een pluk kraaihei. Het ven is van spiegelglad ijs, de lage zon schittert erop. De stronthopen van de onvermijdelijke grote grazers glinsteren ook, dankzij een laagje rijp. Over de vlakte wiekt een nogal witte buizerd weg. Ik speur alle losse berkjes, vliegdennen en jeneverbessen af, maar ontdek nergens een klapekster.
Via een bos keer ik terug. Ik loop dwars door het bos, dat nu eens drassig, dan weer hoog en droog is. Wat een duinen! Handig voor dassen en vossen, maar ik vind geen hol. Alweer wiekt een buizerd weg, ditmaal een donkerbruine, slalommend tussen de stammen. …
In de bosrand aan het Dwingelderveld ligt een oud keuterboerderijtje. Het heeft een ronde pelgrim-gaskachel waarop je eieren kunt bakken om butagas voor het gasstel te sparen. Jaren geleden overleed de laatste bewoner, een oude weduwe. Natuurmonumenten had het kunnen slopen, zoals toen gebeurde met boerderijtjes in de natuur die eindelijk leeg kwamen te staan. Maar Reinier de Leeuw van Natuurmonumenten-Noord heeft dat voorkomen. Het huisje werd gespaard. Is het huisje al knus, het uitzicht op de hei is helemaal om te watertanden. Op het wandelpad langs het huis wordt door voorbijgangers vast heel wat afgedroomd over een kluizenaarsbestaan. …