2019etc
Stadsmuren vol vogels

Stadsmuren vol vogels

Stadsduif in muurholte Foto Koos Dijksterhuis
Stadsduif in muurholte. Foto Koos Dijksterhuis

Van een dakterras af kijken we over de medina van Marokkaanse stad Fez. In de avondzon kleuren de overvliegende koereigers oranje. Een lijntje zwarte ibissen schuift voorbij en een zwerm torenvalken passeert op weg naar de slaapplaats. Het zijn kleine torenvalken, een andere soort dan gewone torenvalken. Ze komen voor rond de Middellandse Zee en in Centraal-Azië. Kleine torenvalken leven in kolonies in ruïnes en oude gebouwen. …

Lees Meer Lees Meer

DELEN
Voor plattelandsvogels moet je in Marokko zijn

Voor plattelandsvogels moet je in Marokko zijn

Zwarte spreeuw Foto Koos Dijksterhuis
Zwarte spreeuw. Foto Koos Dijksterhuis

Afgelopen weekend keerde ik huiswaarts van een maand in Marokko. Om vliegschaamte te mijden vond de reis plaats over land en zee. Ik bezocht mijn zoon die daar tijdelijk studeert en knoopte er een vogelreisje aan vast. Met de variatie en extremen in landschap en klimaat huisvest Marokko een grote vogelrijkdom.

Evenals een plantenrijkdom. In het groene, heuvelachtige noorden vielen mij meteen de klaprozen, slangenkruiden, ganzenbloemen en tientallen andere felgekleurde bloemen op, die de olijfboomgaarden, tarwe- en gerstakkers opluisteren. Dat bloemrijke cultuurland, waar weinig kunstmest en vergif gebruikt wordt, heeft ruimte voor insecten en dus vogels. …

Lees Meer Lees Meer

DELEN
Vrije vogel

Vrije vogel

Gierzwaluw uit de hand. Foto Koos Dijksterhuis
Gierzwaluw uit de hand. Foto Koos Dijksterhuis

Op het wereldwijde web van weetjes lees ik dat ‘de vlinder’ een oeroud symbool is van eeuwig leven. Terwijl vlinders doorgaans maar een paar weken of dagen leven. Misschien daarom: met het eeuwige leven bedoelt men de dood. Als rups houden vlinders het langer uit, al verschilt dat per soort. ‘De’ vlinder bestaat evenmin als de bij of het zoogdier.

Ik dacht trouwens dat het eeuwige leven meer iets was voor een witte duif, waarmee de Heilige Geest wel wordt afgebeeld. Duiven zijn ook het symbool van liefde, vrede en vruchtbaarheid. Maar niet van vrijheid. …

Lees Meer Lees Meer

DELEN
Rouwmantels

Rouwmantels

Rouwmantels Foto Ronald van Houten ndb
Rouwmantels. Foto Ronald van Houten ndb

Mijn eerste rouwmantels zag ik veertien jaar geleden in het oosten van Polen. Bewust althans. Ik was vaker in Polen geweest, en in andere landen waar ze voorkomen, en heb ze vast eerder gezien, maar kan me dat niet herinneren.

Later zag ik ze in Zweden en zowaar ook in Zuid-Limburg, tijdens een wandeling die ik beschreef in mijn Handboek voor Natuurwandelingen.

Het is 4 mei en de mantels rouwen. Het gekke is dat de vlinders geen zwarte rouwrand hebben, maar juist een witte. Hun naam danken ze aan hun verdere donkerte. Ze zijn niet zwart, maar donkerrood, met een zwart randje (ah, toch een rouwrandje!) waarin blauwe pareltjes glinsteren. …

Lees Meer Lees Meer

DELEN
Beklierde woekeraar

Beklierde woekeraar

Basterdwederik. Foto Koos Dijksterhuis
Basterdwederik. Foto Koos Dijksterhuis

Per abuis noem ik de basterdwederik meestal klein wilgenroosje. Ik zocht een foto van die soort en bleek er een paar uit 2010 te hebben en een paar uit 2016. De oudere foto’s had ik klein wilgeroosje genoemd, de latere klein wilgenroosje. Zelfs aan de tussen-n blijk ik te wennen.

Maar ongeacht hun tussen-n moet ik de planten hernoemen tot basterdwederik. Wederiken en wilgenroosjes zijn dan ook sterk verwant; beide horen bij de familie der teunisbloemen.

Basterdwederiken woekeren door het lage, venige deel van onze tuin. Het is daar vruchtbaar en vochtig en de planten worden er wel een meter hoog. Ze verspreiden zich snel dankzij hun voortvarende zaadproductie. De lichte zaadjes vallen of waaien uit de centimeterslange zaaddozen. De bloempjes blijven klein. Ze zijn lila, roze of bijna wit. Die lila en roze kleur is een van de kenmerken die me aan wilgenroosjes doen denken. Wederiken bloeien meestal geel. …

Lees Meer Lees Meer

DELEN
Grote en kleine grazers

Grote en kleine grazers

Grazers. Foto Koos Dijksterhuis
Grazers. Foto Koos Dijksterhuis

Je kunt haast geen natuurgebied in, of je komt grote grazers tegen. Schapen, geiten, runderen en paarden zijn het gezicht van de moderne natuur. In de jaren zeventig kwamen sommige natuurvorsers op het idee dat de Europese oernatuur niet uit bos had bestaan, maar uit weidse velden met eilanden van bos en struweel, en bossen met open plekken en zandkuilen.

De open plekken en grazige weiden zouden door grote grazers in stand gehouden zijn: elanden en herten, maar ook oerossen, wisenten en tarpans: wilde paarden. Dat wilden terreinbeheerders nabootsen. Het Groninger Landschap was in 1982 de eerste die grote grazers introduceerde: konikpaarden. Het Midwolderbos viel in de prijzen en dat riep weerstand op onder de leden en andere natuurbeschermers, die vreesden dat het landgoed vertrapt en kaal gegeten zou worden. …

Lees Meer Lees Meer

DELEN
Varen staat zijn mannetje

Varen staat zijn mannetje

Mannetjesvarens. Foto's Koos Dijksterhuis
Mannetjesvarens. Foto’s Koos Dijksterhuis

Soms zie ik een spitse, jonge scheut van een plant uit de grond groeien, die dwars door een gevallen blad heen boort. Wonderlijk hoe vastberaden de boel in de lente omhoog komt. Ditmaal is het een jong blad van een varen. Dat boort zich nergens door, het heeft dan ook geen spitse punt, maar het rolt zich uit, waarbij het een groot stuk schors omhoog duwt. Wat een kracht.

Een uitrollend varenblad is een fraai gezicht. Er zijn meestal vele uitrollende bladeren tegelijk, zodat er een bosje van Sinterklaas-stafjes staat. Ze komen op uit wortelstokken die als een dikke knol vlak onder de grond zitten. …

Lees Meer Lees Meer

DELEN
Oranje vlinder

Oranje vlinder

Kleine vuurvlinder. Foto Koos Dijksterhuis
Kleine vuurvlinder. Foto Koos Dijksterhuis

Oranje is een veel voorkomende kleur in de vlinderwereld. Sommige heten zelfs zo, zoals het oranjetipje, het oranje zandoogje, de oranje luzernevlinder, de oranje berkenspanner. Eind april vliegen de oranjetipjes, maar luzernevlinders en zandoogjes wachten meet hun bruidsvluchten tot hoog zomer. En het oranjetipje heeft al vaker het Natuurdagboek gehaald.

Behalve genoemde vlinders zijn kleine vos, gehakkelde aurelia, distelvlinder en kleine vuurvlinder oranjegezinde soorten. Vandaag komt de kleine vuurvlinder aan de beurt. Die soort komt in april lekker op gang, dan verpoppen de rupsen zich tot vlinders, na een lange winter in de strooisellaag. De vlinders blijven de hele maand mei actief. In juni zijn er veel minder. Maar in juli tot oktober verschijnt een nieuwe generatie. …

Lees Meer Lees Meer

DELEN
200 paardenbloemen

200 paardenbloemen

Paardenbloem met kleine vuurvlinder. Foto Koos Dijksterhuis
Paardenbloem met kleine vuurvlinder. Foto Koos Dijksterhuis

Zondag is het de dag van de paardenbloem. Een jaar of wat geleden heeft Karst Meijer van het Friese Herbarium te Wolvega deze dag in het leven geroepen ter ere van de meest onderschatte en soortenrijkste bloemenfamilie van Nederland.

Die soortenrijkdom komt door de vele microsoorten, Meijer onderscheidt in Nederland zo’n tweehonderd verschillende. Die zouden misschien onderling kunnen kruisen, maar doen het niet. Ze planten zich ongeslachtelijk voort. De meest verwante worden bij elkaar gerangschikt in zogenoemde secties. Er zijn tien hoofdsecties. En die verschillen vaak sterk van uiterlijk. …

Lees Meer Lees Meer

DELEN
Het loopt wel los

Het loopt wel los

Reeën Biesbosch. Foto Koos Dijksterhuis
Reeën Biesbosch. Foto Koos Dijksterhuis

In april verliezen reeën hun wintervacht. Ze zien er mottig uit. De reekalveren van vorig jaar worden door hun moeders verjaagd. Ze moeten op eigen poten staan. Of op eigen benen, in jagerslatijn. Als hertensoort zijn reeën toch edele dieren? Het weerhoudt de in gevechtstenue uitgedoste mannen er niet van ze dood te schieten. Jagerslatijn is een potpourri vol eufemismen. De knallende kerels kunnen niet tegen het bloed dat ze laten vloeien; dat noemen ze zweet.

Het excuus voor de jacht op reeën is dat er ‘te veel’ zijn. Er zijn naar schatting ruim honderdduizend reeën in Nederland, waarvan jaarlijks ongeveer een tiende wordt doodgeschoten. Dat is minder dan tien jaar geleden, en minder dan de natuurlijke aanwas. Sommige provincies sloten de reeënjacht. Voor een verstorende en lawaaiige hobby als de jacht is de Nederlandse natuur simpelweg te klein. …

Lees Meer Lees Meer

DELEN