Oranje vlinder

Oranje is een veel voorkomende kleur in de vlinderwereld. Sommige heten zelfs zo, zoals het oranjetipje, het oranje zandoogje, de oranje luzernevlinder, de oranje berkenspanner. Eind april vliegen de oranjetipjes, maar luzernevlinders en zandoogjes wachten meet hun bruidsvluchten tot hoog zomer. En het oranjetipje heeft al vaker het Natuurdagboek gehaald.
Behalve genoemde vlinders zijn kleine vos, gehakkelde aurelia, distelvlinder en kleine vuurvlinder oranjegezinde soorten. Vandaag komt de kleine vuurvlinder aan de beurt. Die soort komt in april lekker op gang, dan verpoppen de rupsen zich tot vlinders, na een lange winter in de strooisellaag. De vlinders blijven de hele maand mei actief. In juni zijn er veel minder. Maar in juli tot oktober verschijnt een nieuwe generatie.
Voor dagvlinders zijn ze klein: als ze hun vleugels spreiden, zijn ze hooguit tweeënhalve centimeter breed. En ze spreiden hun vleugels vaak, in de zon. Dan zijn ze gemakkelijk te herkennen. Hun voorvleugels zijn oranje met donkere, bijna zwarte rechthoekjes en een donkere zoom. Hun achtervleugels zijn donkerbruin, met een oranje zoom. Rond alle vleugels is nog rand te zien; een heel dunne, lichte.
Hun oranje varieert in intensiteit; het kan licht- of donkeroranje zijn. Heel soms zou het zelfs geel of wit zijn, maar zelf heb ik dat nooit gezien.
Op beschutte, zonnige plaatsen zoeken kleine vuurvlinders nectar, waarbij ze weinig kieskeurig in de bloemsoorten zijn. Nu, in april, worden paardenbloemen veel bezocht. De vuurvlinders zoeken ook contact met elkaar. De toenadering komt vooral van mannetjes, die contact zoeken met vrouwtjes. Soms zit een mannetje op de grond te wachten op overvliegende soortgenoten. Hij kan ook actief zoeken: vliegend. Bij warm weer is de laatste strategie populair, wellicht omdat de vlinders dan meer energie hebben en vliegend makkelijker afkoelen.
Na de daad wil een mannetje best nog eens, maar de vrouwtjes vinden één keer genoeg. Dan klappen ze hun vleugels op, zodat ze minder opvallen. Als een vrouwtje eitjes afzet, meestal op zuring, doet ze dat alleen op een zonnig plekje. Schuift er een wolk voor de zon, dan last ze een legpauze in. Waarom die eileg per se in de zon moet, is onbekend..
(Natuurdagboek Trouw, maandag 27 april ‘26)