Varen staat zijn mannetje

Varen staat zijn mannetje

Mannetjesvarens. Foto's Koos Dijksterhuis
Mannetjesvarens. Foto’s Koos Dijksterhuis

Soms zie ik een spitse, jonge scheut van een plant uit de grond groeien, die dwars door een gevallen blad heen boort. Wonderlijk hoe vastberaden de boel in de lente omhoog komt. Ditmaal is het een jong blad van een varen. Dat boort zich nergens door, het heeft dan ook geen spitse punt, maar het rolt zich uit, waarbij het een groot stuk schors omhoog duwt. Wat een kracht.

Een uitrollend varenblad is een fraai gezicht. Er zijn meestal vele uitrollende bladeren tegelijk, zodat er een bosje van Sinterklaas-stafjes staat. Ze komen op uit wortelstokken die als een dikke knol vlak onder de grond zitten.

De krachtpatser is waarschijnlijk een mannetjesvaren. ‘De naam mannetjesvaren’, zo leert mij een digitale zoekopdracht, ‘stamt uit een tijd waarin men varens indeelde op basis van uiterlijke kenmerken, waarbij deze soort als grover en sterker werd beschouwd dan de wijfjesvaren.’ Er bestaat ook een mannetjesputter: het mannetje van de putter, en een mannetjesorchis: een orchidee met bloemen die op mannetjes lijken.

Een verschil tussen mannetjes- en wijfjesvaren is de locatie en vorm van de sporen. Die zitten in hoopjes aan de onderkant van de blaadjes. Ze vormen twee rijen, aan elke kant van de bladnerf een rij. De mannetjesvaren heeft grotere sporenhoopjes dan de wijfjesvaren. Daarbij zijn ze kogelrond, terwijl die van de wijfjesvaren langwerpig zijn en meestal kommavormig.

Beide soorten varens doen het goed op bosbodems die niet in de zon liggen, maar ook niet zo donker zijn als een sparrenbos. In loofbossen kan de bodem met mannetjes- en wijfjesvarens bedekt zijn. Ze groeien in aarde, op rottend hout en op steen. Ze staan weleens in tuinen. Mannetjesvarens zijn prachtig, maar kunnen ruim een meter hoog worden en een doorsnee bereiken van anderhalve meter. Een kleine voortuin is dan snel gevuld.

De knol van een mannetjesvaren schijnt door sommige zelfbenoemde kruidendokters voorgeschreven te worden als middel tegen lintwormen. Ik hoor nooit dat iemand een lintworm heeft en vrees dat die soort aan het uitsterven is. Misschien wel dankzij de voorgeschreven mannetjesvarens. Die doden niet alleen de lintwormen maar vaak ook hun gastheer.

(Natuurdagboek Trouw, dinsdag 28 april ‘26)

 

DELEN

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *