Requiem voor de veldleeuwerik

In Vlaanderen is de veldleeuwerik tot vogel van het jaar uitgeroepen. Dat jaar is al voor een kwart voorbij, wat me symbolisch lijkt voor die vogel, wiens aard voorbijgaand lijkt. Ik ben bezig met een boek over die inspirerende vogel, en lees er dus veel over. Er is, misschien op de nachtegaal na, geen vogel die zo veel in de poëzie, literatuur, schilderkunst en vooral muziek voorkomt.
Het is geen kleurrijke vogel. Zijn charme zit hem in de zang. Weinig maakt (mij) zo blij als een lentekoor van veldleeuweriken. Ze lijken naar onbestemde hoogten te klimmen, ze lijken onafgebroken door te zingen. In werkelijkheid zijn die hoogten minder duizelingwekkend, en duren de liederen minder lang dan je denkt.
Ik ben zo gelukkig dat ik op een half uur wandelen van een klein veldleeuwerikenbolwerkje woon. Daar klinkt het gejubel van de eerste lentedagen in februari tot de laatste zomerdagen in de herfst. Het zijn velden met genoeg kort gras, bloemen en open plekken om de vogels te behouden. …







