Voor plattelandsvogels moet je in Marokko zijn

Afgelopen weekend keerde ik huiswaarts van een maand in Marokko. Om vliegschaamte te mijden vond de reis plaats over land en zee. Ik bezocht mijn zoon die daar tijdelijk studeert en knoopte er een vogelreisje aan vast. Met de variatie en extremen in landschap en klimaat huisvest Marokko een grote vogelrijkdom.
Evenals een plantenrijkdom. In het groene, heuvelachtige noorden vielen mij meteen de klaprozen, slangenkruiden, ganzenbloemen en tientallen andere felgekleurde bloemen op, die de olijfboomgaarden, tarwe- en gerstakkers opluisteren. Dat bloemrijke cultuurland, waar weinig kunstmest en vergif gebruikt wordt, heeft ruimte voor insecten en dus vogels.

Soorten die niet langer in het overbemeste, stukgeploegde en platgewalste Nederlandse platteland kunnen leven, zijn daar algemeen. Klapeksters, grauwe gorzen, tortelduiven en kuifleeuweriken bijvoorbeeld. Verder kun je zomaar een kleurige zwerm bijeneters tegenkomen, een groep Barbarijse patrijzen of een steenuiltje. Zelfs de mysterieuze griel is daar vrij algemeen. Huismussen en zwarte spreeuwen zijn er te zien en te horen in voor Nederland vooroorlogse dichtheden en in ieder akkertje roept een kwartel.
Die spreeuwen zijn trouwens zwarte spreeuwen. Die overtreffen onze besterde spreeuwen in zowel het glanzende verenpak als in hun vocale prestaties. Horen gewone spreeuwen al bij de vrolijkste en veelzijdigste (meestzijdige?) zangers van Europa, het repertoire van zwarte spreeuwen wordt nog enthousiaster ten gehore gebracht. Tijdens die zang bollen de mannetjes hun kelen en pronken ze met hun borstveren.
Ook Spanje en Portugal zijn gezegend met zwarte spreeuwen, die verder alleen voorkomen op Corsica, Sardinië en Sicilië, en hier en daar in Zuid-Frankrijk. Gewone spreeuwen zijn trouwens ook geweldige flierefluiters. Net als mussen kunnen ze onze leefomgeving zoveel vrolijker maken. Onvoorstelbaar dat we die vrolijke zangers opofferen aan de agro-industrie.
Enfin, geen gesomber nu, gauw naar buiten! In onze tuin worden jonge spreeuwen gevoerd door hun ijverige ouders. Een bijna zo fraai gezicht als voerende zwarte spreeuwen.
(Natuurdagboek Trouw, donderdag 7 mei ’26)