Natuurdagboek

Ondiep water met wisselend peil

Ondiep water met wisselend peil

Tureluur. Foto Koos Dijksterhuis
Tureluur. Foto Koos Dijksterhuis

Steltlopers zijn waadvogels die op hoge poten door water of modder stappen. Ondanks hun nog hogere poten, worden reigers en lepelaars geen steltlopers genoemd. Van steltlopers zijn de hoge poten wat minder hoog. Ze zijn dan ook te vinden in ondiep water, plasdrasweiden en op drooggevallen maar vochtige zand- en slijkplaten.

Sommige steltlopers broeden in Nederland, zoals grutto’s. Andere overwinteren in Nederland, zoals goudplevieren, en vele doen Nederland tijdens de trektijd aan. Tureluurs zijn er het hele jaar. Net als andere soorten zoeken ze ondiepe plassen en drooggevallen platen en die zijn er minder dan je van ons waterrijke land zou verwachten.

Lees Meer Lees Meer

DELEN
Van de brug in de sloot

Van de brug in de sloot

Kleine roodoogjuffer. Foto Koos Dijksterhui
Kleine roodoogjuffer. Foto Koos Dijksterhuis

We liepen een ommetje door een drassig gebied met sloten en bloemrijke hooilanden. Libellen en juffers schoten onder de voetgangersbrug door, waar wij over de leuning hingen. Tussen de spijlen van die leuning wapperden de resten van een verlaten spinnenweb.

Sommige spinnen eten hun web op, als ze er genoeg van hebben, maar als een spin door een mees of andere spinneneter gedood wordt, blijft het web achter. Wee degene die er dan in belandt en zich niet weet te bevrijden. Dan wacht een trage, nare hongerdood, hangend aan kleverige draden. Niet dat mij de dood in een bewoond web zo prettig lijkt, maar een verdovende beet van een spin doodt in elk geval snel.

Lees Meer Lees Meer

DELEN
De tuin van de dominee

De tuin van de dominee

Domies Toen. Foto Koos Dijksterhuis
Domies Toen. Foto Koos Dijksterhuis

In Domies Toen staat een appelboom. Domies Toen (dominees tuin) is de tot botanisch paradijsje omgevormde pastorietuin in Pieterburen, naast de kerk. Het is een prachtige heemtuin, vol wilde bloemen, keukenkruiden, struiken en bomen. Er gonzen bijen, er fladderen vlinders en op dat vliegende buffet komen mezen, zwartkopjes en zwaluwen af.

Domies Toen maakte een boekje (4,-) over planten die zowel in de bijbel als in de tuin staan: een fraai thema, zeker voor Trouwlezers met enige bijbelkennis. De appelboom staat in het midden van de tuin. De boom van kennis van goed en kwaad uit Genesis wordt ook vaak appelboom genoemd.

Lees Meer Lees Meer

DELEN
Getekende nachtuil

Getekende nachtuil

Gamma-uil. Foto Koos Dijksterhuis
Gamma-uil. Foto Koos Dijksterhuis

Op sommige plekken verdringen zich gamma-uilen. Dat zijn geen vogels, maar vlinders. Nachtvlinders wel te verstaan, nachtuiltjes dus. Gamma-uilen zijn echter ook overdag te zien. Ze zijn dan minder actief maar als je in hun buurt komt, vliegen ze op en laten ze zich zien. Ze zijn bruin met op elke vleugel een wit teken dat op de Griekse letter gamma lijkt.

Tegen de avond worden ze zeer actief, zeker na een warme dag. Bij munt of andere bloemen die zich ’s avonds niet sluiten kan het echt wemelen van de gamma-uilen. Ze maken ook wel een wemelende indruk – onrustig als ze zijn. Terwijl ze zich van bloem tot bloem haasten, blijven ze vaak met hun vleugels fladderen. Dat doen ze snel. Ze blijven ook maar kort op een bloem zitten en soms nemen ze de rust, de tijd en de moeite niet eens. Dan steken ze in het voorbijfladderen even hun tong in een bloem. Dan lijken ze een beetje op kolibrievlinders; die lebberen altijd op die manier nectar.

Lees Meer Lees Meer

DELEN
De moeder aller stadsvogels

De moeder aller stadsvogels

Slechtvlak v. Foto Koos Dijksterhuis
Slechtvlak v. Foto Koos Dijksterhuis

Boedapest is mooi, maar voor vogels kijken hoef je er niet heen. Drie dagen liepen mijn zoon en ik door die door de Donau gespleten stad vol paleizen en kerken en Jugendstil hotels, met trams, trolleys en auto’s, veel auto’s. Ook zijn er amfibiebussen; stadsbussen die de rivier in rijden, en er weer uit varen.

Stadsduiven waren er, meeuwen, bonte kraaien. Zoals elke stad is ook Boedapest gekoloniseerd door zwarte roodstaarten, die van nature op rotsen leven. Met Jugendstilrotsen nemen ze ook genoegen en zelfs fabrieksloodsen vallen in de prijzen. Maar verder? Een aalscholver in de Donau, dat was het wel.

Lees Meer Lees Meer

DELEN
Grote gierzwaluwen in de Alpen

Grote gierzwaluwen in de Alpen

Alpengierzwaluw. Foto Koos Dijksterhuis
Alpengierzwaluw. Foto Koos Dijksterhuis

Onlangs was ik met mijn  zoon in Bazel en in Bern. Mooie steden, en ook in steden speur ik altijd de levende have af. Een parkje of botanische tuin levert soms verrassende bloemen en insecten op. En altijd zijn er vogels. Ook op stedentrips heb ik een verrekijker bij me.

Uit de trein zag ik diverse rode wouwen, in beide steden tjilpten de mussen en boven beide steden gierden de gierzwaluwen. In Bazel zette de opkomende zon de Rijnoever in goud licht. Op die over staat de fraaie binnenstad met her en der een weelderige tuin. Uit zo’n tuin schoot ineens een eekhoorn de lege straat over, achterna gezeten door een huiskat die gelukkig zo obees was dat ie de eekhoorn niet de boom in volgde. Iets minder romantisch: Onder een vlonder uit rende telkens een bruine rat om een uit een vuilnisbak gewaaide bratwurstverpakking mee terug te nemen en die onder de vlonder leeg te snoepen.

Lees Meer Lees Meer

DELEN
Oude haarslakken worden kaal

Oude haarslakken worden kaal

Haarslakje. Foto Koos Dijksterhuis
Haarslakje. Foto Koos Dijksterhuis

Als ik bessen pluk en de takken van de bessenstruik optil, verstoor ik menig klein diertje. Een stippelmot, een microvlinder, een wantsje, een slakje, en nog een slakje.

Die slakjes zie ik ook als ik een zevenblad of kleefkruid uittrek, of zomaar wat in de tuin rommel. Het zijn er oneindig veel meer dan je op het eerste gezicht ziet. Op het eerste gezicht zie je er namelijk niet een.

Het zijn huisjesslakken met een kegelvormig slakkenhuisje, dat breder en platter is dan menig ander slakkenhuis. En veel kleiner. Met een halve centimeter heb je het meestal wel gehad, al kan er eens een van zeven millimeter tussen zitten.

Lees Meer Lees Meer

DELEN
(Niet) geheel zwarte spinnendoder

(Niet) geheel zwarte spinnendoder

Spinnendoder + wolfspin. Foto Meint Mulder
Spinnendoder + wolfspin. Foto Meint Mulder

Het mag dan slecht gaan met insecten, in ons bloemrijke natuurtuintje zien we na een regenbui toch allerlei verrassingen. De bosandoorns zijn net niet verdroogd, en halen nu hun bloei in. Prompt dienen zich de andoornbijen aan, kleine, snelle bijen die op de bloemen van bos- en moerasandoorn afkomen. De andoornschildwantsjes zijn ook weer present.

Er komen honingbijen, aardhommels,  akkerhommels en boomhommels voorbij, bij de struiken en boven het gras hangen zweefvliegen. Er zigzagt een opgewonden standje langs: een geelzwart sujet met een breed lijf en een dreigend masker op zijn bovenrug – een doodskopzweefvlieg.

Lees Meer Lees Meer

DELEN
Fossielen

Fossielen

Jaggermeryx
Jaggermeryx

In 1982 toog ik naar de Kuip voor de Rolling Stones. Het zou vast hun laatste tournee zijn, want Mick Jagger was al bijna 40. Zwarte bluesmuzikanten konden niet oud genoeg worden, maar witte rock-‘n-rollers hoorden jong te zijn.

Ruim twintig jaar na dat Stonesconcert, nu dus ruim twintig jaar geleden, Jagger was bijna 60, schreef ik over hun toenmalige optreden in alweer de Kuip het snelsonnet Lawine:

Voor wie beweert dat time is on their side
zijn zij een kudde hoogbejaarde bokken
toch blijken zij nog met elan te rocken
en heeft hun sound een hedendaagse bite
Zij speelden in een uitverkochte Kuip
Zo trekt al twintig jaar hun laatste stuip

Lees Meer Lees Meer

DELEN
Waar blijven de heilige rupsen?

Waar blijven de heilige rupsen?

Sint-Jacobsvlinder. Foto Koos Dijksterhuis
Sint-Jacobsvlinder. Foto Koos Dijksterhuis

Om de hoeveelheid Jakobskruiskruid in mijn tuin te stabiliseren, heb ik een paar jaar geleden de zwart met geel gestreepte rupsen van de sint-Jacobsvlinder geïntroduceerd. Die vraten gewoon door, nadat ik ze had verhuisd, hoewel enkele zich even oprolden in afwachting van wat er komen ging.

Sommige insecten zijn zeer kieskeurig over de plant die ze als larve eten en sint-Jacobsrupsen eten alleen kruiskruid, bij voorkeur dat van Jakob. De plant schrijf je met een k, de vlinder met een c. Plant en vlinder zijn volgens mij beide genoemd naar de apostel Jakobus (de Meerdere), maar alleen de vlinder krijgt de titel sint. Misschien omdat het zo’n mooie vlinder is: zwart met rood (foto). De sint-Jansvlinder is ook heel mooi, eveneens zwart met rood, en net zo groot als de sint-Jacobsvlinder. Beide sinten zijn nachtvlinders die ook overdag actief zijn. Er is ook een plant met de naam sint-Janskruid, dus wel met sint, maar dat is niet de waardplant van de sint-Jansvlinder. Sint-Jansrupsen lusten geen sint-Janskruid, ze eten alleen rolklaver.

Lees Meer Lees Meer

DELEN