(Geen) zuiger van bloed

Iemand wilde me een zeldzame zegge laten zien, die hij aan een sloot had gevonden. De zegge was onvindbaar. Ik werd afgeleid door beweging in de sloot. In het heldere maar golvende water zwommen zwarte visjes rond. Visjes? Nee, reuzenwormen waren het, die zich lang en dun of kort en dik maakten. Bloedzuigers! En veel ook, en groot! We visten zo’n monster op, dat zich heel gemakkelijk liet pakken. Bloedzuigers zien in uw hand eerder een kans dan een gevaar. Het opgeviste exemplaar knabbelde gretig aan een vinger, maar kwam er niet doorheen. De onechte paardenbloedzuiger is levensecht maar zuigt geen bloed van mensen of paarden, want zijn kaakjes zijn te stomp of te slap. …







