Natuurdagboek

Hete libel

Hete libel

© K. Dijksterhuis
© K. Dijksterhuis

Op een zonovergoten grasveld in het bos nam een stevig gebouwde libel plaats op een steen. Daar bleef zij zitten. Het was een vrouwtje oeverlibel, ik denk nog jong. Nergens was water, laat staan een oever. Ik vreesde dat de libel verschroeide op de hete steen. Maar oeverlibellen nemen graag op een steen of kale grond een zonnebad. Ik heb de libel niet gesekst, maar durf te beweren dat het een vrouwtje was. Een mannetje oeverlibel is namelijk blauw, een vrouwtje geelbruin en een jong vrouwtje geel. Soms zijn de dingen simpel. …

Lees Meer Lees Meer

DELEN
Inleiding Jong & Wild, verrassende natuur in Flevoland

Inleiding Jong & Wild, verrassende natuur in Flevoland

Flevoland mooi

‘De natuur van Flevoland? Kon je geen andere provincie kiezen?’ Een vriend van me begon over zijn regelmatige autorit over de A-6: saai, lelijk! Ik begon als een evangelist de natuur van Flevoland te prijzen. Ik ageerde dat ik voor dit boek veel door die provincie struinde. De wegen zijn er recht, gaf ik toe, de akkers groot, de boerderijen hypermodern, de bedrijventerreinen uitgestrekt en troosteloos. Allemaal waar. Een kleinschalig agrarisch heggenlandschap is er nauwelijks. Flevoland is in de hoogtijdagen van de industriële landbouw en de ruilverkaveling ingericht. Er hoefde niets herverkaveld te worden, het land kon op de tekentafel efficiënt verdeeld worden in grote rechthoeken: de toekomstige percelen. De geplande productiebossen bestonden meestal uit een aantal van zulke percelen. De Flevolandse bossen zijn vaak recht en hoekig. Bijster romantisch klinkt dat allemaal niet. Maar waar de rest van Nederland met zijn eeuwenoude cultuurlandschap op de schop is gegaan, is platgespoten, rechtgetrokken en ontwaterd, ging het in Flevoland juist de goede kant op. Het begon met Kamperhoek, waar ’s lands eerste natuurontwikkelingsterrein ligt, met moerasbos, water en prachtige, natte rietvelden. De Oostvaardersplassen ontstonden, het bewijs dat er in vrij korte tijd natuur kan ontstaan van internationale faam. Ze zijn vaak nat, de natuurgebieden van Flevoland. Moerassen, plassen, randmeren; Flevoland heeft er veel van. Met bevers, roerdompen en grote karekieten. De provincie streeft naar een geleidelijjke overgang tussen land en water. Kustzones worden drassig gemaakt en voor de kust moeraseilandjes aangelegd.

Ze zijn nog maar met weinigen, maar de Flevolandse akkerbouwers die voor erf- en akkervogels zorgen, pakken dat al even grootschalig en efficiënt aan als hun bedrijfsvoering. Met akkerranden van wel dertig meter breed, waar het ritselt van de gele kwikstaarten. Met dijken vol orchideeën, een erf met zomertortels.

Sommige wegbermen in de Noordoostpolder worden botanisch beheerd. Het effect kan zich na enkele jaren al meten met de mooiste valleien op de Waddeneilanden en in Zuid-Limburg.

Geen provincie is zo ver gevorderd met de Ecologische Hoofdstructuur als Flevoland. De bossen worden er al jaren natuurlijk beheerd, in veel bos wordt helemaal niet meer gekapt. En wat voor bos! Qua bos staat Flevoland met stip op 1 in de Nederlandse provincietop. Net als de landerijen zijn de bossen er groot. Het Horsterwold is één van de grootste loofbossen van de Europese Unie. De bossen zijn omzoomd met struwelen van meidoorn, sleedoorn, liguster, wegedoorn en zoete kers. Er broeden zwartkopjes, nachtegalen, wielewalen, appelvinken. Er hebben zelfs grauwe klauwieren gebroed.

De Flevolandse bossen zijn geweldig, zo kom je ze nergens tegen. Ze zijn jong, al zijn ze toch al veertig, vijftig, zestig jaar oud. En ze staan op rijke, vruchtbare klei. Afgezien van een paar populierenakkers staan vrijwel alle Nederlandse bossen op arme zandgrond. In Flevoland groeide het bos ongekend snel, veel sneller dan ’s lands houtvesters voor mogelijk hielden, de bomen zijn groot, het bos lijkt ouder dan het is. De maagdelijke zeebodem vol schelpenkalk lokte bovendien de meest bijzondere varens, mossen en zwammen het bos in.

En wat het mooiste is: je komt in Flevolandse bossen geen mens tegen! Dat komt, er is veel bos en er zijn weinig Flevolanders. Randstedelingen zijn bereid om uren in de file te rijen voor een snuifje Veluwe. Dat ze niet in de rij staan voor Flevoland, komt doordat ze denken dat Flevoland lelijk is. Ze denken aan regelrechte wegen door platte polders. Ze denken dat de enige natuur er de Oostvaardersplassen zijn. Laat ze dat maar denken, straks komen ze nog met miljoenen in hun auto’s naar Flevoland. De Flevolandse natuur is natuur voor de liefhebbers van groots en stoer en tegelijk voor de fijnproevers.

Die vriend van me wilde na mijn betoog wel eens wat meer zien van Flevoland dan de bermen van de A-6. Ik liet hem een vossenfamilie zien langs de Praamweg, het uitzicht in de Stille Kern, de zeearend in het Ketelmeer, oranjetipjes in het Harderbos en dodaarzen in het Horsterwold.

Koekoeken, boommarters, edelherten, kluifjeszwammen, tongvarens en bijenorchissen; in dit boek komt u ze tegen. Ook boswachters, natuurtalenten, boeren, bestuurders en wandelaars  komt u tegen, evenals de gebieden waar ze werken of wandelen. Leest u het zelf, maar leest u niet te lang. Ga liever eens kijken in Flevoland. U zult versteld staan!

Groningen, juli 2010

DELEN
De buren en de bereklauw

De buren en de bereklauw

© K. Dijksterhuis, Bereklauw in knop

We zaten in een café en een kennis van me vertelde over de enige keer dat hij vrij kampeerde, in Frankrijk op een veldje bij een beek. ’s Nachts werd hij wakker. Hij moest hoognodig. Hij stelde het zo lang mogelijk uit, sprak zichzelf moed in en ritste de tent open. Terwijl hij vertelde maakte hij bijpassende bewegingen met zijn bovenlichaam. Ik zag het voor me. Hij liep een paar meter bij de tent weg, deed een plas en draaide zich weer om. Toen bleef hij stokstijf staan. Tegen de donkere nacht stak  een zwart silhouet af van een forse kerel. De man stond even voorbij de tent naar hem te staren. Mijn kennis durfde zich niet meer te verroeren. Hij stond op om de ongemakkelijke houding te tonen, waarin hij zich niet meer verroerde. Hij hoopte dat hij zelf tegen de bosjes onzichtbaar zou zijn. Geleidelijk gloorde de dageraad. De enge man werd steeds zichtbaarder en veranderde zomaar in een bereklauw. …

Lees Meer Lees Meer

DELEN
Zeven orchideeën

Zeven orchideeën

© K. Dijksterhuis, Bijenorchis

Laatst was ik bij een veehouder in Flevoland. Hij pacht een paar kilometer dijk waarvan hij één helling eens per jaar licht bemest. Onderaan de dijk hooit hij het gras, dat steeds kruidiger wordt. Trots liet hij het zien. Er stonden ratelaars, koekoeksbloemen en honderden rietorchissen. Twee jaar geleden ontdekte hij een hem onbekende bloem, een bloem zoals hij eerder in de tropen had verwacht. Het was een orchidee en in het plantenboek zag hij welke: de bijenorchis. …

Lees Meer Lees Meer

DELEN
Een echte basterd!

Een echte basterd!

© Jeanette Essink, Basterdzandloopkever

De basterdzandloopkever staat roerloos op wacht. Plotseling trekt hij een sprintje. Te midden van opspattende zandkorrels grijpt hij een mier tussen zijn twee scharende kaken. Wat een mooi beest, met die gemarmerde schilde, de turkooizen kont, de rood met kopergroene poten. En wat een angstaanjagend monster voor al wat leeft en kleiner is dan hij. Die kaken zijn idioot lang en vervaarlijk. Entomologen noemen die kaken mandibels. Zou de kever bijten als ik hem aanraak? Ik waag het er niet op. …

Lees Meer Lees Meer

DELEN
Schop na

Schop na

Men zei dat ik het ver zou schoppen
ik heb het ook best ver geschopt
steeds al mijn boontjes zelf gedopt
maar daarmee zal ik weldra stoppen

‘t Is tijd voor een terugkoppeling:
nog steeds ben ik verschoppeling

DELEN
De prehistorische aalscholver

De prehistorische aalscholver

© K. Dijksterhuis, Aalscholvers Lepelaarsplassen

Het gaat niet slecht met de aalscholvers. Ze zijn met velen, wat veertig jaar geleden wel anders was. In de Oostvaardersplassen vonden ze een nieuw broedgebied vanwaar ze de IJsselmeerkust en de Waddeneilanden hebben gekoloniseerd. Aalscholvers hebben iets dinosaurus-achtigs, iets prehistorisch. Ze zitten graag met gespreide vleugels. Ze doen dat na het zwemmen en vissen, dan hangen ze hun vleugels te drogen. Ze missen de was waarmee andere watervogels hun veren impregneren. Maar ze staan zo lang met gespreide vleugels in zon en wind, dat ze al lang droog moeten zijn. Volgens mij vinden ze het gewoon lekker zitten, misschien koelen ze zo af op die manier. …

Lees Meer Lees Meer

DELEN
Knoopkruid

Knoopkruid

© Koos Dijksterhuis, Knoopkruid

In de bermen die de gemeente in onze buurt heeft ingezaaid, hebben rolklaver en knoopkruid de morgensterren en papavers afgewisseld. Knoopkruid komt de laatste dagen massaal in bloei. Het paars kleurt mooi bij de gele rolklavers. Knoopkruid groeit zelfs tussen de straatklinkers. Het gedraagt zich als een woekeraar die nette tuinlieden waarschijnlijk als onkruid zouden bestrijden.

Ik zag knoopkruid bloeien tussen hoog gras in een berm in agrarisch land. Daar hoorde de bloem vanouds helemaal thuis. Knoopkruid houdt van vruchtbare grond, maar de hoeveelheden dierendiarree en kunstmest die wij jaar na jaar op of in het land strooien en spuiten, werd zelfs een weinig eisende bermplant als knoopkruid te gortig. We hebben de plant zoals zoveel bloemen zeldzaam gemaakt. In plaats daarvan zorgen wij voor brandnetels en distels.

Leem heeft als voedingsbodem een streepje voor bij knoopkruid. Verder moet de bodem niet te nat en al helemaal niet te droog zijn en wordt knoopkruid graag in het zonnetje gezet.

Ik prijs me gelukkig met een heleboel knoopkruiden in mijn buurt. Als het even meezit blijven ze tot in de herfst bloeien.

In Zwitserland is met knoopkruid eens onderzoek gedaan naar bestuiving van planten door insecten. Op tweehonderd meter van zijn naaste buren had een eenzame knoopkruid vijf procent kans op bestuiving. Eén op twintig bijen, hommels en vlinders belandt blijkbaar op twee knoopkruiden die tweehonderd meter van elkaar staan. Op een kilometer afstand is de bestuivingskans verwaarloosbaar klein. Als we een plant dus eenmaal vrijwel uit het landschap weggepest hebben, kan het lastig worden die plant terug te krijgen. Tenzij je gaat zaaien, wat hier gelukkig met knoopkruid is gedaan.

DELEN
Spanner met stip

Spanner met stip

© K. Dijksterhuis, Grijze Stipspanner (Idaea aversata)

Soms dwarrelt er als je door het gras loopt een nachtvlinder op. Dat zou een grijze stipspanner kunnen zijn. De grijze stipspanner overdagt vaak in lang gras en laat zich daar uit wakker schrikken. Als de zon al ondergaat, zal hij wel op blijven. Dan fladdert hij naar een bloeiende distel, zuring, paardebloem of andere bloem. Heel algemeen zijn deze nachtvlinders niet, maar zeldzaam evenmin. Maar ze komen in allerlei halfopen, halfbegroeide landschappen voor, met inbegrip van tuinen. En ze laten zich prachtig zien omdat ze op licht afkomen. Bij de buitenlamp, bij de lamp in het toiletgebouw van de Franse camping, of op het venster. …

Lees Meer Lees Meer

DELEN