Als de wespen zich tegen ons zouden keren… Foto Janneke Vreugdenhil
Met mijn zoon zag ik de serie Zoo. Daarin komen de dieren in opstand tegen de mensen. Mensen hebben dieren immers altijd uitgebuit en uitgeroeid? Als kind fantaseerde ik over zo’n opstand der dieren. Van leeuwen verwachtte ik weinig, maar als wespen, mieren en muggen zich tegen ons zouden keren, was het gauw met ons gedaan. …
Als het tussen de koude en de gure week door even lenteachtig is, verschijnt er prompt een dagpauwoog. Hij zit roerloos op mijn stoep, de postbode loopt erlangs. Een vlinder die uit z’n winterslaap gewekt wordt, kan verdrogen en verhongeren. Zijn geactiveerde lijf verbruikt brandstof die aangevuld moet worden.
Het diertje komt waarschijnlijk uit mijn schuur. Ik liet de deur open nadat ik gereedschap pakte om de in een storm ontwrichte schuttingdeur te repareren. …
De VVD is kwistig met beloften
En meent ze hoogstwaarschijnlijk soms ook echt
Er komt natuurlijk nooit iets van terecht
Maar dat maakt VVD-ers niet tot schoften
Het maakt alleen – wat zijn wij heden blij –
De VVD een veelbelovende partij!
Een uitgemergelde zadelrob die in oktober bij Den Oever werd gevonden, heeft drie maanden in Pieterburen gelogeerd en is onlangs in blakende gezondheid vrijgelaten. Het arme dier was duizenden kilometers afgedwaald van zijn leefgebied rond de Noordpool.
Tijdens de Trouw-lezersreizen die ik naar Spitsbergen maakte, zijn we regelmatig vergezeld door zadelrobben. Het zijn slanke zeehonden. Ze kunnen egaal grijs zijn, maar ook gevlekt met een pikzwart zadel. Ze zwemmen als dolfijnen met de boot mee, steeds als halve maantjes opduikend. Nog liever liggen ze te luieren op een ijsschots. …
We eten met een groepje medewerkers van deze krant in een restaurant aan de Lange Nieuwstraat in Utrecht. Mijn gewaardeerde collega Jelle Reumer is er ook. Hij maakte kort geleden een boekje over fossielen in straten, stoepen, muren en andere stadsstenen. Daarin staat een fossiel op de Lange Nieuwstraat. Ik spreek Jelle daarop aan. Hij veert op. “Jazeker”, zegt hij, “twee huizen verderop!” Ik vraag: “wil je ‘m laten zien?” …
Om hoge waterstanden op te kunnen vangen, kregen de grote rivieren meer ruimte. De ingrepen verhogen ‘s lands veiligheid waarschijnlijk hooguit een ietsepietsie, maar houden heel wat mensen aan het werk. De natuur vaart er wel bij, want de overstroombare gebieden zijn te zompig voor intensieve exploitatie of bewoning.
In veel uiterwaarden heeft de natuur ook last van dat versleutelen van het landschap. De oude hooilanden die in de winter soms overstroomden veranderen in velden met distels, brandnetels en wilgeroosjes. Oude rivierduinen wijken voor nieuwe geulen en bomen gaan tegen de vlakte. …
In het Leersumse Veld ben ik sinds mijn zestiende niet meer geweest. Diet Groothuis woont niet ver van hier en komt er wel eens. Zij schreef jarenlang in Trouw over schoonmaaktechnieken en onlangs een poetsboek, maar haalt ook graag moddervoeten.
We lopen langs bosranden om heidevelden heen; heidevelden waar veel gele graspollen op staan van het pijpestrootje. De voor elk moderne natuurgebied onvermijdelijke koeien hebben daar geen zin in, die struinen liever door de bosjes. Je zou ze, net als schapen trouwens, al moeten opsluiten op de hei, anders hoeven ze die schraalhanzige kost niet. Maar dat vereist hekken en die zijn lelijk en kosten bovendien geld. Die grazers moeten juist goedkoop zijn – ze sparen tuinlieden en grasmaaiers uit. Denk niet dat natuurbeheer gemakkelijk is. …
De Tuinvogeltelling van afgelopen weekend is bedoeld om mensen warm te maken voor vogels. Daarin is de telling geslaagd: meer dan zestigduizend mensen deden mee en gezamenlijk telden zij bijna een miljoen vogels.
De huismus, die jarenlang achteruitging, staat desondanks nog altijd op 1 met bijna 160 duizend meldingen, gevolgd door de koolmees. Die is er met net geen honderdduizend nochtans ongeveer twintig procent minder dan anders, dus de tweede plaats is een opsteker. Dat de merel met bijna evenveel vogels als de koolmees op 3 staat is ook al opmerkelijk, daar de merels afgelopen herfst bij bosjes doodgingen aan het usutuvirus, de merelvariant op het westnijlvirus. …
Eind december kreeg ik een alarmerend bericht van iemand die maar weinig mezen in zijn tuin zag. Hij had bovendien in een Vlaamse krant gelezen dat er in België minder mezen waren dan andere winters.
Iedere winter krijg ik zulke berichten. Er zijn nou eenmaal altijd meer mezen op de ene plek dan op de andere. Het hangt ervan af hoe vogelvriendelijk en vogelrijk de omgeving is. Mezen willen nestkasten, voedsel en veiligheid. In een wijk vol betegelde intratuintjes met verlichte Boeddhabeelden en huiskatten kun je nog zoveel vetbollen ophangen, het restaurant blijft leeg. Maar in een groene buurt waar iedereen nestkasten en vetbollen ophangt, kan het voedselaanbod zo copieus zijn, dat de mezen er meer dan genoeg van krijgen. …
Ach, die groenlingen toch. Weinig vogels zag ik zo vaak en zoveel als groenlingen. Overal hoorde ik hun sputterende roepjes en hun knarsende zag. Elke dag kwamen ze op het vogelzaad in mijn tuin. Misschien is hen dat wel noodlottig geworden. …