Zomaar bloemenzaad strooien, tussen de planten in de tuin of op het gras, leidt zelden tot het gewenste resultaat. De concurrentie is te groot of de grasmat te dicht… Vorig jaar, we waren net verhuisd, pakten we het anders aan. Daar waar de grasmat dun leek, zetten we kant en klare wilde planten neer: Sint-Janskruid, slangenkruid, blauwe knoop, moeras- en bosandoorn. Die bloeiden allemaal tot in of na de zomer. Het idee was dat ze zich zouden uitzaaien of anderszins uitbreiden. …
Heideringelrupsen leven op de hei. Kluwens heideringelrupsen zou ik niet op de oude steiger te Schiermonnikoog en de aangrenzende strook kwelder verwachten. Geen hei te zien daar. En toch is dat de plek waar we mijn dochter en ik ze aantreffen. Dochter ziet ze het eerst en waarschuwt me er niet op te staan. Maar er komen fietsers aan, op weg naar de jachthaven. Het risico voor de rupsen lijkt ons groot. We duwen de rupsen op een blad en verhuizen ze een meter van het weggetjes af. Daar zijn meer van die wriemelende rupsenclusters te vinden. …
De grote karekiet is een grotere uitvoering van de kleine karekiet. Beide karekieten zingen krasserig hun naam: ‘karrrekarrrekietkiet’, maar de grote zingt luider en lager. In moerassen, plassen en zelfs stadsvijvers en sloten kun je in Europa grote karekieten horen en, met enig geduld, ook zien. Ze zijn algemeen, behalve in Nederland, waar we er een nationale sport van hebben gemaakt om zelfs de algemeenste soorten naar de afgrond te duwen. Op de rand van die afrond slaan we alarm en maken we een reddingsplan. Als die redding minder agrarische export vereist, blijft het bij plannen, vergaderingen, voorlichtingsborden, persberichten en brochures. De grote karekiet heeft slechts indirect te lijden onder de intensieve landbouw. …
Wie een voorbeeld wil noemen van schattige vogels die elkaar beminnen, zal niet gauw aan zwarte kraaien denken. Zwarte kraaien hebben nog altijd een verdacht, misschien duivels en zeker deksels imago. Ze zijn groot, sluw, gemeen, eng, ze stelen, doden en krassen.
Zwarte kraaien zijn inderdaad groot, al zijn ze kleiner dan raven, die ooit in Nederland uitgeroeid waren, geherintroduceerd zijn en redelijk poot aan de grond hebben gekregen. Zwarte kraaien werden en worden nog steeds bestreden, maar zijn er desondanks veel. Dat danken ze wellicht aan hun slimheid, desgewenst sluwheid genoemd. Kraaiachtigen zijn een van de slimste vogelfamilies. Zwarte kraaien worden daarin wellicht overtroffen door roeken en kauwtjes. Althans wat betreft sociale slimheid: elkaar helpen of dwarszitten. Dat kunnen roeken als groepsdieren uitstekend en daarin herkennen wij mensen ons, want wij zijn ook groepsdieren. Roeken zijn bijna even groot als kraaien, maar lopen rechter op, hebben een recht voorhoofd en rond hun snavel een lichtgrijze snoet. Kauwtjes zijn kleiner, hebben donkergrijze wangen en zijn verder zwart. Zwarte kraaien zijn helemaal zwart, inclusief snavel en poten. Ze hebben een schuin voorhoofd. …
24-stippelige lieveheersbeestjes + eitjes. Foto Koos Dijksterhuis
Als kind ving ik lieveheersbeestjes die ik met wat blaadjes in een terrarium deed. Gelukkig liet ik ze weer vrij, want de meeste lieveheersbeestjes eten niet de plant waarop ze zitten, maar de bladluizen die de plant eten. Vooral hun larven zijn bladluizenkillers. Ik denk dat een bladluis, indien beschikkend over kennis van lief en stout, een lieveheersbeestje eerder een krijgsheersbeest zou noemen.
Lieveheersbeestjes zijn inzetbaar als biologische bladluizenbestrijders, wat prachtig is, ware het niet dat daarvoor een soort uit China werd gehaald: het Aziatische lieveheersbeestje. Dat blijkt niet zo’n lief heersbeestje te zijn. De Aziaten overwinteren in huis, kunnen bijten, en verdringen de hier inheemse soorten. In Nederland hebben we meer dan vijftig soorten lieveheersbeestjes! …
Op 2 en op 10 mei bezocht ik dezelfde vogelkijkhut in het Lauwersmeer. De eerste keer met een vriend, de tweede keer met de Vogelwerkroep van de KNNV Groningen. De eerste keer speurden we door de kijkgaten de omgeving af en keken we ook nog even naar de vele nesten van boerenzwaluwen in de hut. De vogels vlogen af en aan, de zwaluwtjes werden gevoerd, er was niets te merken van schuwheid. Behalve het gekwetter van de zwaluwen hoorden we een rietgors zingen en een winterkoning tetteren. De winterkoning kwam zelfs even in een kijkgat zitten (foto). …
Natuurtalenten Jeanette Essink en Arp Kruithof zagen in Drenthe groene kevertjes op dagkoekoeksbloemen. Het waren schildpadtorren , die hun kop en pootjes kunnen intrekken onder hun hals- en dekschilden. De larven van deze kevers hebben geen schild, maar dragen met hun staart een paraplu van rommel boven zich. Die rommel boetseren ze van vervellingshuidjes en soms poepjes van eigen makelij. …
Laatst schreef ik op deze plek over afval dat ik in de natuur vind en meeneem. Ik maakte gewag van een cement-bak, zo’n grote zwarte emmer. Die dreef al een tijd in een sloot. Toen hij naar de overkant was gedreven, ben ik via het dammetje naar die overkant gelopen en viste hem eruit. Er zaten scheuren en gaten in, vier bloedzuigers en drie poelslakken. De diertjes heb ik allemaal in de sloot gezet. …
Riet is een algemene waterplant waar geen mens van opkijkt. Toch verbaas ik mij er elke lente weer over hoe snel het groeit. Als het oude riet van vorig jaar nog een halve meter boven het nieuwe groene riet uitsteekt, weet ik: over een week is het oude riet vrijwel onzichtbaar vanwege het nieuwe riet. Een halve meter in een week! Daarbij is riet een ecologisch belangrijke plant, want het zuivert de grond en het water, en het geeft leefruimte aan insecten en vogels. …