Een plu van poep

Natuurtalenten Jeanette Essink en Arp Kruithof zagen in Drenthe groene kevertjes op dagkoekoeksbloemen. Het waren schildpadtorren , die hun kop en pootjes kunnen intrekken onder hun hals- en dekschilden. De larven van deze kevers hebben geen schild, maar dragen met hun staart een paraplu van rommel boven zich. Die rommel boetseren ze van vervellingshuidjes en soms poepjes van eigen makelij.
Er zijn twintig soorten schildpadtorren in Nederland, variërend van vier tot twaalf millimeter lengte. De torretjes van Jeanette en Arp horen met hun vier millimeter bij de kleintjes. Het is de zeldzame Cassida hemisphaerica.
Later vonden ze de torren ook in Jeanettes tuin, eveneens op dagkoekoeksbloem. Op waarneming.nl reageerden specialisten: had ze de kevers zien eten? Dagkoekoeksbloem was namelijk een onbekende waardplant voor deze soort. Toen Jeanette en Arp parende torretjes vonden (foto), haalden ze die naar binnen, waar zij ze in een met een dagkoekoeksbloem gevulde glazen pot als huisdier hielden. Al snel constateerden ze vraatschade – de kevertjes aten dagkoekoeksbloem.
Zij konden nauwelijks literatuur over de larven van deze soort vinden. Slechts één foto kwamen ze tegen, van een larve in het vijfde en laatste larvale stadium. De Poolse entomoloog Jolanta Świętojańska beschreef de larvale stadia van meerdere schildpadtorren. Door een elektronenmicroscoop zag ze details zoals het aantal haartjes op de bovenlip van een larve van één millimeter. Jeanette en Arp hebben haar larven van Cassida hemisphaerica beloofd, zodat zij ook die soort gedetailleerd kan beschrijven.
Zelf ontdekten ze dat het vrouwtje en het mannetje zichtbaar verschillende organen hebben, die door de buikwand doorschemeren. Daarmee konden zij de torren seksen. Uit foto’s van algemenere soorten bleek dat die hun eitjes in pakketjes van vier tot tien stuks afzetten. Ze draperen er een vliesje overheen. Sommige dekken dat af met uitwerpselen; misschien als camouflage, misschien om de eitjes onsmakelijk te maken voor vijanden. De huistorren in de pot leggen inmiddels ook eitjes; niet in pakketjes maar elk apart. Wel zit er een vliesje over, soms met poep besmeerd.
(Natuurdagboek Trouw, vrijdag 23 mei ’25)