Waterrietvogel

De grote karekiet is een grotere uitvoering van de kleine karekiet. Beide karekieten zingen krasserig hun naam: ‘karrrekarrrekietkiet’, maar de grote zingt luider en lager. In moerassen, plassen en zelfs stadsvijvers en sloten kun je in Europa grote karekieten horen en, met enig geduld, ook zien. Ze zijn algemeen, behalve in Nederland, waar we er een nationale sport van hebben gemaakt om zelfs de algemeenste soorten naar de afgrond te duwen. Op de rand van die afrond slaan we alarm en maken we een reddingsplan. Als die redding minder agrarische export vereist, blijft het bij plannen, vergaderingen, voorlichtingsborden, persberichten en brochures. De grote karekiet heeft slechts indirect te lijden onder de intensieve landbouw.
Nemen kleine karekieten genoegen met nieuw, jong riet, grote karekieten broeden alleen in riet dat minstens een jaar niet gemaaid is en dat niet op een oever, maar in het water staat. Je zou denken dat als er één land is met riet, dat dan Nederland is. Maar uit bijna alle watergangen wordt de vegetatie weggeschraapt. Het idee is dat een begroeide sloot de waterafvoer belemmert. Dat blijkt reuze mee te vallen en bovendien is er juist behoefte aan waterberging in plaats van afvoer.
Riet zuivert het water er maakt het landschap mooier. Wie geniet niet van een gele rietkraag in winterzon? Door het riet in sloten slechts om de twee jaar te maaien, en dan niet alles tegelijk maar elk jaar bijvoorbeeld een derde, scheelt dat tijd en brandstof en blijft er riet staan voor vissen, insecten en vogels. Zoals de grote karekiet.
Sinds 2016 krabbelt de soort op van het dieptepunt van zo’n honderd paartjes. Dankzij herstel van riet is er in enkele moerasgebieden een lichte toename: de Loosdrechtse plassen, de noordelijke randmeren, de Gelderse Poort. Het terugkrijgen van waterriet is moeilijk, omdat de waterstanden overal zo constant mogelijk gehouden worden, en een rietveld dan snel verlandt. Bovendien grazen grauwe ganzen riet. Voordat grote karekieten weer in sloten verschijnen, zal er dan ook nog heel wat water door die sloten stromen.
(Natuurdagboek Trouw, maandag 2 juni ’25)