Zondag 15 juni 2025, lezing op IVN Deventer 50 jaar
Een lezing over de natuur door mij, zondagmiddag 15 juni van 15.00 – 16.00 uur.
Meer informatie en programma op de website van IVN, afdeling Deventer [ opent in nieuwe tab ]
Een lezing over de natuur door mij, zondagmiddag 15 juni van 15.00 – 16.00 uur.
Meer informatie en programma op de website van IVN, afdeling Deventer [ opent in nieuwe tab ]

Ik zag een koppel brandganzen met drie jongen. In mijn jeugd was dat uitgesloten. Toen trokken de brandganzen uiterlijk de derde week van mei weg naar hun broedgebied op Spitsbergen. Ik weet nog dat ik voor het eerst in de zomer brandganzen in Nederland zag, dertig jaar geleden. Dat was in Friesland, bij het Sneekermeer. …

Toen ik door de straat liep kwam een buurvrouw toegesneld, met een takje in haar hand. Het was een stekelige bramentak. Ze had gesnoeid en gooide dit takje in de gft-bak, toen ze zag dat er een enorme vlinder opzat. Ze zag mij en trok de bramentak terug. Wist ik wat voor vlinder het was? …

Het is mei en dus meikevertijd. Dat is trouwens een rekbare constatering. De eerste meikevers vlogen al in april, terwijl de eerste junikevers nu al gezien zijn. En raad eens wanneer de eerste julikever zich aandient?
Meikevers worden weer algemener. Nu ik in Drenthe woon, op zand met keileem, heb ik ze met vele in de tuin. In Groningen, op de klei, zag ik ze nooit. Ik heb liever bloemen dan gras, en daarom geef ik de voorkeur aan een ijle grasmat, dus dat de larven van meikevers graswortels eten vind ik prima. Hetzelfde denk ik over de larven van langpootmuggen. Scheelt bovendien maaiwerk. Mensen die hun gazon bemesten, ontmossen en besproeien hebben denk ik grasmaaien als hobby. …

Op zolder lag een tent van de vorige bewoners die ik wel eens wilde opzetten. Het leek me leuk erin te slapen. In mijn roerige jaren heb ik wel lagere temperaturen getrotseerd dan de nachtvorst van nu, en ik sliep redelijk. Af en toe werd ik wakker, met een allengs vollere blaas, want ik zag er te zeer tegenop de tent te verlaten. In het donker hoorde ik een bosuil. Toen het schemerde, begon een merel te zingen. Het was vijf uur. …

De laatste der Afrikanen arriveren: zomertortels, wielewalen, grauwe vliegenvangers, bosrietzangers, spotvogels. De tortels, vliegenvangers en spotvogels zijn in Nederland veel leefgebied kwijt geraakt. Dat bestond uit begroeide erven en houtwallen. Dat landschap hebben we moedwillig veranderd in een strakke, steriele eenheidsworst. Wat verwacht je ook van een volk dat zijn buitengebied ‘plat’ noemt? …

Mijn vroegere tuin huisvestte vrij veel vogelmelk. Prachtig vind ik die bloemen: witte zespuntige sterren van een centimeter of vijf in doorsnee. Ik dacht altijd dat het een soort lelies waren, maar nee, het zijn familieleden van de asperge. De bloemen zien er alleen maar lelieachtig uit. Vogelmelk wordt in Frankrijk ook wel als asperges geserveerd en gegeten.
Ik weet in een bos bij Groningen een open plek, die in april en mei wit kleurt van het vogelmelk, schitterend. Waarschijnlijk zijn dat uit tuinen verwilderde planten, maar misschien zijn ze ook wel echt wild, wie zal het zeggen. Er kan zaad overwaaien, maar in Nederland vermenigvuldigt vogelmelk zich ongeslachtelijk, via bollen. Bollen leggen geen grote afstanden af. Ik denk dat iemand ooit wat tuinafval in dat bos heeft gedumpt, in dit geval met het feestelijke resultaat van een vogelmelkerij. …

Een vrouwtje wielewaal is groenig en niet bijster zichtbaar in de hoge boomkruinen waar ze scharrelt. Haar gitzwart met eigele mannetje is zichtbaarder, maar verrassend genoeg niet veel. Vaak heb ik gezocht naar een zingende wielewaal. Zelfs in een rij nog kale populieren kreeg ik hem niet te zien. Ik liep steeds dichterbij, maar ineens klonk het dudeljo toch weer een eind verder, de ene of de andere kant op. Ik bleef bezig. …

Op verschillende plekken aan het water zie ik grote, fraaie graspollen in bloeien. Ik ben niet zo thuis in de grassen maar als ik in de stengels knijp voel ik duidelijk dat die driekantig zijn. Dat betekent dat het zeggen zijn. Zeggen komen over bijna de hele wereld voor en er zijn rond de tweeduizend soorten. Ze zijn in Nederland vaak zeldzaam vanwege hun gevoeligheid voor stikstof, droogte en andere narigheid. Maar sommige soorten kunnen wel tegen eens stootje en tegen het vervuilde Nederland. Dit is er ook zo een: stijve zegge. Het zijn inderdaad stevige halmen. De pollen zijn fors en kniehoog, waarin hij lijkt op moeraszegge en oeverzegge, die ook allebei algemeen zijn. …

De boompiepers zijn terug. De eerste verschenen 1 april al, het peloton volgde. Wij wonen net iets te noordelijk voor bosrandvogels als geelgors, boomleeuwerik en boompieper, al kom ik de laatste soms tegen. In de lente zijn ze aan hun vocalises gemakkelijk te onderscheiden van graspiepers, op wie ze als tweelingen lijken.
Boom- en graspiepers zijn kleine, grijsbruine vogels met gestreepte borst en flanken. Bij de graspieper zijn die strepen overal ongeveer even breed, terwijl de boompieper dunnere flanklijnen heeft. Graspiepers hebben een idioot lange achternagel, boompiepers niet. Die hebben weer een iets dikker snaveltje, maar dat is een weinig betrouwbaar veldkenmerk. …