Kleine, winterse nachtvlinders

Er zat ’s avonds een kleine, bruingrijze nachtvlinder op het raam. Er fladderden bruingrijze nachtvlindertjes in het licht van de koplampen, toen ik in het donker over een bosweg reed. Die bruingrijze nachtvlinders zijn kleine wintervlinders.
Er moet nachtvorst over de poppen heen zijn gegaan, dan kruipen de wintervlinders te voorschijn. Ze vliegen door de duisternis, maar willen naar het licht. Ze kunnen zich voor een raam verdringen. Dat zijn allemaal mannetjes. Wintervlindervrouwtjes kunnen niet vliegen, ze hebben geen vleugels. …








