Hemelsblauw op zand

Toen ik klein was wees mijn vader me op Schiermonnikoog zandblauwtjes aan. Ik vond die hemelsblauwe bloemen prachtig. Misschien was blauw al mijn lievelingskleur, misschien werd blauw het dankzij zandblauwtjes. …

Toen ik klein was wees mijn vader me op Schiermonnikoog zandblauwtjes aan. Ik vond die hemelsblauwe bloemen prachtig. Misschien was blauw al mijn lievelingskleur, misschien werd blauw het dankzij zandblauwtjes. …

Even laat ik de hor voor de tuindeur open en daar scheert een vlieg naar binnen. Vliegen willen altijd naar binnen en als ze binnen zijn, willen ze naar buiten en verdringen ze zich voor dichte ramen, terwijl ze het open raam zorgvuldig lijken te mijden. Soms blijven ze ook, vooral als je een witte, ronde lamp hebt. …

Mijn tuin is klein, maar vrij van mest en vergif, en er is altijd leven in de brouwerij. Er scharrelen kevers, er rusten waterjuffers, er jagen libellen, er dwarrelen vlinders. Er zoemen bijen, hommels en zweefvliegen rond de bloemen, er patrouilleren bijen of wespen bij de mieren- en bijenholletjes. …

Bordeauxrood zijn ze. Wateraardbeien fleuren venen en drassige hooilanden op met hun van bijna zwarte, via aubergine tot licht purperrode tinten. Hun bloemen zien er in de knop uit als mini-knikkerzakjes met een brede basis, maar als de puntige kelkbladen zich opengevouwen hebben, krijgen de bloemen de vorm van sterretjes, gekartelde sterretjes zelfs. Vorm en kleur maken de wateraardbei gemakkelijk herkenbaar. Als de bloem open is, komt het bloemhart tevoorschijn – een kluster vrouwelijke vruchtbeginsels, omkranst door meeldraden. …

De zon schijnt, en ik fiets over het strand van Schiermonnikoog tegen de wind in naar het oosten. Bij paal 16 komt de vloed te dichtbij, en wordt het zand te vaak zacht om nog te fietsen. Goede timing, want ik wilde vanaf paal 16 toch al verder lopen, over de Balg, die enorme strandvlakte van bij hoog water vijf kilometer lengte. De Balg groeit, doordat er in de luwte van het eiland zand neerdwarrelt. Er zijn duinen ontstaan, er rennen hazen, er jagen bruine kiekendieven. …

Op Schiermonnikoog vliegt langs het schelpenpad een tapuit voor me uit. Een tapuit is een zangvogel met een oranje hals, grijze rug met zwarte vleugelstrepen, een boevenmaskertje en een witte stuit. Die witte stuit maakt wegvliegende tapuiten heel herkenbaar.
Een tapuit in de zomer! In mei en september zie je in Nederland veel tapuiten, op doorreis. Maar als broedvogel is de ooit algemene vogel zeldzaam geworden. …

Uitgeschreven: …

Henk Otten uit Oostvoorne stuurt me een brief over onder meer de mieren in de tuin, die na een stevige regenbui grotere zandhoopjes rond de ingangen van hun holen bouwden. “Mogelijk hebben de mieren terpjes gemaakt om de regen buiten de deur te houden?” vraagt hij.
Mogelijk is dat wel, maar dan hadden ze de terpjes beter vóór de regen kunnen bouwen, ter preventie. Dan nog vraag ik me af of de openingen in een iets hoger heuveltje minder regendruppels opvangen dan de openingen in een wat lager heuveltje. …

De sluipwesp Megarhyssa rixator is een enorm insect. Het vrouwtje kan 7,5 centimeter lang worden, nog afgezien van de lange, uit haar achterwerk stekende legboor. Daarmee parasiteert ze op de reuzenhoutwesp. Dat is ook een forse wesp, die ik onlangs op Schiermonnikoog zag. Ik schreef er in Trouw over, en daarop reageerde wespenliefhebber Lex Peeters. Hij meldde dat de gigantische rixator-sluipwesp onlangs voor het eerst in Nederland is ontdekt. …

Op een stille weg met alleen wat bestemmingsverkeer vind ik in de goot een vogeltje. Het lijkt intact, maar het ligt voorover op zijn borst en beweegt niet. Ik stap af, raap het voorzichtig op en voel dat het koud is. Nou ja, koud, hij heeft de omgevingstemperatuur: een graad of dertig, maar geen veertig, zoals vogels aanhouden als lichaamstemperatuur. Hij voelt al een beetje stijf, al kan ik zijn vleugels spreiden. Zijn oogjes lijken nog te kijken, zo vers is ie dan ook wel weer. Een speldenknopje bloed parelt aan zijn snavel. …