Ondanks de droogte komt het Jacobskruiskruid op. De bladrozetten waren er al, nu schieten de planten omhoog. Prompt verschijnen ook de donkergrijs met rode Sint-Jacobsvlinders. Die leven samen met deze planten en houden ze onder de duim. …
Zelden zag ik zoveel blauwborstjes als deze lente. De blauwborst doet het goed in Nederland. De ooit zeldzame verschijning is in steeds meer terreinen te bewonderen. De als moerasvogel bekendstaande schoonheid weet raad met allerlei halfopen en half-begroeide landschappen. In de duinen, op heiden, in moerasbossen, zelfs in akkers kom ik ze tegen. …
Als we tien uur ’s avonds in de schemer op Schiermonnikoog bij een veld in het bos naar de nachtzwaluw zoeken, worden we afgeleid door boven de bomen baltsende houtsnippen. Ook leuk. En dan begint ineens het gehoopte ‘rrrrrrrrr’. Dat moet het geratel van de nachtzwaluw zijn! Maar wat lijkt die roep op het kwaken van rugstreeppadden… Zijn het geen padden, het is een vochtig veld. Ja het zijn padden. Ook leuk. Maar geen nachtzwaluw. …
Fotograaf Foppe Schut meldt dat ie een nachtzwaluw heeft gehoord op Schiermonnikoog. Hij heeft een opname van het geratel van die geheimzinnige spookvogel.
Het is niet de eerste keer dat een nachtzwaluw op Schier verzeild raakt, maar het gebeurt zelden. Nachtzwaluwen brengen het winterhalfjaar door in Afrika, ten zuiden van de Sahara. Alleen ’s zomers zijn ze in Nederland. Ze jagen dan boven kapvlakten, heidevelden en open plekken in naaldbos. Ze kunnen langdurig ‘rrrrrrrrrrrrr’ zeggen, of zingen, al zijn het geen zangvogels. …
Ze waren al een tijdje aan het kirren en stoeien, met een heel repertoire aan baltsgeluiden, waaronder hun gebruikelijke gekras en imitatie van de buizerd-mauw, en wat ik hoopte gebeurde: de gaaien in mijn tuin zijn aan het nestelen. En nu zijn ze zo stil! Bij gaaien denken mensen algauw aan krassen en ander lawaai, maar als ze broeden houden ze zich koest.
Gaaien hebben een voorkeur voor twijgjes uit de vlinderstruik; ik zie ze tenminste al twee weken bijna voortdurend af- en aanvliegen naar deze struik. Ze breken de dunne, houtige takjes af en vliegen ermee de boom in, waar hun nest in aanbouw is. …
Het is een zonnige vrijdag. We wandelen door de duinen en we zijn niet de enigen. Sommigen wandelen gedrieën naast elkaar en zijn zo met elkaar of zichzelf bezig, dat ze niet lijken te merken dat wij ze tegemoetkomen. We komen ze tegemoet door met een boog om ze heen te lopen. Zelf wijken ze geen duimbreed. Misschien hopen ze op een virale besmetting, misschien leven ze zo in zichzelf gekeerd, dat ze nog nooit van anderhalve meters hebben gehoord; je weet soms niet wat er in mensen omgaat. …
Eén van de zeer weinige broedvogels van het platteland die het volhouden zonder slinkende aantallen, zijn gele kwikstaarten. Deze prachtige zangvogels arriveren eind april en begin mei uit het zuiden. Dan zijn overal op velden met koeien, paarden en schapen de kwikstaarten met hun knalgele buikjes te bewonderen. Ze broeden op de grond tussen gras, en later in de zomer, als ze aan hun tweede leg beginnen, meer in akkers. …
Kanoetstrandloper Y2YGYG deed Texel aan, op weg van Mauritanië naar Siberië. Kanoetstrandlopers zijn wadvogels met oranje buiken. In de winter verdwijnt die kleur en zijn ze grijs met wit.
Kanoeten uit Canada en Groenland overwinteren in de Waddenzee. Kanoeten die in Siberië broeden, overwinteren in Mauritanië, maar onderbreken hun 8500 kilometer lange vliegreis op de Wadden, om kleine schelpdieren te eten. Die slikken ze zonder kauwen door en kraken ze in hun maag. …
Als u op het blad van een elzenboom kleine, zwarte kevers vindt, zijn dat waarschijnlijk elzenhaantjes. Die zitten ook weleens op hazelaars, wilgen en populieren, maar elzen zijn hun favoriet. Ze eten elzenblaadjes, waarin ze langwerpige gaten knagen.
Hun larven zijn nog een stuk hongeriger: haantjes de voorste. Drie weken lang doen ze vrijwel niets anders dan eten, eten, eten. Toch hebben de rupsjes ooit genoeg, waarna ze afdalen om zich op de grond onder dode bladeren te verstoppen en te verpoppen tot kever. …
Als jonge vogelaar noteerde ik na elke tocht de vogels die ik zag. Ik heb mijn notitieboekjes uit die tijd nog. Van begin april, soms al in maart, tot eind september, soms nog in oktober stond de huiszwaluw erbij, vaste prik. Dat is nu wel anders.
Sinds 1968 worden ze geteld en is het aantal huiszwaluwen met driekwart afgenomen, hoogstwaarschijnlijk als gevolg van voedselgebrek. Daarvoor zal hun aantal ook al wel slinkende zijn geweest. Er zijn nog steeds tienduizenden paartjes, maar kennelijk niet meer zoveel dat ik ze altijd zie, integendeel. …