Acht jaar geleden voer ik mee met een vogelvaartocht op het IJsselmeer, georganiseerd door Debby Doodeman. Ze nam een foto van me voor een smoelenboek vol vogelaars. Later volgden er vragenlijsten. Dat boek is nu eindelijk verschenen. En het is veel meer dan smoelenboek. Vogelaars (nooit) uitgevogeld (KNNV, €20) is een soort inventarisatie van ’s lands vogelaars. …
Er zit een blauwvleugeltaling in een vijver in Groningen. Désirée Alting attendeert me erop. Ze woont in de buurt van die vijver. Désirée licht me vaker in als ze iets bijzonders ziet; meestal in haar buurt.
Ik ben niet zo fanatiek in het achter zeldzame vogels aanreizen, maar als zo’n rariteit op tien minuten fietsen van mijn huis te zien is, is dat een mooi excuus voor een uitje in de stralende en frisse ochtend. …
Hondsdraf is op z’n mooist in de vroege lente. Officieel duurt de bloeitijd van april tot in juni, maar de soort houdt zich maar matig aan die regels. Ik zag al een zonnig veldje paars kleuren. Pal in de zon vormt hondsdraf nu veel bloemen aan aren, die als kaarsen opgericht worden. Straks legt de plant meer nadruk op het blad en zeker in de schaduw is het een groene plant.
De blaadjes kunnen dan behoorlijk groot worden en zich via uitlopers over de grond verspreiden. Hondsdraf is geschikt als bodembedekker, ook in schaduwrijke tuinen. Humusrijke, enigszins vochtige grond is favoriet. Een oude volksnaam voor de plant is kruip-door-den-tuin. …
Op het zuiden gerichte slootkanten stonden afgelopen weekend vol speenkruiden die hun botergele bloemen opensperden naar de lentezon. Sommige taluds kleurden er helemaal geel van. Er fladderden kleine vossen over die er telkens op neerstreken. Vlinders lusten wel een slokje nectar, en veel keus aan bloemen hebben ze nog niet.
Vorig jaar zag ik weinig kleine vossen maar dit jaar ben ik heel tevreden met de score. Zondag diende zich de ene na de andere aan, en dat gebeurde de voorafgaande weken ook al, zij het in mindere mate. Het was toen wel zonnig, maar niet zo warm. …
Aardhommels vliegen rond. Ze dragen een vacht en zijn groot – zeker de toekomstige koninginnen. Omdat aardhommels zo groot en behaard zijn, kunnen ze tegen kou en zijn ze er altijd als eerste bij. Hommels krijgen het ook warm van vliegen, zoals wij mensen het warm krijgen van rennen. Maar voor dat vliegen hebben ze energie nodig: nectar. Daarom zijn vroeg bloeiende bloemen een uitkomst voor aardhommels. In mijn tuin, waar het nieuwe seizoen altijd traag op gang komt omdat er veel schaduw is, bloeien de eerste paardenbloemen, en verder sneeuwklokjes, krokussen, maagdenpalm en speenkruid. De bosanemonen staan in knop. Schoenlappersplanten heb ik niet, maar zouden als een van de vroegste bloeiers de hommels zeker van dienst zijn. Ook longkruid zou een goede zijn, maar doet het niet in mijn tuin. …
Twee muiltjes op een strandschelp. Foto Koos Dijksterhuis
Op het strand van Schiermonnikoog vind ik veel muiltjes. Niet dat er een vrachtschip vol pantoffels is omgeslagen. Nee, muiltjes zijn zeeslakken. Die klampen zich vast aan harde ondergrond op de zeebodem, strandschelpen bijvoorbeeld, die losgewoeld kunnen worden door een storm, en zeker door drie winterstormen achter elkaar. Dankzij de vervolgens aanhoudende oostenwind heeft de onderstroom ze naar het strand gebracht. Het zijn kleine, jonge muiltjes, ze leven nog en zitten vastgeklampt op een strandschelp. …
Het is al dagen zonnig bij een droge oostenwind. De plassen en modderpoelen van de voorafgaande regentijd zijn opgedroogd. Bij ons in de tuin vriezen de drinkbakjes ’s nachts dicht. Dorstige merels, mezen, vinken, roodborstjes, duiven, kauwen en eksters kijken op hun neus en snavel, maar komen voor een herkansing zodra ik het ijs heb vervangen door water. Zoals altijd in de lente vinden de zaden en vetbollen gretiger aftrek dan de afgelopen maanden. …
De slobeenden baltsen, net als de wilde eenden en hun getemde broeders in het park. Wilde eenden (v/m) knikken elkaar langdurig toe, slobeenden draaien langdurig om elkaar heen. Van beide soorten zie je nu vaak een vrouwtjeseend peddelen of vliegen met in haar kielzog meerdere woerden.
Ik vind het weinig subtiel, dat gejaag achter vrouwen aan. Laat hen met rust, zou ik zeggen, en stel je niet zo aan. Wat een zielig gedrag om hijgerig met een paar kerels achter een vrouw aan te jagen. …
De meerkoeten krijgen het voorjaar in hun zwart fluwelen koppies. Er zijn nog wintergroepen die gezamenlijk grazige oevers afstruinen. Ze stappen langzaam rond, alles wat eetbaar zou kunnen zijn oppikkend. Tot een fietser, wandelaar, hond of roofvogel aanleiding vormt om allemaal naar het water te hollen op die malle hoge poten.
De meerkoeten met gierende lentehormonen verlaten de groepen en vormen stelletjes. Van groepsdier veranderen ze in fanatiek beoefenaar van burenruzies. Op de oever of in het water bewegen ze zich voort in lage houding, de nek gestrekt, de kop vooruit, de snavel in de aanslag. De vijand, soms slechts in de verte zichtbaar, is een andere meerkoet. De dreiging wordt kracht bijgezet met angstaanjagende kreten: hoog en schel. Mocht dat niet volstaan, dan worden de vleugels gebold. …
Toen het afgelopen weekend zonnig en windstil was, leek het wel lente, al lag er ijs op de plassen en bleven grasvelden wit berijpt zolang ze in de schaduw lagen. In de zon trok het wit snel weg. Toen ie wat hoger klom, wist de zon ons zijn warmte te laten voelen. We wandelden met vrienden langs de Ruiten A (een beek, geen speelkaart) bij Vlagtwedde, en kregen er een kleur van.
De vogels kregen ook het voorjaar in hun kopjes. In bomen zongen geelgorsmannen hun kenmerkende lied, dat lijkt op de Vijfde van Beethoven. Hun gele borst zwol erbij op, eigeel in de zon, mooi afgestoken tegen de azuurblauwe lucht. …