Te breed voor wandelgangen

‘Met oren als schotelantennes (…) / sociale vaardigheden en / een olifantengeheugen / is iedere dikhuid geschikt om / te solliciteren naar het ambt / van Secretaris-Generaal van / de Verenigde Naties.’
Dat lees ik in de dichtbundel van Els de Groen, over dieren (In de Knipscheer, 18,50). Die heb ik in een maand uitgelezen, wat betekent dat ik tweeënhalf gedicht per dag las, voor mij een ongekende dosis poëzie. De Groen doet dan ook mooie observaties en ze stelt originele vragen over het ogenschijnlijk vanzelfsprekende. Zoals de vraag ‘Hebben mollen weet van zonsondergangen?’ – tevens de titel van haar bundel. En: ‘Hoe stil je de huidhonger van de pelsdierfokker?’ …








